Verkoop van koopwoningen met premie verloopt stroef

DEN HAAG, 16 juli Van de 20.000 premiekoopwoningen die op het programma van 1989 stonden, waren er eind juni 12.000 verkocht, ongeveer 60 procent. Dit blijkt uit cijfers van de bemiddelende organen. Een woordvoerder van het ministerie van volkshuisvesting acht het vrijwel uitgesloten dat alle 20.000 woningen dit jaar nog zullen worden verkocht.

De cijfers van de bemiddelende organen, die advies geven over het verstrekken van gemeentegarantie aan eventuele kopers, bevestigen het beeld dat de bouw en verkoop van premie-A-woningen stroever verloopt dan voorheen. Als oorzaken worden beschouwd de strengere inkomensgrenzen die staatssecretaris Heerma sinds begin 1989 hanteert (de maximumgrens werd verlaagd van 51.000 gulden belastbaar jaarinkomen naar 43.500) en de gestegen hypotheekrente. Heerma heeft verzoeken van de Tweede Kamer en de bouwwereld direct maatregelen te nemen steeds afgewezen. Hij verlengde wel de periode waarbinnen een woning moet worden verkocht met drie maanden. Ook sprak hij met minister Kok van financien af dat de subsidie voor de premiekoopwoningen die in een bepaald jaar onbenut blijft, doorschuift naar latere jaren. In 1992 worden rente-afhankelijke premies ingevoerd. Volgens Heerma's woordvoerder zal de staatssecretaris in september of oktober beslissen hoeveel woningen uit het programma van 1989 doorschuiven.

Bij wijze van bezuiniging heeft het kabinet onlangs besloten volgend jaar 1500 gesubsidieerde woningen minder te bouwen dan het eerder van plan was.