Vertrek van Boris Jeltsin cum suis is tegenvaller voor Gorbatsjov

MOSKOU, 16 juli Met zeer gemengde gevoelens moet Michail Gorbatsjov op de afgelopen twee weken terugkijken. Het 28ste partijcongres heeft hem heel wat opgeleverd maar ook heel wat gekost. De pluspunten: Gorbatsjov heeft bewezen de partij nog aardig te kunnen manipuleren. Ondanks de vernietigende kritiek op zijn beleid heeft hij zich comfortabel laten herkiezen en de partij zelfs de tweede man van zijn keuze opgedrongen, de Oekraiener Vladimir Ivasjko.

Ondanks verzet is hij erin geslaagd de rol van het politburo drastisch terug te dringen en de samenstelling zo te wijzigen dat de 'Ligatsjov-vleugel' is uitgeschakeld. Door noch de voorzitter van de KGB, noch de ministers van defensie en buitenlandse zaken in het politburo op te nemen heeft hij een nieuwe stap gezet op weg naar de scheiding tussen partij en staat. Door de partijsecretarissen van de 15 unie-republieken in het politburo op te nemen heeft hij de decentralisatie van de partij krachtig doorgezet, al is het vooralsnog niet gelukt de partij om te vormen tot een federatie, waarbij de republiekspartijen voortaan volmaakt vrij zullen zijn in programma en statuten. Door een sterk secretariaat te creeren dat zich met het dagelijkse werk zal belasten heeft hij voor zichzelf meer tijd gemaakt om zich aan zijn presidentiele taken te wijden. Bovendien heeft Gorbatsjov, gesterkt door zijn herverkiezing, zijn tegenstanders krachtig gewaarschuwd dat ze zijn beleid loyaal moeten uitvoeren en anders van het veld zullen worden gestuurd.

De minpunten: het congres heeft niet alleen hem, maar ook de bevolking opnieuw duidelijk gemaakt dat de partij wel degelijk een rem op de perestrojka is, dat het heel moeilijk, zo niet onmogelijk is consequent een politieke lijn door te voeren met een partij die zulke tegengestelde opinies verenigt, en dat de partij veeleer voor haar machtspositie vecht dan voor het heil van het volk. Het verzet komt daarbij vooral van conservatieve legerkringen en oude apparatsjiks, die maar niet willen begrijpen hoe gehaat ze bij het volk zijn. Bedroevend laag is daarbij het niveau van de discussies, die zich op zeer agressieve toon richten tegen elke poging een serieuze analyse te geven van de crisis in de maatschappij en in de partij. Dat ging zelfs zo ver dat de stalinistische truc van anonieme schotschriften tegen Aleksandr Jakovlev uit de oude doos werd gehaald. Een van de grootste problemen is het hardnekkige verzet tegen de invoering van de markteconomie, die voor veel communisten nog onverteerbaar blijft.

De allergrootste tegenvaller al kwam die niet als een verrassing is het vertrek van Boris Jeltsin, met in zijn kielzog de burgemeester van Leningrad, Anatoli Sobtsjak, en die van Moskou, Gavriil Popov. Dit is voor velen het teken hun partijlidmaatschapskaart in te leveren. Gisteren, tijdens een anticommunistische demonstratie aan de voet van het Kremlin, kondigden velen onder luid gejuich al aan dat ze die beslissing hadden genomen. Dit kan leiden tot het vertrek van de meest verlichte geesten in de partij. Jeltsin zei zelf zaterdag zijn vertrek als een 'tijdbom onder de partij' te beschouwen. De vraag is waar die partijleden naar toe gaan. Jeltsin, Popov en Sobtsjak hebben gezegd voorlopig tot geen enkele partij te willen toetreden, maar als staatsfunctionarissen in een meerpartijensysteem boven de partijen te willen staan. Het Democratisch Platform is dermate verdeeld dat het de vraag is of het het oprichtingscongres van een nieuwe partij, aangekondigd voor oktober, wel haalt. Enig alternatief bestaat er niet op dit moment, of het moest zijn het voorstel van de historicus Joeri Afanasjev om een brede maatschappelijke beweging zoals het Tsjechische Burgerforum op te zetten.

