REGELINGEN; De woonvergunning

M. van Vliet ging na haar afstuderen wonen in een leegstaande groentewinkel waarin de eigenaar sanitair en een keuken had geplaatst. Zij vroeg huursubsidie aan en die werd zonder problemen verstrekt. Maar om een woonvergunning te krijgen moest er eerst een ambtenaar van Bouw- en Woningtoezicht langskomen. De voormalige winkel, waaraan Van Vliet zes weken had verbouwd, moest worden geregistreerd als 'zelfstandige woonruimte'. 'Hoe kunt u hierin wonen?', vroeg de ambtenaar hoofdschuddend toen hij Van Vliets huisje in ogenschouw nam. De slechts anderhalve meter hoge WC-deur, die rechtstreeks uitkwam op de enige kamer, leverde volgens hem gevaar op voor de volksgezondheid, net als de douche in de keuken. 'Een normaal mens zou hier niet willen wonen', wist ook een tweede ambtenaar, die kort daarna op inspectie kwam. In elk geval was de plaats van het sanitair in strijd met de gemeentelijke bouwverordening. Zonder aanpassingen kon beslist geen woonvergunning worden afgegeven.

De inspecteur vroeg zich wel af waarom Van Vliet eigenlijk een woonvergunning had aangevraagd. 'Half Leiden woont zonder vergunning en geen haan die er naar kraait.'

Op Van Vliets verzoek de aanvraag alsnog te vergeten kon hij helaas nu niet meer ingaan.

De ambtenaar presenteerde welwillend verschillende tekeningen met oplossingen. Door het verbreden van de deuropening tussen keuken en kamer zou een woonkeuken ontstaan. Een woonkeuken is volgens de bouwverordening deel van de huiskamer, en daar mag de douche wel staan. Door het bouwen van een halletje voor de WC-deur zou de WC niet meer in strijd met de regels rechtstreeks op de woonkamer uitkomen. Van Vliet en haar huisbaas kregen een half jaar de tijd om de verbouwingen uit te voeren.

Huurder en verhuurder konden het aanvankelijk niet eens worden over de kosten, de zomervakantie brak aan en zo duurde het meer dan zes maanden voordat het huisje enigszins was aangepast. De keuken had nu een ventilator en de WC een hogere deur. Toen de ambtenaar, die eerst regelmatig opbelde om te vragen hoe het ermee stond, niets meer van zich liet horen schortten bewoonster en verhuurder verdere verbouwingsplannen op. Voor Van Vliet hoefde het ook niet meer zo nodig; zij had inmiddels besloten te gaan samenwonen in Den Haag.

Drie maanden later er was een jaar verstreken sinds de aanvraag van de woonvergunning en Van Vliet zou over twee weken weer verhuizen arriveerde een brief van de Directie Woonruimteverdeling. Voor het verblijf in de verbouwde groentewinkel was geen woonvergunning nodig 'aangezien er hier geen sprake is van zelfstandige woonruimte conform artikel 1, sub 36 van de Woonruimteverordening 1983'.

Dat Van Vliet voor haar huis geen woonvergunning kreeg betekende niet dat zij er niet mocht wonen.

Waren de nieuwe ventilator en de hoge WC-deur dan voor niets geplaatst? Van Vliet belde Woonruimteverdeling om uitleg. Die was kort: uit het rapport van Bouw- en woningtoezicht was gebleken dat haar woning niet voldeed aan de bouwverordening. Daarom werd de ruimte niet gezien als zelfstandige woonruimte en dus had de bewoonster geen woonvergunning nodig. Het had de aanvankelijk zo betrokken inspecteur blijkbaar te lang geduurd. Maar hoe kon de bewoonster van een ruimte die volgens de bevoegde instanties geen woning is een jaar lang elke maand 240 gulden huursubsidie ontvangen? Huursubsidie is er alleen voor bewoners van als zelfstandige woonruimte geregistreerde woningen. Daar gaat noch Bouw- en Woningtoezicht noch Woonruimteverdeling over, zeggen woordvoerders desgevraagd. Huursubsidie is een zaak voor Volkshuisvesting. Een ambtenaar van de afdeling Volkshuisvesting zegt in een reactie: 'We zijn in dit geval blijkbaar vergeten te controleren of de aanvraagster over zelfstandige woonruimte beschikte.' Inmiddels huist in de voormalige groentezaak een ander. Met of zonder huursubsidie, dat laten we in het midden.