China voert doodstraf in voor het drukken en verkopen vanporno

PEKING, 17 juli China heeft gisteren nieuwe regels uitgevaardigd die zware straffen, inclusief de doodstraf stellen op het drukken, verkopen, verspreiden en smokkelen van pornografische boeken, foto's en video's. De nieuwe regels werden bekendgemaakt tijdens een personferentie van het Opperste Gerechtshof, het Opperste Volksparket en het Censoraat, die alleen voor de Chinese media toegankelijk was. De nieuwe strenge regels zijn volgens plaatsvervangend opperrechter Lin Zhun nodig omdat de vorig jaar juli gelanceerde anti-pornocampagne te weinig effect sorteerde. 'De anti-pornocampagne scoorde aanvankelijk grote overwinningen, maar sinds maart van dit jaar heeft de porno weer haar lelijke hoofd opgestoken, aangezien de straffen niet streng genoeg waren', aldus Lin. Van juli vorig jaar tot mei dit jaar werden 785 gevallen van porno-vervaardiging en -handel geregistreerd en werden 1.162 gevangenisstraffen van drie jaar tot levenslang uitgesproken. Het Volksdagblad bericht dat China's in 1980 aangenomen wetboek van strafrecht niet meer toereikend is om paal en perk aan de porno-proliferatie te stellen. Het persbureau Nieuw China noemt de verspreiding van pornografie een belangrijke oorzaak van de snel toenemende jeugdmisdaad in China. Vorig jaar waren er 290.000 gevallen, 36 procent meer dan in 1988. Volgens het persbureau heeft onderzoek uitgewezen dat 60 procent van de seksuele misdaden in China direct beinvloed zijn door pornografisch materiaal.

Nieuw China toont verder een schreeuwerige hypocrisie die alleen verklaarbaar is door de primitieve anti-Westerse xenofobie in bejaarde kringen in China. Zo schrijft het persbureau dat pornografie en prostitutie schering en inslag waren in het oude China, maar na de 'bevrijding' in 1949 onderdrukt werden. 'De recente Westerse culturele infiltratie heeft echter geleid tot het opnieuw opdoemen van prostitutie en pornografie in China, hetgeen zeer zorgwekkend is.' Westerse diplomaten menen dat de heropleving van de anti-pornocampagne zeer duidelijke binnenlands-politieke oorzaken heeft. De oorspronkelijke campagne werd een maand na het bloedbad van 4 juni in Peking gelanceerd en omschreven als 'Vegen van geel (pornografie) en strijd tegen de zes verderfelijkheden: prostitutie, pornografie, drugs, gokken, handel in vrouwen en kinderen en tegen feodaal bijgeloof'.

De campagne was populair onder de in meerderheid conservatieve, puriteinse Chinezen en was er op gericht het door 4 juni zwaar geschokte vertrouwen in de regering op te vijzelen. Sindsdien heeft de regering een door de publieke opinie geeiste campagne tegen de alomtegenwoordige corruptie in het partij- en overheidsapparaat gevoerd, maar deze heeft weinig opgeleverd door het verzet van de kleine communistische familie-dynastieen, de zogenoemde 'privilegentsia'. 'Omdat ze geen tijgers (hoge corrupte functionarissen) hebben kunnen treffen, gaan ze weer intensiever geel vegen. Het volk juicht dit toe', aldus een Chinese journalist.

    • Willem van Kemenade