Behalve de brain drain uit de partij zou er ook een spontane beweging van onderop op gang kunnen komen. Jeltsin heeft daar in zijn toespraak tot het congres min of meer mee gedreigd en in Donetsk zijn mijnwerkers al overgegaan tot het verjagen van de partijcomites van het terrein van de mijnen. Lokale sovjets eisen steeds luider van de plaatselijke partijcomites om een eindje in te schikken in hun grote partijgebouwen en ruimte aan de krap behuiste staatsdienaren af te staan. Bij dit alles moet men niet vergeten dat de partij negentien miljoen leden telt en dat zelfs het vertrek van twee miljoen leden nog niet betekent dat de partij is uitgeschakeld.

Gorbatsjov heeft de partij te verstaan gegeven dat ze voortaan moet samenwerken met de sovjets en met andere partijen. Hij wil haar terugdringen in haar hok. De partij moet een normale plaats in gaan nemen in de maatschappij. Tegelijkertijd wil hij de partij nog gebruiken om de Sovjet-Unie bij elkaar te houden. Het probleem daarbij is dat de verschillen tussen de republiekspartijen steeds groter worden. In het politburo zitten nu zulke uiteenlopende figuren als de conservatieve Letse partijsecretaris Alfred Rubiks na het uiteenvallen van de Letse partij de secretaris van de Moskougetrouwe tak en de Russische partijsecretaris Ivan Polozkov naast de vooruitstrevende Moldavische partijsecretaris Petru Lucinschi en de Georgier Givi Goembaridze. Allen moeten zij op verschillende wijze het opbloeiende nationalisme in hun thuislanden het hoofd bieden en dat bepaalt hun houding ten opzichte van Moskou. De Estse partij, die in beginsel gesplitst is maar de definitieve beslissing tot na het partijcongres heeft uitgesteld, zal nu ongetwijfeld ook uiteenvallen.

De documenten die zijn aangenomen op het congres vertonen alle sporen van de compromissen die voortdurend zijn gesloten. Het democratisch centralisme is niet afgeschaft maar wel heeft de minderheid voortaan het recht zijn standpunt openlijk uit te dragen en te publiceren. Fractievorming is niet toegelaten, maar wel mogen partijleden zich in 'groepen' of op platforms organiseren. Op een punt hielden de militairen, die zich luidruchtig hebben geweerd, hun been stijf: dedepolitisering van leger en KGB het afschaffen van de partijcomites in die staatsorganen is onacceptabel. Gorbatsjov riep het hen na, maar liet wel in de statuten zetten dat de partij ook daar geen monopoliepositie mag hebben.

Nu Gorbatsjov het partijcongres achter de rug heeft en zich vastberaden heeft getoond niet van zijn politiek af te wijken krijgt hij meer tijd om zich aan zijn presidentschap te wijden. Dat zal waarschijnlijk resulteren in een uitbouw van de presidentiele raad, die tot op heden nog niet veel concreets heeft opgeleverd. Het partijcongres was nog niet afgelopen of hij vaardigde al een decreet uit dat het monopolie van de staatstelevisie Gosteleradio op losse schroeven zet. Radio en televisie moeten voortaan 'onafhankelijk zijn van politieke partijen en maatschappelijke organisaties'.

De radio- en televisiestations van de republieken krijgen grotere zelfstandigheid, de lokale Sovjets, maar ook maatschappelijke organisaties en politieke partijen, krijgen het recht op licensiebasis en met eigen financiering tv-studio's te openen en zendtijd te kopen. In zekere zin probeert Gorbatsjov hiermee de snelle ontwikkelingen voor te blijven door ze te formaliseren. Tegelijkertijd is het een duidelijke stap in de richting van de deideologisering van de staatstelevisie, die tot op heden stevig in handen was van de partij.