Vluchtig

Mijn verhaal komt deze keer uit Ameland, een vriendelijk Waddeneiland. Of het door die verandering van omgeving komt, ik weet het niet, maar feit is dat het wereldkampioenschap voetbal in mijn gevoel al maanden achter ons ligt. Vandaag dacht ik aan de openingswedstrijd in Italie. Van wie verloor Argentinie ook weer? O ja, van Kameroen. De hersens kraakten van de geforceerde herinneringen. Valderrama: een gekke naam voor een rijk getalenteerde speler. Was die niet van Costa Rica? Maar noem nu eens tien andere Costa-Ricanen. Ja, die dribbelende keeper, of was die van iemand anders? Ik weet het niet meer.

Het is alsof dat hele gigantische evenement, dat honderden miljoenen mensen een maandlang aan de buis, de radio en de kranten geklonken hield als een spookschip in een onafzienbaar nevelveld is verdwenen. Opgeslokt. En het komt niet meer terug ook, al schrijft Michels zijn vingers blauw aan dat ene imposante boek dat alle vorige moet doen verbleken en alle volgende overbodig moet maken.

Is dat nu een verschil met vroeger? Maalden onze herkauwende kaken toen niet eindeloos door als er iets opzienbarends was gebeurd? Waren we toen minder vluchtig dan nu? Want vluchtig zijn we geworden. Het absolute heden lijkt het enige dat ons boeit en nog niet eens altijd. Kijk er de kranten maar op na, zet de beeldbuis maar aan en schakel de radio maar in. Als het over voetbal gaat, dan over Everton dat geen vriendschappelijke partijtjes in ons en andere Westeuropese landen mag spelen, op verdenking van hooligans in de achterban. En dan is er de eeuwig correcte maar ook eeuwig vaag klinkende Bobby Robson. Op de foto leek het alsof hij met zijn voeten in een teiltje met water zat toen hij bij PSV werd verwelkomd. Tot de lippen staat dat water hem dus nog lang niet. De voetbalsport slaapt nooit en getransfereerd wordt er altijd, maar dat het spel al op de wagen is zou ik niet graag willen beweren. Er heerst enige windstilte en intussen draait de Tour de France.

Het kan zulk mooi strandweer niet zijn of ik kijk naar de Tour. Ben ik dan zo'n doorgefourneerde wielerliefhebber? Met verontschuldigingen aan Tim Krabbe moet het antwoord ontkennend luiden. Vroeger op de krant mocht ik meermalen kiezen tussen drie weken achter de renners aan of twee weken achter de tennissers op Wimbledon. En altijd koos ik het verblijf in de groene kathedraal. Maar tegelijkertijd geef ik volmondig toe dat de Ronde van Frankrijk een evenement is dat zeer spectaculaire kenmerken bezit. En dan is het ook nog eens een keer een feit dat de rol van Erik Breukink op het voorplan iets wakker maakt dat door sommige wereldburgers minachtend als 'nationalisme' zal worden afgedaan, maar dat mij tot op zekere hoogte toch niet geheel onverschillig laat. Ik zal niet onmiddellijk een oranje pet opzetten en vreugdevuren branden als een landgenoot het zeer goed doet in de Tour. Maar als Charly Mottet op kop rijdt met zoveel minuten voorsprong, dan ben ik benieuwd of hij die etappe gaat winnen. Maar mocht hij worden ingelopen dan welt er geen traan in mijn oog. Overkomt het Breukink, dan zal ik het jammer vinden als het misloopt en blij zijn als het succes compleet zou zijn. Niet minder, niet meer.

Daar komt bij dat die Breukink zo aardig overkomt in de publiciteit. Dat is een riskante opmerking, in zoverre dat het tegenwoordig vaak niet meer om prestaties gaat maar sinds Kennedy, Reagan en Gorbatsjov vooral om de mate waarin men overkomt. De buitenkant is belangrijker dan de binnenkant. Maar dat onopgesmukte, dat relativerende van Erik Breukink staat mij bijzonder aan. Bovendien heb ik voor de kracht van zijn denken evenveel respect als voor de sterkte van zijn spieren plus de inhoud van zijn longen. Tenslotte verstaat hij de kunst ons tv-tandem Smeets-Nelissen te gerieven. Toen die dezer dagen riepen dat het goed zou zijn als Breukink zich binnen opzienbare tijd aan het front zou melden, werden zij op hun wenken bediend. Het enige wat de geboren Geldersman tegen kan hebben, is zijn beschavingsgraad. Hij komt zo netjes over, op het brave af. Kent hij alle bedenkelijke trucs wel? Is hij niet te fatsoenlijk voor het metier? Maar ach, Joop Zoetemelk kwam ook altijd zo supercorrect over en die won eens toch ook de Tour? Maar wel na heel lang aandringen.