Ringelot

Begrippen die zijn afgeleid van een eigennaam worden wel eponiemen genoemd, maar men kan ze met evenveel recht 'naam-woorden' noemen. Onze taal wemelt van dit soort woorden, puur Nederlandse of leenwoorden die in het Nederlands zijn opgenomen. Het zijn er zeker meer dan duizend en men vindt ze op alle mogelijke gebieden: voedsel, kleding, seksualiteit, plantnamen, wapens, allerhande voertuigen (tot en met de zeppelin) en ga zo maar door. In deze zomerserie komen er een paar aan bod, te beginnen met REINE-CLAUDE, een woord dat in de Nederlandse dialecten in uitzonderlijk veel spellingsvarianten voorkomt, tot het zwaar verbasterde ringelot.

De koningin op wie dit woord teruggaat was niet erg mooi, maar wel heel aardig. Ze liep mank en staat te boek als mild, vroom en zachtmoedig. Claude werd in 1499 in Romarantin in Frankrijk geboren als dochter van Lodewijk XII en Anna van Bretagne. Al op haar vijftiende werd zij uitgehuwelijkt aan de man die op 1 januari 1515 als Frans I zijn schoonvader opvolgde op de Franse troon.

Haar schoonmoeder, Louise van Savoye, had een hekel aan haar en veel politieke invloed zou de jeugdige koningin Claude nooit krijgen. 'Zij stelde zich er tevreden mee', heet het ergens, 'de koning in tien jaar tijd zeven kinderen te schenken.'

Daarnaast hield ze zich onledig met het beheer van enkele koninklijke domeinen, vooral de gebieden rondom Blois.

Bij Blois werden in die tijd pruimen gekweekt. Koningin Claude was door haar goedhartigheid bij het volk erg geliefd en haar bijnaam luidde 'la bonne reine'. De tuinmannen van Blois deden er nog een schepje bovenop en noemden een zoete, sappige, groengele pruim naar hunvorstin. Anderen beweren dat reine Claude de pruimeboom naar Frankrijk haalde, maar dat is niet juist. Frans I wordt ergens omschreven als 'een vriend der wetenschappen, der kunsten en der vrouwen', maar om zijn eigen vrouw bekommerde hij zich niet. Claude leidde een teruggetrokken leven, was vaak ziek en stierf in 1525, vijfentwintig jaar oud.

Het volk vergat haar niet en de Prunus Italica, zoals de wetenschappelijke naam luidt, dook in 1628 voor het eerst op als 'prune de la reine Claude'.

Woordenboekmaker Antoine Furetiere stelde in 1690 de spelling vast op reine-claude.

Het woord reisde vervolgens door heel Europa en is als reneklade in het Duits te vinden, als reine claudia in het Spaans en als regina Claudia in het Italiaans. De Engelsen kennen het woord inmiddels niet meer. Want nadat Sir William Gage uit Suffolk omstreeks 1725 de pruimeboom naar Engeland haalde, werd de reine-claude naar hem greengage genoemd.

Tijdens de Franse Revolutie gingen er stemmen op om de reine-claude voortaan Citoyenne-Claude te noemen. De Franse pruimeneters hebben zich van deze gekkigheid gelukkig niets aangetrokken.

Ander fruit dat naar een persoon is genoemd: CLEMENTINE, een kruising van een bittere sinaasappel en een mandarijn, naar de Franse pater Clement die de vrucht in 1902 in Algerije kweekte; GRANNY SMITH, de bekende harde groene appel, omstreeks 1860 voor het eerst gekweekt door de Australische Maria Ann 'Granny' Smith ((+)1870); de LOGANBES, kruising van een braam en een framboos, naar de Amerikaanse jurist James Harvey Logan (1841-1921) die de bes in 1881 in zijn eigen tuin kweekte; en de LOMBARTS-CALVILLE, een bobbelige, lang houdbare appel, aan het begin van de eeuw gekweekt door Pierre Lombarts (1884-1954), eigenaar van de 'Koninklijke Boomkwekerij Pierre Lombarts' in Zundert.