De huisapotheek van de basisschool

Minister van Kemenade zag het in de jaren zeventig zonnig in: met de invoering van het basisonderwijs zou het speciaal onderwijs, toen nog buitengewoon onderwijs geheten, sterk in omvang afnemen. De toekomstige basisschool zou zich niet alleen richten op de gemiddelde leerling; zo'n school zou heel flexibel zijn en daardoor ook de meeste kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden kunnen opvangen. Hier was eindelijk eens een onderwijsideaal dat geen geld kostte, maar geld opleverde.

De achtereenvolgende bewindslieden hebben zich zonder uitzondering sterk gemaakt voor de zorgverbreding, zoals de extra aandacht voor kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden werd genoemd. Helaas, de werkelijkheid bleek tot nog toe taaier: in de vijf jaar sinds de invoering van de basisschool is het speciaal onderwijs niet gekrompen maar gegroeid.

Voor die groei zijn allerlei redenen, maar waar het zeker niet aan gelegen heeft is gebrek aan informatie. Toen bekend werd dat zorgverbreding een van de pijlers van de basisschool moest worden, verscheen er een bonte stroom artikelen, ideeen en speciale leermiddelen. Het was eigenlijk teveel. Veel leerkrachten verdwaalden in al de losse suggesties. Orthopedagoog Luc Koning, werkzaam bij een schoolbegeleidingsdienst, stuitte als schoolbegeleider steeds weer op dit probleem. Hij bedacht een manier om de informatie systematisch te ordenen. Zo ontstond de orthotheek, als het ware de huisapotheek van een school.

Kinderen die niet spelen

Wat Koning voor ogen stond was simpelweg een kast met ordners, mappen, boeken en leermaterialen. Er moest materiaal voor kinderen met leer- en gedragsproblemen in staan, maar ook informatie gericht op kinderen die een slechte werkhouding hebben, niet kunnen spelen of zich bijvoorbeeld slecht bewegen. De bedoeling was dat onderwijzers voor elk probleem in een oogwenk de oplossing konden naslaan.

Koning:' Gebruikersvriendelijkheid voor leerkrachten zonder orthodidactische achtergrond stond voorop. Als een kind moeite heeft met deelsommen, moet een onderwijzer concrete suggesties kunnen vinden om daar verbetering in te brengen. Maar het is ook belangrijk dat hij met behulp van de orthotheek kan uitzoeken, welke van die suggesties hij nou het beste voor dat ene kind kan gebruiken.' Het klinkt eenvoudig, maar de uitwerking van de orthotheek heeft Koning heel wat jaren gekost. Op het lanceren van het idee heeft hij een hele reeks publikaties laten volgen. Hij heeft beschreven hoe een school met het door hem bedachte systeem kan werken, en de formulieren ontwikkeld die daarbij nodig waren. Ook schreef hij aanvullende artikelen en bundelde suggesties van anderen. Nadat hij had vastgesteld voor welke orthotheek-onderdelen er praktisch gerichte handboeken moesten komen, heeft hij een aantal daarvan zelf geschreven.

Werken met de orthotheek begint met het opsporen en de diagnose van problemen. Het opsporen kan spontaan gebeuren, als de onderwijzer ziet dat een kind opvallend gedrag vertoont, of merkt dat het niet zo goed leert. Hij kan het ook systematisch aanpakken, door de leerlingen regelmatig te observeren (observatielijsten: in de orthotheek) of de kennis van de kinderen te toetsen (toetsbladen: idem). Bij diagnose gaat het erom het opgespoorde probleem zo nauwkeurig mogelijk te omschrijven. De factoren die een rol spelen zijn niet alleen 'technisch' van aard. De onderwijzer betrekt er meer factoren bij, zoals de wisselwerking tussen kind en leerkracht. Bij een kind met leer- en gedragsproblemen is er vaak sprake van de kip en het ei.

