De opvallende levensstijl van het natuurmens Bob Roll; 'Sponsors schuld van doping'

REVEL, 17 juli In vergelijking met begin vorig jaar is Bob Roll uiterlijk onherkenbaar. Destijds was de Amerikaan een bijzonder opvallende verschijning in de behoudende wielerwereld: aan alle vingers droeg hij grote ringen, om een pols een brede armband en aan zijn rechteroor slingerde een amulet. Alles was van zwaar zilver, handwerk van de indianen. En zat hij niet op de fiets, dan trok hij nog wel eens een broek van luipaardhuid aan.

Roll ziet er in deze Ronde van Frankrijk beschaafd uit, zeer tot genoegen van de leiding van 7-Eleven. De teambazen van de sponsor ergerden zich zo aan het uiterlijk van de coureur, dat ze hem passeerden voor de Tourploeg van 1989. De 29-jarige Roll beklaagde zich over dat aangedane onrecht en dreigde zelfs met fietsen te stoppen. Maar in de wildernis van de Sierra Nevada, waar hij de afgelopen winter in alle eenzaamheid doorbracht, bedacht hij zich. Hij verscheurde de brief waarin hij zijn werkgever om zijn ontslag vroeg.

Al drie jaar lang brengt Roll de maanden november en december door in het gebied ten noordwesten van 'Death Valley'.

In zijn eentje to clear my mind. Om weg te zijn uit de hectische wielersport en om te trainen. Hij bewoont er een zelf gebouwde hut, zonder electriciteit en gas. 'De dichtst bij wonende buren', zegt Roll, 'wonen veertig mijl ver weg. En om de harde weg te bereiken moet ik zeven mijl skieen. 's Ochtends sta ik daar altijd vroeg op; je ziet dan je adem, want het is nooit warmer dan drie, vier graden. Dus moet 't vuur snel aan.'

Hert

Een keer in we week trekt Roll naar de stad voor de nodige inkopen. Vlees is niet nodig, 'want', vervolgt Roll, 'ik eet elke dag hert. Er zijn er volop. Als ik in de bush aankom schiet ik er een met pijl en boog.'

Dat heeft hij van bevriende indianen geleerd. De natuurmens Roll doet op zijn eigen manier aan de voor een renner onontbeerlijke krachtoefeningen. Hij hakt hout en klimt in de hoogste bomen. 'En 's avonds? Dan draai ik plaatjes, jengel ik op mijn gitaar of pak ik mijn harmonica. Country- en westernsongs en Ierse volksmuziek hoor ik het liefst.' Die voorkeur kan volgens Roll te maken hebben met zijn afkomst. 'Mijn opa van moeders zijde kwam uit Ierland. De voorouders van mijn vaders kant kwamen driehonderd jaar geleden uit Duitsland. Een soort pelgrims, die nooit iets deden wat de bijbel verbood.'

Dat laatste geldt zeker niet voor Roll. Als zeventienjarige verliet hij de ouderlijke woning om in Oakland te gaan zwerven. Als lid van een jeugdbende dreigde hij compleet aan lager wal te raken. 'Een harde tijd', weet hij nog. 'Ik moest voortdurend oppassen voor de politie en dikwijls was een stukje park mijn slaapkamer.' Omdat geld voor een auto uiteraard ontbrak verplaatste Roll zich veelvuldig per fiets. Zo leerde hij trimmers kennen, die hem op lange tochten meenamen. Roll klom uit het dal. 'Ik ging aan het werk als kok, als nachtwaker en als timmerman. Soms had ik twee jobs tegelijk. Dit was toch een beter leven dan dat van de zwervers.'

Roll maakte als wieleramateur zo veel vorderingen dat hij in 1985 een profcontract kreeg voorgelegd. Geld was voor de knecht uit Santa Fe nooit belangrijk. 'Ik fiets vooral voor mijn plezier.'

Gedrag

Roll, die in de klassiekers met de subtop meekan maar in de Tour helper is van Andy Hampsten en Steve Bauer, zegt puur natuur te rijden. 'Pakt iemand van onze ploeg trouwens doping', legt hij uit, 'dat is het meteen wegwezen, ontslag. Ik verafschuw stimulerende middelen. Je kunt toch niet je toekomst en die van je familie op het spel zetten? Hoe vertel ik het mijn vrouw, als ik op 45-jarige leeftijd ineens kanker krijg als gevolg van die rommel? In Europa denken ze daar gemakkelijker over. Bewijzen kan ik niks, maar ik denk dat negentig procent van de renners wel eens slikt. Dat kun je aan hun gedrag zien en uit hun gesprekken horen.' Roll meent dat vooral de sponsors schuld hebben aan het dopinggebruik. 'Die dwingen de renners een overladen programma te rijden. En ze mogen nooit laten blijken dat ze moe zijn. Vandaar al die pillen en spuiten. Maar ze zijn in wezen wel bekaf. En ze zien er in de Tour de France ook stukken ouder uit dan in de voorjaarskassiekers. Ik niet, mijn uiterlijk is nog hetzelfde als toen ik achttien jaar was.' Nog twee competities wil de aparte Amerikaan door. 'Want in december trouw ik en ik kan mijn vrouw toch niet het hele seizoen in Amerika achter laten? En wat dan? Ik heb niet veel geld aan het wielrennen overgehouden. Dus zal ik weer kok worden, of nachtwaker of timmerman. In elk geval gaan mijn vrouw en ik dan 's winters weer naar mijn blokhut in de wildernis. Lekker ver weg van de drukke mensenmassa's in het overbevolkte, overspannen Californie. Heerlijk.'