ROLSTOEL-RACEN ALS EEN ELITESPORT

Tussen medeleven en bewondering, hobbyisme en topsport worden in Assen dezer dagen de Wereldspelen voor gehandicapten afgewerkt. Maandenlang heeft de minder valide mens zich aan zware inspanningen onderworpen voor het evenement dat oude discussies doet herleven.

Bijna wanhopig strompelt de Fransman rond zijn gestroomlijnde rolstoel. Bij een opwarmronde voor de halve finale over honderd meter is zojuist een onderdeel verwrongen geraakt en of de vrijwilligers bij de reparatiepost nu een snelle oplossing weten. Een mecanicien grijpt naar de zaag, maar die handeling komt hem op een theatrale tirade van de vrouw van de Franse wheeler te staan. Uit een stroom van gebarentaal wordt uiteindelijk toch een mildere oplossing geboren en behoeft de maandenlange voorbereiding op de Wereldspelen voor gehandicapten in Assen niet via een zaagsnede in mineur te eindigen.

Op de atletiekbaan bereidt Roelof Keen zich inmiddels voor op de halve eindstrijd. Hij is nerveus en klaagt over de naar zijn mening te zachte ondergrond die zuigt aan de banden van zijn rolstoel. 'Neen, andere banden kan nu niet meer. Ik kan toch niet zomaar met ander materiaal in een wedstrijd uitkomen. Alles is op elkaar afgesteld.'

Met gespannen blik rolt hij verder. Onder het vuurrode Spiderman-pak bollen de rug- en bovenarmspieren. De handen waarmee hij de wielen aanduwt zijn verborgen in forse handschoenen.

Vorig jaar november is Roelof Keen met de specifieke voorbereiding op de Wereldspelen begonnen. Na de fase van krachttraining heeft hij zich vooral in de laatste maanden toegelegd op snelheidsoefeningen in zijn persoonlijk aangemeten en uit Florida afkomstige stoel. 'Met behulp van de computer is de ideale afmeting berekend. Je moet je immers een voelen met de stoel. Ik ben hier wel tevreden over, hoewel de kans groot is dat over een jaar mijn racestoel al weer is verouderd. De ontwikkeling gaat nog steeds bijzonder snel, juist op dit soort evenementen leer je nieuwe technieken kennen. En dan blijkt dat degene met het meeste geld vaak toch de beste prestaties levert. Er is hier geen stoel aanwezig onder de vijfduizend gulden en daarmee ontwikkelt deze atletiekvorm zich als een elitesport.'

Hoog hek

Roelof Keen komt op in Assen uit op zeven onderdelen van het wheelen, inclusief de complete marathon. Er is hem veel aan gelegen een aantal titels te veroveren. Hij leeft voor de gehandicaptensport, maar voelt zich nog altijd nauwelijks geaccepteerd. 'In Nederland leeft nog altijd de gedachte dat sport voor gehandicapten zich dient af te spelen in de achtertuin van de fysiotherapeut met een hoog hek er omheen. Deze wereldspelen zijn prima georganiseerd, maar de wijze waarop het evenement tot stand is gekomen geeft toch te denken.' Keen doelt daarbij op de nationale inzamelingsactie op 27 oktober 1988 in Aalsmeer, waar onder leiding van Mies Bouwman en een speciaal zangoptreden van de ministersvrouwen in een vijf uur durende televisie-uitzending 24 miljoen gulden aan de bevolking werd onttrokken. Met dit bedrag kan de organisatie in Assen het aanpassen en weer in de oorspronkelijke staat terugbrengen van de Johan Willem Friso-kazerne alsmede voeding, vervoer, beveiliging en materialen bekostigen. 'Toch was het weer typisch Nederlands die avond. De zielige toon die wordt aangeslagen, daarmee ben ik het volstrekt oneens. Heel even wordt de gevoelige snaar geraakt en de portemonnee gaat open', aldus een opgewonden Roelof Keen die zich voorts realiseert dat zonder de inzamelingswoede de Wereldspelen vrijwel zeker niet van de grond waren gekomen.

