Berlijnse Muren voor schilders en Pink Floyd

BERLIJN, 17 juli Bij de Oberbaumbrucke, waar de Berlijnse muur nog helemaal overeind staat, is de East Side Gallery, volgens de bedenkers de 'grootste openlucht-galerie ter wereld'.

Trabanten razen over een brede verkeersweg aan de dubbele rij betonplaten voorbij, waartussen nog ongerept de 'strook des doods' met zijn wachttoren ligt. Hier zijn geen huizen, slechts fabrieken, vandaar dat hier de kostbare afbraak van de Muur nog op zich laat wachten. Het met betonplaten versperde U-Bahnstation is, net als de beroemde brug waarnaar het genoemd is, bezig in te storten.

Op de Potsdamer Platz wordt dezer dagen juist een nieuwe muur gebouwd, een gevaarte van twintig meter hoog en bijna 170 meter lang. Zaterdag wordt hier voor een menigte van naar verwachting 150.000 toeschouwers het muziekspektakel The Wall van Pink Floyd uitgevoerd, dat als thema heeft de strijd tussen individu en instituties.

Niet bekend

De East Side Gallery wordt geleid vanuit een kunsthandel in West-Berlijn. Een Oostberlijnse kunstenaar heeft de rechten op het gebruik van de binnenmuur aan de oostkant in handen. Zevenentwintig kunstenaars uit alle delen van de wereld hebben tot nu toe oppervlakken van 3,2 bij vijf of zes meter gevuld. Ursula Koch uit de DDR groet met een afbeelding van dieren 'alle kinderen van de wereld', Gunther Schaefer heeft de Davidsster in de Duitse vlag verwerkt. Dimitri Vroebel uit Moskou toont Brezjnev en Honecker in kleffe, broederlijke zoen. Verder veel symboliek en plechtigheid, met tekens van de dierenriem en hooggstemde bijschriften over vrede.

Op deze onbewoonde plek heeft niemand nog de moeite genomen een afbeelding over te schilderen of van graffiti te voorzien. Dat was wel anders op de plek waar de 'muurkunst' is bedacht, ontstaan en weer verdwenen, het stuk Muur aan de westzijde in het centrum van Berlijn. Kunstenaars, sommigen van naam, leefden zich uit en schilderden over het werk heen dat door geen auteursrecht wordt beschermd. In 1986 trok een groep voormalige DDR-burgers een kilometers lange streep door alle afbeeldingen, omdat ze zich ergerden aan de vermeende lichtzinnigheid van kunst op de Muur. Helpen deed dat niet: toen op negen november de Muur open ging, was hij weer over grote afstanden bont beschilderd en beschreven. Het museum 'Haus am Checkpoint Charlie' schreef zelfs prijsvragen voor originele schilderingen uit. En wie probeerde zijn werk met een copyrightteken te beschermen, kwam steevast van een koude kermis thuis.

Nu, negen maanden later, is het beschilderen van de Muur als daad nog maar een herinnering. Beeldhouwer Peter Unsicker, houder van de 'Wall Street Gallery' in de eens door de muur tot een steeg gereduceerde Zimmerstrasse, kan geen nieuw werk te kijk aanbieden. Er zijn alleen maar foto's. Voor zijn deur is nu weer een straat: achter de weggesleepte betonnen platen bleken de oude tramrails nog te liggen. Slechts verwaarloosde huizen en een overmaat aan lantaarnpalen herinneren hier nog aan de deling van de stad. Bij de voormalige grensovergang Checkpoint Charlie staat nog een stukje overeind en ernaast staan kleine ondernemers die beitels en hamers te huur aanbieden. Iedereen die dat wil kan 'muurspecht' worden en menige toerist grijpt zijn kans en neemt een zelf afgebikt stukje muur mee naar huis.

De DDR biedt de haar toebehorende betonplaten te koop aan. Een veiling in Monte Carlo bracht meer dan twee ton aan D-marken op, die ten goede komen aan het Charite-ziekenhuis in Oost-Berlijn. Goed dus maar dat aanvankelijke verbodsbepalingen van oostelijke zijde door de jaren heen waren genegeerd. Slechts bij de Brandenburger Tor slaagde de DDR erin, haar beton schoon te houden door aan de westelijke zijde maar nog wel op DDR-grondgebied een prikkeldraadversperring op te richten waarbinnen werd gepatrouilleerd. Het schilderen en schrijven was overigens niet meteen begonnen na de bouw van de muur in 1963, of de vervanging van baksteen door beton enkele jaren later, maar ontstond pas eind jaren zeventig.

Aan plannen om van de Muur iets van blijvende, kunstzinnige waarde te behouden ontbreekt het niet. Op de 'strook des doods' tegenover de Rijksdag, waar in het niet langer omgeploegde zand gele bloemetjes bloeien, wil een groep kunstenaars onder de naam 'Turm d'Art' een 'cultureel ontmoetingscentrum tussen Oost en West' vestigen. 'We zijn hier een maand geleden, toen de Oostduitse soldaten de zone nog in de gaten hielden, gewoon naar toe gegaan en hebben de officier van dienst gevraagd of we de toren mochten hebben. De volgende dag zei hij: 'Voor mijn part'. Sindsdien hebben de soldaten zich niet meer laten zien.'

Het idee heeft nog geen nadere vorm gekregen; wel heeft de bezoeker vanaf de toren een prachtig uitzicht over een natuurlandschap midden in de wereldstad.

Aan de DDR-grenspost bij Checkpoint Charlie, een ook al betonnen, duidelijk voor de eeuwigheid gedacht complex dat zich kennelijk niet zo makkelijk laat afbreken, hield een

oseksuele kunstenaarsgroep uit Leipzig vorige week een echte performance. De laatste wachthoudende DDR-politieagenten lieten zich goedmoedig op de foto zetten met opdringerige types in fantasieuniformen. Maar publieke belangstelling was er nauwelijks toen ene Klaus Rudolf, naar eigen zeggen in 1988 in een psychiatrische inrichting opgesloten nadat hij had geprobeerd de DDR-grenswachten bloemen aan te bieden, begon aan het lezen van een lange gedichtencyclus. Een poging om van het voor publiek nog gesloten S-Bahnstation Potsdamer Platz een ondergronds theater tussen de voortrazende treinen te maken, lijkt in de knop gebroken nu de Berlijnse pers de eerste voorstelling eensgezind als pretentieuze humbug heeft afgekraakt.

Nee, als The Wall voorbij is, is de Muur dood, politiek en artistiek, en keurig aangewezen expositiemogelijkheden als bij de Oberbaumbrucke lijken dat alleen maar te bevestigen. Een commissie uit het Oostduitse parlement, de Volkskammer, beraadt zich inmiddels over de vraag welke delen van de Muur als monumenten kunnen blijven staan. Daarmee moeten ze dan wel opschieten, anders laten de muurspechten er niets van over.

Over de geschiedenis van muurkunst: Hainz J. Kuzdas, Berliner Mauerkunst, uitg. Elefanten Press, Berlijn 1990, DM 19,50.

    • Raymond van den Boogaard