Eco-kunstenaar in homeopathische winkel van Sinkel

Paddestoelen, grassen, zaaddozen, takken, bessen, bloemen en wortels. Ze liggen in gedroogde vorm in keurige hoopjes uitgestald op twee meterslange repen ongebleekt katoen in het Gemeentemuseum in Arnhem. De vele tinten oker, aardebruin, mosgroen, zachtgeel en die enkele toefjes fel rood en wit zijn een lust voor het oog.

De Nederlandse kunstenaar herman de vries (de vries wil geen gebruik van hoofdletters: hij houdt niet van hierarchie), die al zo'n twintig jaar in Zuid-Duitsland woont, verzamelde de groeisels in vele uithoeken van de wereld. Hij determineerde ze, onderzocht hun genezende of geestverruimende werking en stelde daarover een mooi, dik boek samen, 'natural relations, eine skizze'. Er staan verwijzigingen in naar eeuwenoude kruidenboeken, maar ook gebruiksmethoden, tekeningen en foto's. De Grieken en Romeinen stopten bijvoorbeeld galium aparine in hun wijnen als middel tegen schorpioen- en slangebeten. En met galium verum zou men kanker kunnen bestrijden, maar ook de pijn van brandwonden en huidaandoeningen kunnen verzachten. De eigenschappen van ruim tweeduizend planten van peterselie en nootmuskaat tot papper bhang uit New Delhi en het bloedstelpende Fuchs' kruiskruid uit de Balkan worden erin onthuld. Behalve deze botanische collectie laat de vries in het Arnhems museum enkele ambachtelijk vervaardigde en archeologische werktuigen zien, zoals dorsvlegels, vuurstenen bijlen en Romeinse kookpotten. In een andere zaal ligt nog een tapijt van kleine, gedroogde, rode roosjes, zonder doornen. Hoe lekker een dergelijke hemelse vloerbedekking van 24 vierkante meter ruikt, behoeft geen verdere toelichting.

Was het maar bij deze twee zalen gebleven, maar de vries moet ons ook nog een video voorschotelen, over een geklede en later ontklede dame die dromerig door bossen en velden huppelt. Een geestverruimend middel brengt haar in zoverre in extase dat ze onder het zonovergoten gebladerte boombasten betast, 'relaxed' in een modderpoel spartelt, zich te ruste legt op een bed van mos en boomblad, en zich daarna weer keurig de troep van het lijf wast. Een weemakende reclame-spot voor het 'alles overrompelende natuurgebeuren'.

Geitewollen sokken

De bioloog Herman de Vries, die in de jaren vijftig in dienst was bij de Plantenziektekundige dienst in Wageningen, houdt zich al zo'n dertig jaar met kunst bezig. Op de tentoonstelling 'Galerie 31' die tot 19 augustus in het Dordrechts Museum te zien is, hangen enkele vroege werken; een versleten doek en een flink verfomfaaide papiercollage, een vod dat je onder elke verouderde drukpers kan aantreffen. Ze dateren uit eind jaren vijftig, toen hij aan de zijlijn betrokken was bij de Nulgroep van Armando en Henk Peeters. Een samenwerking, waarover de hoofdrolspelers zich in het boek De Nieuwe Stijl 1959-1966 niet al te enthousiast uitlaten. De vries was 'een lulhannes', meent Armando. Henk Peeters schrijft: 'Zo een met een baard en geitewollen sokken op sandalen. Nee, wij waren heel bang van dat soort artiesten en dat ben ik nog steeds. Wij presenteerden ons bij voorkeur als nette zakenmannen.' In die periode bekommerde de vries zich om afbraakprocessen, er ontstonden ook mooie, Schoonhoven-achtige reliefs. Later, onder invloed van het Zenboeddhisme, ging het om het continue proces van groei en afbraak. Weer later draait zijn leven om het reizen en wonen in andere culturen, om het volstrekt een zijn met de natuur: ich bin was ich bin flora incorporata, zoals hijzelf zegt.

In de tussentijd kocht de Rijksdienst Beeldende Kunst een baal gedroogde roosjes, die af en toe vervangen moet worden. Het Groninger Museum bouwt al jaren gestaag aan een eigen 'collectie de vries', die inmiddels zo'n honderd werken omvat. Nu men zich wereldwijd bewuster lijkt te worden van de schade die aan land, lucht en water is en wordt toegebracht, krijgt het oeuvre van de vries een actuelere impact, alsof hij al decennia lang precies wist hoe slecht de wereld ervoor stond, alsof hij als eco-kunstenaar de teloorgang voorzag van wat destijds onverwoestbaar en onuitroeibaar leek; de tientallen plantesoorten bijvoorbeeld die alleen zijn eigen tuin in Eschenau al oplevert, en die hij samenbrengt als een grote collage. De schepping voorziet in alle geuren en kleuren. Zie, hoe mooi het is, zie hoe de mens er een puinhoop van maakt; deze en andere zorgelijke gedachten roept de homeopathische winkel van Sinkel op, die daar, op de grond in Arnhem ligt uitgestald. Ontroerend, hoe een kunstenaar zich zo consequent en intensief bezighoudt met alles wat groeit en bloeit, in een omgeving die ver verwijderd is van de lawaaierige, grootsteedse opwinding. 'Romantiek' noemt men dat nu. Als we de vries moeten geloven is zijn werk uitsluitend wat het is; hij wil alleen tot nadenken aanzetten. Inderdaad, er is niet meer dan er is en dat is ook het bezwaar dat aan deze tentoonstelling kleeft. Zijn archeologische oogst van nabije en verre boswandelingen mist een kunstzinnige gelaagdheid, een duidelijke inhoudelijke visie. Zijn werk ligt uitsluitend mooi te zijn. Je kunt zijn verzameling ter kennisgeving aannemen. En dat is het dan.