Reageerbuisbevruchting mag vrouw worden geweigerd

DEN HAAG, 17 juli Het Academisch Ziekenhuis in Leiden (AZL) mag een verzoek tot uitvoering van een reageerbuisbevruchting (in vitro fertilisatie, IVF) weigeren, ofschoon er geen medische bezwaren tegen de behandeling zijn. De Haagse rechtbank heeft vanmorgen een eis tot behandeling van een 29-jarige vrouw afgewezen.

Een IVF-behandeling valt niet binnen het ziekenfondspakket en is ook geen behandeling die als medisch noodzakelijk moet worden aangemerkt, aldus de president van de Haagse rechtbank mr. A. H. van Delden. Bovendien is nauwe samenwerking tussen het paar dat wil worden behandeld en de behandelaars van wezenlijk belang. Dit betekent dat de aangezochte instelling zelf mag beslissen of een paar wordt behandeld, mits er geen sprake is van willekeur of van het niet honoreren van een gewekt vertrouwen.

De nu 29-jarige vrouw die in kort geding de IVF-behandeling eiste, heeft in verband met haar onvruchtbaarheid vele onderzoeken in diverse ziekenhuizen laten verrichten. In 1986 heeft het Diaconessenhuis te Voorburg haar meegedeeld bij haar geen IVF te willen uitvoeren, hoewel zij daarvoor zuiver medisch gezien wel in aanmerking kwam. In juli 1987 wendden de vrouw en haar partner zich tot het AZL. De Nederlandse IVF-centra hebben geen harde niet-medische criteria om een paar te beoordelen dat reageerbuisbevruchting wenst. Het Leidse ziekenhuis is nagegaan of aan de wens van het paar voldaan zou kunnen worden. Eind 1987 werd in overleg met de twee besloten de beoordeling een jaar uit te stellen met het oog op 'hun medische en psycho-sociale toestand'.

Eind 1988 bleek de partner van de vrouw gedetineerd te zijn en het ziekenhuis wilde, gezien zijn alcohol- en drugsgebruik in het verleden, nader over zijn situatie worden geinformeerd. Maar de man weigerde toestemming om over de reden van zijn detentie informatie te vragen bij de officer van justitie.

In januari 1989 besloot het AZL dat er een onvoldoende vertrouwensbasis was ontstaan tussen het paar en het IVF-team om de behandeling uit te voeren. Advocate mr. C. Zeijl betoogde vorige week namens de eiseres dat hier sprake is van een onterecht moreel oordeel en van discriminatie.

Gelet op hetgeen in december 1987 door het AZL met het paar is afgesproken, mede naar aanleiding van de toen aanwezige alcohol- en drugsproblematiek, mocht openheid worden verlangd, aldus het vonnis van de rechtbank. Door het ontbreken van informatie kon het ziekenhuis niet beoordelen in hoeverre in de toekomst de man op elk gewenst moment beschikbaar zou kunnen zijn, iets dat bij een IVF-behandeling is vereist. De vordering van de vrouw wordt in de eerste plaats afgewezen omdat tijdens het kort geding niet is aangetoond dat er sprake is van een spoedeisend belang. De leeftijdsgrens voor IVF-behandeling is 40 jaar dus is er volgens de rechtbank voldoende tijd om een bodemprocedure aan te spannen. De rechtbank wijst erop dat het AZL al begin vorig jaar het verzoek van de vrouw had afgewezen. Zij had dus al lang een procedure kunnen beginnen.