Enkele reis Bingo naar Jeneverkruik

Vanuit het vervoersaspect bezien is de dagelijkse bootverbinding tussen Eemshaven en het Duitse waddeneiland Borkum ongetwijfeld het meest zinloze traject van Nederland. De passagiers van de door rederij Kamstra geexploiteerde Dolfijn II stappen immers nooit op Borkum uit en evenmin meldt zich ooit een reiziger die vanuit Borkum op weg is naar Eemshaven.

Twaalf keer per week fungeert de Dolfijn II als 'mini-cruise'-schip. Grootste trekpleister vormt de drijvende, belastingvrije supermarkt. Iedere passagier krijgt gratis een liter jenever en kan daarnaast nog andere tax-free artikelen inslaan. Dit is mogelijk doordat het schip, na op Borkum te hebben aangelegd, doorvaart tot het drie zeemijl verder de internationale wateren heeft bereikt, om daarna naar Eemshaven terug te keren. Sommigen maken van de gelegenheid gebruik een flinke hoeveelheid drank mee te smokkelen. Barkeepster Ina Langkamp vertelt over 'drie keurige huisvrouwen', van wie er een vroeg eens onder haar rok te voelen. 'Bleek ze speciaal een schort te hebben meegenomen, waarin ze drie flessen jenever had verstopt.'

Dansen

De mini-cruise trekt vooral ouderen. Voor hen wordt ook bingo georganiseerd en onder begeleiding van eenmansorkest Leo de Jonge ('internationaal entertainment voor al Uw partijen') bestaat gelegenheid om te dansen. Veel deelnemers aan de cruise zijn vaste klanten. Gezelligheid vormt het sleutelbegrip. 'Je krijgt kennissen, he', zegt een vrouw met een goudkleurige giraffe op haar bloemetjesjurk. 'Soms bel je elkaar later nog eens op of je stuurt een kaartje.'

Ze gaat al mee sinds 1976. Soms zit ze tijdens de vaart uitsluitend te breien. Indien mogelijk neemt ze haar kleinkinderen mee. 'Met dat jonge spul erbij voel ik me in mijn element', zegt ze.

Honderden malen heeft ze het eiland Borkum al zien liggen, maar ze is nog nooit uitgestapt, 'want dat is nu eenmaal niet toegestaan'. Ze mag graag een borreltje nuttigen, maar met mate. 'Het zijn meestal de Duitsers die te dronken worden', meent ze. Dat ondervond ook het echtpaar Feenstra. Toen een benevelde Duitser mevrouw Feenstra bij de sigarettenautomaat wegduwde ontstond er een handgemeen waarbij ze de man tegen de grond sloeg. 'Sindsdien komen we alleen nog maar als er geen Duitsers bij zijn', meldt haar man resoluut.

De gepensioneerde huisschilder Bouwman is al jarenlang twee keer per week van de partij. 'We zijn allemaal bootvluchtelingen hier', grapt hij. Hij komt steevast in het gezelschap van zijn vrouw, 'want alleen mag ik niet'.

Net zoals de meeste passagiers kijkt hij tijdens de vaart niet naar buiten. 'Na elf jaar zijn we wel op dat water uitgekeken', zegt hij. Volgens Bouwman is er voor mensen van zijn leeftijd weinig te doen. De cafes zijn niet meer zoals vroeger. Zolang de Dolfijn II in de vaart is zal hij daar zijn vertier zoeken. En anders? 'Dan misschien toch de bejaardensoos in Delfzijl.' Een kaartspelende man die elke week meevaart vertelt over de kennissen die hij aan boord heeft gemaakt. 'Het is de gewoonte, he', vervolgt hij. 'Je weet gewoon niet beter.'

Ook de spanning spreekt hem aan. 'Je zit tenslotte op een schip en dat kan nu eenmaal vergaan', zegt hij enthousiast. Leo de Jonge speelt een centrale rol tijdens de vaart. Hij maakt niet alleen muziek, maar fungeert ook als omroeper en presentator van het bingospel. 'Ik hoop dat iedereen er is', opent hij. 'Dus laten degenen die er niet zijn even hun hand opsteken, dan kunnen we beginnen.'

Tijdens de bingo-rondes is het doodstil. Al spelend nuttigen de deelnemers jenever en porties patat. Het staat blauw van de rook. Van tijd tot tijd kunnen de passagiers hun inkopen doen. 'Dames en heren, vergeet u vooral niet luxe, luxe, luxe onze parfumerie. En dan kunnen nu de nummers 300 tot 350 naar de supermarkt.' Terwijl het schip zich schommelend een weg baant door de Waddenzee laden de passagiers hun boodschappenmandjes vol met drank en sigaretten. Ondertussen klinkt uit luidsprekers de stem van de presentator: 'Als u nog aan de loterij wilt meedoen, gaat u dan even naar de WC, want de toiletjuffrouw heeft nog lootjes voor u.'

De Jonge doet zijn werk met plezier, 'al steek je natuurlijk niet de vlag uit als je drie keer per dag hetzelfde repertoire moet afwerken'.

Tussen het zingen door krijgt hij de meest uiteenlopende vragen te beantwoorden, varierend van 'Hoeveel inwoners heeft Borkum?' tot 'Weet u misschien waar de plastic draagtassen liggen?'

Stukjes

De band tussen het personeel en de vaste gasten is groot. Zo wordt het vlees van de heer Visser door de serveersters in stukjes gesneden, 'zodat hij net zo wordt vertroeteld als vroeger door zijn vrouw'.

De 73-jarige Visser neemt al dertien jaar onafgebroken deel aan de mini-cruise. 's Ochtends om kwart over zeven al vervoegt hij zich bij de rederij. Met iedere vaart gaat hij mee, zeven dagen per week, 52 weken per jaar. Hij speelt nooit mee met bingo ('Daar heb ik geen belang bij'). Zijn vaste stek is de stoel naast die van de toiletjuffrouw. 'Ik kom hier voor de contacten', legt hij uit. 'En de toiletten zijn daarvoor een goede plek, want wie er ook aan boord zijn: ze moeten altijd naar de WC.'

Anekdotes over de duizenden keren dat hij inmiddels is meegevaren heeft hij niet voorradig, 'want het is hier toch eigenlijk alle dagen hetzelfde'.

Aan overige vormen van vertier of wellicht eens een tochtje op een andere boot moet hij niet denken. 'Nee, daar vind ik niets aan. Dat komt, daar ken ik niemand.'

Visser ontbijt, luncht en dineert dagelijks op de Dolfijn II. Als het schip eens een dag niet vaart komt hij zijn bed niet uit. 'Misschien is het wel een verslaving', geeft hij toe. 'Voor mij bestaat er niets anders meer dan de Eemshaven-cruise.' Foto's Leszek Sczaniecki