v.

DEN HAAG, 17 juli Minister Van den Broek (buitenlandse zaken) vindt het vreemd dat de Britten beduchtheid tegenover Duitsland etaleren, maar tegelijkertijd terughoudend zijn waar het gaat om eventuele oneigenlijke krachtsverhoudingen en onevenwichtigheden in Europa te neutraliseren.

d. Broek: 'Britten zijn tegenstrijdig'

Van den Broek reageert daarmee op de discussie over de inmiddels afgetreden Britse minister Nicholas Ridley die de Duitsers ervan beschuldigde Europa te willen overnemen en op de publikatie dit weekeinde van de notulen van een vertrouwelijk beraad in maart van premier Thatcher met enkele ministers, waarin de Duitse volksaard werd gekarakteriseerd als agressief, assertief, intimiderend, egoistisch en sentimenteel.

Tegenstrijdig in de naar buiten tredende Britse houding is volgens Van den Broek dat van de Duitsers 'een stukje' beperking van de soevereiniteit wordt gevraagd, vooral om een Duitse dominantie in de toekomstige Europese samenwerking te voorkomen, maar dat de Britten zelf tegelijkertijd de sterkste terughoudendheid tonen waar het gaat om overdracht van soevereiniteit aan Europa.

Volgens Van den Broek trekken de Britten uit hun analyses over de positie van Duitsland niet de juiste conclusie. 'De antwoorden van het naoorlogse Europa zijn de Europese Gemeenschap en de NAVO geweest. Verdere integratie is de enige manier om op dit onrustige continent een stabiele structuur te implanteren.' De afgetreden Britse minister Ridley heeft volgens minister Van den Broek een absurde associatie gemaakt tussen Helmut Kohl en Adolf Hitler, maar Ridley heeft naar zijn mening wel een 'stukje Engelse allergie' weergegeven voor Duitsland als eenheidsstaat.

Van den Broek wijst er op dat de Duitsers in de Europese overlegorganen nogal eens de neiging hebben om een wat hij noemt' hoekige overtuigingskracht' aan de dag te leggen. 'In ieder geval poneren ze met de nodige poids hun stellingen', zegt Van den Broek. 'En je invloed in de wereld staat bepaald niet los van de economische macht die je vertegenwoordigt.'

Een ander element is dat de Duitsers in de afgelopen periode vaak beloften hebben afgelegd over informatie en consultatie in het eenwordingsproces, maar dat inhoudelijke en zakelijke vragen 'bij hen vaak werden vertaald als een poging het proces van eenwording te vertragen'.

Pag.5: Leiderschap Thatcher in gevaar Pag.7: Reacties Powell-memorandum