Stan Getz: de eeuwige jeugd

Bird-winnaar 1990 in de categorie Amerikaanse Jazz-muziek Stan Getz, 63 jaar oud, kwam op in het Congresgebouw met een klein dochtertje aan de hand, als om zijn nog nimmer tanende jeugdigheid te illustreren. Vrijdagavond nam hij de trofee van het North Sea Jazz Festival in ontvangst en wees de jury op de 'melodische kracht van zijn saxofoonspel en zijn compromisloze muzikale genie'. Voor zijn Europese tournee door Frankrijk (Nice, Antibes) en Nederland (Den Haag) heeft hij zijn sextet meegenomen, bestaande uit drums, piano, bass en twee synthesizers. Getz zelf trad op als tenorsaxofonist en dirigent van het ensemble.

Met het geluid van de cool-spelende saxofonist Brandon Marsalis uit een der benedenzalen nog in mijn hoofd luister ik naar het lyrische, zo nu en dan in verrukte licks losbrekende spel van Getz. Hij opent het optreden met de titel van zijn laatste plaat, Apasionado. De synthesizers vormen een transparante, heldere achtergrond voor zijn tenor, een luchtigheid die drummer Terri Lyne Carrington versterkt door veelvuldig de ruiselende buisklokjes te beroeren. In de eerste akkoorden zingt in de verte het samba-nummer Desafinado mee, opgebouwd uit dezelfde melancholische melodielijnen.

Stan Getz is met zijn laatste werk teruggekeerd naar de samba en bossa nova periode uit het begin van de jaren zestig. Toen was de bezetting met de gitaar van Charlie Byrd uiterst eenvoudig, nu verrichten de synthesizers veel werk, leggen een waas van elektrisch gestuurde klanken en ritmen over het optreden. De simpele puurheid van voorheen, bestemd voor een danszaal met palmen aan weerskanten, is voorbij. De architectuur van nummers als Apasionado en het eveneens ten gehore gebrachte Coba is symfonisch, breed opgezet en majestueus stromend: muziek voor een grote zaal, zoals de PWA-zaal in het Congresgebouw.

Mijn liefde ging toch uit naar het slechts met een kwartet (zonder de synthesizers) vertolkte Slow Boat to China, Soulwise Ballad en Lonely Lady. Vooral in Slow Boat putte Getz een stuwende, meesterlijk voortgedreven kracht uit zijn saxofoon, bijgestaan door het obsederende pianospel van Kenny Barron. Die man beet met zijn vingers in het klavier, stootte er prachtig staccato uit omspeeld door gevoelvolle miniaturen.

Met Lonely Lady betoonde Getz zich de man die op onvergelijkbare wijze ballads kan spelen. Zijn ogenschijnlijk moeiteloze beheersing van de tenor, vaak alleen bespeeld met de linkerhand terwijl de rechter langs zijn lichaam neerhing, gaf iets vervoerends aan het spel. Hier was de saxofoon hot en zwierig tegelijk, af en toe dalend in de diepste registers. De sfeer van Lonely lady had iets weg van een nachtclub, broeierig, afwachtend, nu eens timide dan weer agressief. Zo klonk ook de toegift, uitgevoerd door piano en tenor: Getz zittend op een barkruk, de saxofoon losjes tussen de knieen. Het samenspel was intiem en omfloerst, door Getz beheerst door die fameuze lang uitgesponnen lijnen waar de piano doorheen en omheen gleed. Na het concert kreeg hij een bos bloemen van een bewonderaarster aangereikt. Een bos: dat illustreerde het spel van een muzikaal genie die met zijn saxofoon tegen elke toehoorder afzonderlijk spreekt.