De Barneveldgroep

Het zomernummer van het blad van de geschiedenisstudenten van de UvA lees je in een zomermiddag uit. In een tijd dat de historische produktie zo groot is dat geen mens het kan bijhouden, is dat alleen maar een verdienste.

Boris de Munnick beschrijft in het artikel Uitverkoren in uitzondering? het verhaal van de zogeheten Barneveldgroep. Deze ontstond nadat de secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken, mr. dr. K. J. Frederiks, gedreigd had af te treden als de Nederlandse joden gedeporteerd zouden worden. Omdat de Duitsers geen ambtelijke onrust wensten, werd in de zomer van 1942 zijn verzoek ingewilligd om enkele joden vrij te stellen van Arbeidseinsatz. Door in te spelen op de rivaliteit tussen twee hoge nazi's wist Frederiks het aantal door hem beschermde joden flink uit te breiden. Ook overreedde hij de secretaris-generaal van Opvoeding, Wetenschap en Cultuurbescherming, professor Van Dam, om zo'n lijst op te stellen.

Om op een lijst te komen moest men 'verdienstelijk Joods Nederlander' zijn. Het waren voornamelijk notabelen: juristen, musici, hoogleraren, onderwijzers, doktoren en enkele hoge militairen, maar lang niet alle 'verdienstelijke' joodse Nederlanders kregen een plaats. Een klasse, het joodse proletariaat, ontbrak geheel.

Iedereen die op de 'lijst-Frederiks' of '-van Dam' geplaatst was, mocht in zijn eigen woning blijven wonen en had een verklaring waarop stond dat hij niet op transport gesteld zou worden. Dat bleek niet afdoende bescherming bij razzia's. December '42 kreeg Frederiks toestemming zijn beschermelingen op het leegstaande kasteel De Schaffelaar in Barneveld onder te brengen. Toen het kasteel te vol werd, werd de nabij gelegen villa De Biezen in gebruik genomen. Vanaf december '42 tot september '43 woonden er 675 joden.

Het was een merkwaardig bestaan in Barneveld. Enerzijds was het een oase van rust. Terwijl overal in Nederland razzia's werden gehouden, probeerde men op Barneveld het gewone leven zoveel mogelijk doorgang te doen vinden. Er was onderwijs. In mei '43 werd zelfs eindexamen gehouden. Voor Nederlands konden de kandidaten kiezen uit negen opstel-opdrachten, waaronder: 'Huismoederzorgen in oorlogstijd' en 'Zondagsviering'. Aan de andere kant was voor iedereen duidelijk dat dit leven een farce was. Op 29 september 1943 werd de groep ondanks alle beloftes toch naar Westerbork, en van daaruit verder naar het oosten, getransporteerd. Maar het grootste deel van de Barneveldgroep overleefde de kampen.

De vraag of het wel juist was om bescherming te zoeken, is volgens De Munnick naoorlogse luxe. Bovendien is het de verkeerde vraag. Hij citeert prof. mr. D. Simons, lid van de Barneveldgroep. Zijn zoontje werd tijdens het verblijf in Barneveld ziek en werd overgebracht naar een ziekenhuis in Amsterdam. Simons kreeg toestemming hem daar te bezoeken. In de trein zag de conducteur zijn ster. Hij begreep dat de heer Simons in Barneveld geinterneerd was en vroeg hem waar hij meende dat voorrecht aan te danken te hebben. Simons antwoordde dat veeleer de vraag moest worden gesteld, met welk recht de meerderheid van de joodse bevolkingsgroep gedeporteerd werd.

Uitverkoren in uitzondering? biedt geen nieuwe gezichtspunten, maar registreert een stukje verleden. Dat geldt ook voor de andere artikelen in Skript. Anne Gevers beschrijft 'collectieve actie' in een Ierse vallei in 1906 en 1925 en Annemarieke Boersma zet de politiek van de Chinese Volksrepubliek in de Koreaanse oorlog op een rijtje. Het is allemaal wat voorspelbaar en braaf, en hier en daar echt naief, zoals in het interview met Natalie Zemon Davis, waarin de Grande dame van mentaliteitsgeschiedenis moet antwoorden op de vraag of haar werk van blijvende waarde is voor de geschiedwetenschap.

Skript historisch tijdschrift. Jaargang 12 nr. 2, zomer 1990. ISBN 0165-7518. Abonnementen (vier nummers) fl. 19,50, giro 2624858 t.n.v. stichting Skript-tijdschrift, Amsterdam.

    • Miriam Krekel