Albanie: saai dieet, maar nog geen honger

ROTTERDAM, 17 juli Als politieke krachten de Albanese regering niet tot hervormingen aanzetten, dan is de kans groot dat economische krachten haar daartoe zullen dwingen. De Albanese landbouw kan de explosief groeiende bevolking steeds slechter voeden. De landbouw, waar ruim de helft van de beroepsbevolkig werkzaam is, ondervindt almaar meer hinder van droogte.

In de winter van vorig jaar, de droogste in de afgelopen 40 jaar, viel in drie maanden geen druppel regen: zo'n vierduizend hectare graanvelden werd aangetast. De Albanese president en partijleider Ramiz Alia gaf onlangs op een partijbijeenkomst toe dat in de steden tekorten heersen aan groente, melk en vlees. Het communistische partijblad Zeri i Popullit (Stem van het Volk) sprak daarop openlijk over voedseltekorten.

De regering in Tirana beschouwt produktiecijfers en andere statistieken als staatsgeheim. Volgens E. Ulrich Cichy, Oost-Europa specialist van een economisch onderzoeksinstituut in Hamburg, heeft dat gedeeltelijk te maken met de slechte kwaliteit van de Albanese statistieken. Internationale organisaties als OESO en FAO (Wereldvoedselorganisatie) geven wel bruikbare cijfers.

Met een jaarlijkse toename van 2,1 procent heeft Albanie de snelst groeiende bevolking van Europa: elk decennium neemt ze met een kwart toe. De Economist Intelligence Unit (EIU) schat dat op dit moment in het kleine Balkanland 3,22 miljoen mensen wonen. Rond de eeuwwisseling kunnen dat 4 miljoen mensen zijn.

Aanvankelijk bood uitbreiding van het akkerland nog compensatie; door drooglegging van moerassen en het aanleggen van akkers op hellingen (terrassenbouw) kon het areaal verdubbelen (van ongeveer 300.000 hectare in 1950 naar 600.000 hectare op dit moment). Maar de bevolking verdriedubbelde bijna (van 1,22 miljoen in 1950 naar 3,22 miljoen). Zodoende daalde het akkerland per te voeden mond met ruim 20 procent (van een kwart hectare naar minder dan een vijfde hectare). Nieuw land winnen wordt steeds moeilijker. Albanie, bijna even groot als Belgie, bestaat voor ongeveer driekwart uit heuvelig en bergachtig terrein. In 1984 was ruim een derde van het oppervlak al voor voedselproduktie ingezet en een bijna evengroot deel begroeid met bos. In de periode 1980-1986 nam de hoeveelheid akkerland met 1,5 procent toe terwijl de bevolking ongeveer 15 procent groeide.

Gezien de beperkte mogelijkheden nieuw land te winnen, moet vooral produktiviteitsverbetering uitkomst bieden door loonprikkels en mechanisering van de landbouw.

Vorig jaar experimenteerde de regering in de landbouw met een meer prestatiegerichte beloning. Volgens Albanese statistieken die alleen percentages geven groeide de landbouwproduktie in 1989 met negen procent.

Hoewel ruim de helft van de akkers is geirrigeerd, moet in de Albanese landbouw de mechanisering nog grotendeels beginnen. De Economist Intelligence Unit schat dat er in de gehele Albanese landbouw ongeveer 7.000 tractoren zijn op ruim 700.000 werknemers. Veel wordt dus nog met de hand gedaan.

Voor het transport is nog maar een beperkt aantal, hoofdzakelijk oude Chineese en Russische, vrachtwagens beschikbaar. Binnenvaart is op de wilde, ongekanaliseerde rivieren amper mogelijk en het spoorwegennet bestaat uit maar een paar enkelsporige verbindingen die niet zijn geelektrificeerd. Dieren als muilezels zijn een belangrijk transportmiddel.