Het is evenwel de vraag hoeveel mensen deze maand de tocht naar Assen zullen ondernemen om daadwerkelijk te aanschouwen waarvoor zij bijna twee jaar geleden een bedrag hebben overgemaakt. De feestelijke opening zaterdag werd bijgewoond door naar schatting 18.000 mensen, maar dat aantal zal niet snel meer worden overtroffen. Daarvoor vormt de sport voor minder validen nog altijd voor velen een therapie die in sommige gevallen grenst aan een kermisattractie.

Rumoer

De valide mens realiseert zich nauwelijks hoeveel inspanning het de deelnemers kost de onderdelen af te werken. En zonder die kennis karakteriseert een toeschouwer die het begrip topsport in absolute zin hanteert een blind meisje dat onder luid applaus de speer nog geen tien meter van de afzetlijn werpt al snel als sportief hobbyisme. En voorts zal hij nog minder raad weten met het beoordelen van hardlopen voor spastici, discuswerpen vanuit de rolstoel of met de blinde Sovjet-deelnemer die op de tweede wedstrijddag op de tweehonderd meter sprint het begeleidende geluid van zijn coach, die hem daarmee in rechte lijn naar de finish begeleidt, in het rumoer van de toeschouwers verliest en op volle draf finaal de hekken in dreigt te lopen.

Ook het uitreiken in de periode tot 26 juli van naar schatting veertienhonderd medailles levert de gehandicaptensport nog altijd een imago op dat een ieder voor zijn inzet wordt beloond en dat van een werkelijke competitie derhalve geen sprake is. Toch dient de veelheid aan medailles te worden afgezet tegen het aantal klassen dat in Assen in vergelijking met het verleden al aanzienlijk is teruggebracht, hoewel van een eenluidend systeem nog geen sprake is. De organisatie is in elk geval tevreden met de huidige regeling, die voorkomt dat voor elk gebrek een aparte categorie in het leven wordt geroepen en voorts minder ruimte laat voor simulatie van handicaps door sporters om op dergelijke wijze een nog grotere kans op een medaille maken.

Woedt in Nederland al jaren de discussie welke factoren sportieve inspanningen nu verheffen tot topsport, in de Sovjet-Unie is dit kennelijk nog een vrij nieuw gespreksonderwerp, gezien de Russische reactie op de uitnodiging voor de Paralympics van 1980 in Arnhem. Toen liet de Sovjet-Unie weten geen afvaardiging te kunnen sturen, omdat het land eenvoudigweg geen gehandicapten kende. In Assen is de Sovjet-Unie voor het eerst vertegenwoordigd met een complete, 56 leden tellende delegatie, onder wie 41 minder valide sporters.

Discussie

Geconfronteerd met deze merkwaardige situatie wordt chef d'equipe Alexander Azarov overvallen door een lange, harde lach om vervolgens gedurende vijf minuten verwikkeld te raken in een discussie op boosaardige toon met zijn tolk. Dan volgt de verklaring. 'Ach, een verkeerde interpretatie van bovendien verkeerde informatie. U weet hoe dat gaat. Neen? Wel, ik denk dat we in 1980 eigenlijk geen goed team hadden. De unie voor de gehandicapte mens, waar de gehandicaptensport onder valt, is pas twee jaar geleden opgericht. Ik neem aan dat er organisatorisch destijds weinig kon worden geregeld voor de Paralympics.' Azarov geeft aan dat er thans in de Sovjet-Unie wordt gewerkt aan specifieke faciliteiten voor de gehandicaptensport, met als oogmerk dat ook deze bevolkingsgroep een plaats behoudt in de maatschappij. 'De publieke opinie hierover is de afgelopen vijf jaar sterk gewijzigd. De bevolking staat er vrij positief tegenover. Er worden overheidsprogramma's samengesteld die er speciaal op zijn gericht een gezonde vorm van leven te ontwikkelen. De Sovjet-Unie wenst namelijk de elite in de sport snel te vergeten.'