Vervolgens beslist hij welke hulp het kind nodig heeft. Zijn de sociaal-emotionele problemen het belangrijkst, dan raadpleegt hij bijvoorbeeld het pakket 'Gedragsproblemen van A tot Z'. Daarin heeft Luc Koning suggesties gebundeld ter verbetering van opvallend gedrag, van Aandachttrekken tot Zwijgen. Meestal echter gaat het om leermoeilijkheden. De afdeling over dit onderwerp wordt het meest gebruikt. Voor bijna alle moeilijke hobbels die een kind tegenkomt als het leert lezen, schrijven of rekenen vindt de leerkracht er orthodidactische oefeningen. Daar zijn ook ideeen bij die bruikbaar zijn tijdens de gewone lessen.

Als het materiaal is verzameld, schrijft de onderwijzer een zogeheten handelingsplan. Daarin staat wat hij met de extra hulp wil bereiken en hoeveel tijd hij ervoor uittrekt. Pas dan gaat het kind met het materiaal aan de slag; zelfstandig in de klas, of in een aparte ruimte, begeleid door een extra leerkracht.

In de laatste fase, de evaluatie, bekijkt de onderwijzer of de hulp effect gehad heeft. Soms is een ronde van een paar weken genoeg. Vaker heeft de extra hulp resultaat gehad, maar is een vervolg noodzakelijk. Bij sommige kinderen slaat ook de extra hulp niet aan. Verwijzing naar het speciaal onderwijs komt dan dichtbij. De school schakelt een professionele orthopedagoog van de schoolbegeleidingsdienst in. Meestal vraagt de school trouwens al in een eerdere fase de hulp van een schoolbegeleider.

Tweeduizend gulden

Een complete orthotheek kost een school een kleine tweeduizend gulden. Dat is niet veel, en daarvoor is een reden. Orthotheken zijn niet kant en klaar te koop. Een school moet een orthotheek zelf opzetten. Een team dat de gedetailleerde instructies van Koning opvolgt, is ongeveer 160 uur zoet met het verzamelen, kopieren, opbergen en coderen van materiaal.

Die tijd is echter goed besteed. Na afloop heeft de school een fijnmazig, aan de eigen schoolsituatie aangepast systeem waarmee alle leerkrachten vertrouwd zijn. Want dat is een voorwaarde: dat alle onderwijzers meehelpen met het knip- en plakwerk. In de praktijk blijken alleen de mensen die hebben meegedaan met het opzetten van de orthotheek er gemakkelijk mee te werken. Wanneer een persoon het hele zaakje heeft opgezet, loopt het vaak niet.

Bij dit alles speelt het kopieerapparaat een belangrijke rol. De meeste boeken behandelen meerdere problemen; door gedeelten te kopieren kan bij ieder probleem al het begeleidingsmateriaal naast elkaar geplaatst worden. De meest gekopieerde auteur is Luc Koning zelf. Het betekent dat de royalties die hij ontvangt over de verkochte orthotheek-literatuur, bij lange na niet opwegen tegen de tijd die hij heeft gestopt in het bedenken, uitwerken en promoten van zijn idee. Maar zijn drijfveer was ouderwets onderwijsidealisme. Koning schat dat inmiddels tweederde van alle basisscholen een volledige of gedeeltelijke orthotheek in huis heeft.

Dat is een hoog cijfer. Toch groeit het speciaal onderwijs. Het werpt de vraag op of scholen hun orthotheek wel goed gebruiken. Of is het zo dat leerkrachten door de orthotheek vooral goed zijn geworden in het opsporen van problemen? Koning:' Natuurlijk stelt het aantal aanmeldingen voor het speciaal onderwijs teleur. Maar dat wil niet zeggen dat het basisonderwijs 'dus' faalt. Veel leerkrachten gebruiken de hulpmiddelen uit de orthotheek met veel betrokkenheid en goede wil. Die constatering heeft mijn idealisme uit de begintijd ook altijd gevoed.'

    • Paul Stapel