Op zeer beperkte schaal heeft Albanie Westerse middelen ingezet. Zo leverde Nederland een aantal jaren terug kassen voor het verbouwen van tomaten en komkommers in ruil voor een deel van de opbrengst in natura. De Albanese grondwet verbiedt buitenlands krediet aan te nemen zodat Albanie is aangewezen op ruilhandel die tot nu toe een beperkte omvang heeft.

Dank zij Westerse bronnen is het mogelijk om de ernst van de voedselsituatie globaal in kaart te brengen. Als vergelijkingsmaatstaf kan het buurland Joegoslavie dienen waarover de OESO consumptiecijfers publiceert.

Vlees is in Albanie een stuk schaarser dan in Joegoslavie. Volgens recente gegevens van de wereldvoedselorganisatie FAO zijn in 1987 in Albanie 1,7 miljoen runderen, varkens, schapen en geiten geslacht, goed voor 20 kilo vlees per inwoner. Dat is maar een derde van de hoeveelheid die de Joegoslaven volgens de OESO consumeren.

De ruim veertig kilo vlees die de gemiddelde Albanees jaarlijks minder kan eten dan zijn oosterbuur, valt wat betreft de calorieen gemakkelijk te compenseren met een evengroot extra portie graan zodat een jaarlijks portie van 210 kilo graan voldoende zou moeten zijn, in totaal 672.200 ton voor de huidige Albanese bevolking. Volgens de gegevens van de FAO kunnen de Albanese graanakkers dat voortbrengen. In 1987 is in totaal ongeveer een miljoen ton graan geoogst op 357.000 hectare. Een deel daarvan werd gebruikt als veevoeder, volgens een vuistregel 5 kilo per geproduceerde kilo vlees. Blijft over ongeveer 750.000 ton voor menselijke consumptie, wat voldoende is.

De melkproduktie was in 1987 ook groot genoeg. Er graasden 245.000 melkkoeien op de Albanese weiden met een totale produktie van 345.450 ton melk. Dat is per inwoner ruim 100 kilo, vergelijkbaar met de bijna 100 kilo die de Joegoslaven jaarlijks opdrinken.

De Albanese produktie van vis, fruit en peulvruchten is op basisvan de FAO-cijfers evenals het graan en de melk genoeg om het Joegoslavische consumptiepeil te evenaren. De voortbrenging van groente, aardappelen, suiker, eieren en wijn schiet daarentegen iets tekort.

Al met al kan de Albanese landbouw de bevolking een dieet bieden dat armer is dan in het buurland Joegoslavie. Doordat ter compensatie een groter portie graan beschikbaar is kunnen de Albanezen toch een voldoende hoeveelheid calorieen nuttigen zodat het een saai graandieet is zonder echte honger.

Het toekomstbeeld is somberder als het niet lukt meer land in gebruik te nemen. Bij gelijkblijvend oppervlak en produktiviteit zouden de naar schatting 4 miljoen Albanezen in het jaar 2.000 ieder nog maar 187,5 kilo graan per jaar hebben en met andere produkten nog verder achterraken bij het buurland Joegoslavie.

Een indruk van de mogelijke produktiviteitsstijgingen bieden de produktiviteitscijfers van de FAO (1987) van Albanie en zijn buurlanden Joegoslavie, Griekenland en Italie. Met het Italiaanse produktieniveau zou de Albanees in het jaar 2.000 bijvoorbeeld 76 kilo aardappelen ter beschikking kunnen hebben tegen 35,4 kilo zonder produktiviteitsverbetering.

Voor een dergelijk resultaat zal Albanie grootscheeps technische hulpmiddelen uit het buitenland moeten invoeren. Door het verbod tegen krediet te kopen blijft de landbouwsector in een vicieuze circel steken: voor produktiviteitsverbetering is extra invoer van Westerse produktiemiddelen nodig, maar die kunnen pas komen als er genoeg produktie is om ze tegen te ruilen. Als die cirkel niet wordt doorbroken, zal de voedselsituatie bij aanhoudende bevolkingsgroei alleen maar verslechteren.

Dit is het eerste deel van een serie van twee over de economie van Albanie.