'Vogelbescherming loopt 10 jaar achter'

ZEIST, 16 juli Bij de bescherming van vogels loopt Nederland tien jaar achter op de rest van Europa. Die achterstand dreigt nog veel groter te worden omdat de Raad van State zo kritisch heeft geoordeeld over het voorontwerp voor de flora- en faunawet van minister Braks dat dat door het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij bijna volledig moet worden herschreven.

Dat zegt directeur S. Woldhek van de Nederlandse vereniging voor vogelbescherming in een brandbrief die hij mede namens andere natuurbeschermingsorganisaties aan minister Braks heeft geschreven. Volgens de vijf organisaties schiet de Nederlandse wetgeving op het gebied van flora- en faunabescherming ernstig te kort en voldoet Nederland nog steeds niet aan de internationale, inmiddels tien jaar oude verplichtingen van de Europese vogelrichtlijn van 1979. Volgens de natuurbeschermers zouden eigenlijk alle planten en gewervelde dieren onder wettelijke bescherming moeten worden geplaatst. Maar de minister wil zo ver niet gaan. De vogelbeschermers zijn bang dat adequate wetgeving voor het behoud van flora en fauna nog lang op zich zal wachten en baseren die vrees op de tekst van het zeer kritische advies dat de Raad van State heeft uitgebracht over het voorontwerp van de flora en faunawet dat zij in december 1989 van minister Braks had ontvangen. In deze wet had de integratie van de Vogelbeschermingswet (1936), de jachtwet (19540 en de Natuurbeschermingswet (1967) moeten worden geregeld en had moeten worden vastgesteld welke planten- en dierensoorten zijn beschermd.

Bij het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij is het oordeel van de Raad van State hard aangekomen. Hoewel het ministerie niets mag zeggen over het advies van de Raad van State op het werk van zijn juristen staat vast wel dat Braks' juridische dienst een 'ingrijpende aanpassing' van het voorontwerp van wet onvermijdelijk vindt. Dat blijkt uit een interne brief van adjunct-directeur juridische zaken, mevrouw mr. J. L. D. Heukers aan de leden van de staf van minister Braks. Heukers schrijft daarin dat de Raad van State betwijfelt of in het wetsontwerp sprake is van voldoende integratie van de drie natuurbeschermingswetten. Ook meent zij dat het voor het ministerie steeds lastiger wordt om verweer te voeren tegen de internationale verwijten dat Nederland in gebreke blijft op het gebied van de vogelbescherming. In de afgelopen jaren alsook in 1990 is Nederland wat dat betreft al meermalen door het Europese hof van justitie berispt, onder meer waar het gaat om de jacht op kraaien, jagen met ongeoorloofde middelen en het rapen van kievitseieren. Volgens de Vereniging voor vogelbescherming zal verbetering van het voorontwerp van de flora-en faunawet door het ministerie nog zeker drie a vier jaar vergen, maar mag uitbreiding van de natuurbeschermingswetgeving ondertussen niet achterwege blijven. Directeur S. Woldhek, die inmiddels tot directeur van het Wereldnatuurfonds-Nederland is benoemd, zegt dat vooruitlopend op de flora-en faunawet snel voor 'reparatiewetgeving' moet worden gezorgd. Ook het ministerie wil dat. Het is van plan in de Vogelwet van 1936 en in de Jachtwet spoedig een kleine 'noodvoorziening' op te nemen om aan de internationale verplichtingen te kunnen voldoen.

Vooral omdat het goederenverkeer in Europa in 1993 vrij wordt vindt Woldhek uitbreiding van de natuurbeschermingswetgeving bijzonder dringend. Wordt daarin niet voorzien dan vreest hij dat er tegen die tijd de illegale handel van bedreigde, uitheemse dieren- en plantensoorten sterk zal toenemen. Verder signaleert hij dat Nederland nog niets gedaan heeft aan uitvoering van het zes jaar geleden ook door Nederland bekrachtigde Verdrag van Washington over handel in uitheemse dieren en planten, zoals wilde vogels en ivoor.