Ridley stapt op, nieuw probleem Thatcher

LONDEN, 16 juli Nicholas Ridley, de Britse minister van handel en industrie, is dit weekeinde na enig tegenspartelen opgestapt, maar premier Thatcher en haar regering zijn opnieuw in verlegenheid gebracht over haar veronderstelde anti-Duitse sentimenten en anti-Europese opstelling.

In een verslag van een vertrouwelijke bijeenkomst tussen premier Thatcher en een aantal Duitsland-deskundigen, dat werd gelekt naar een Britse zondagskrant, kwalificeren de deelnemers de Duitse volksaard als agressief, assertief, intimiderend, egoistisch en sentimenteel. Downing Street overweegt een onderzoek naar het lek in te stellen. Douglas Hurd, de Britse minister van buitenlandse zaken, probeerde gisteren de schade aan de reputatie van zijn land bij de Europese partners zoveel mogelijk te beperken door het lek te veroordelen, maar het gesprek als volstrekt 'gezond' te kwalificeren. Volgens Hurd is Thatchers bezorgdheid over de snelheid van de Duitse hereniging weggenomen nu de vier grote mogendheden betrokken zijn bij besprekingen met de beide Duitslanden over dat onderwerp. 'Het is onzin te denken dat we straks met een nieuwe Gestapo te maken krijgen', vatte hij zijn ontkenning van de geuite sentimenten samen.

Hurd heeft vandaag in Brussel de taak zijn Europese collega's uit te leggen dat premier Thatcher niet heimelijk denkt wat Nicholas Ridley hardop heeft gezegd. De EG-commissarissen zijn derhalve geen 'stelletje tweederangs politici' die geen rekening en verantwoording hoeven af te leggen en toegeven aan de Duitse economische dominantie binnen de EG is niet hetzelfde als je 'overgeven aan Adolf Hitler'. Maar Hurd maakte wel duidelijk dat de Britse regering zich zal blijven verzetten tegen de druk om in de nabije toekomst te komen tot een centrale Europese Bank of tot een Europese munteenheid. Groot-Brittannie zal desnoods toezien hoe een Europa op twee snelheden ontstaat, maar Hurd zegt ervan overtuigd te zijn dat andere landen zich, als het zover moet komen, bij Groot-Brittannie zullen aansluiten.

Pag.9: Tekst verslag

De affaire-Ridley heeft ertoe geleid dat het verschil in opvattingen binnen de Britse Conservatieve partij over Engelands toekomst binnen een verenigd Europa opnieuw openlijk zichtbaar is geworden. Een weerspannige Ridley bood zaterdagmiddag uiteindelijk zijn ontslag aan en redde premier Thatcher daarmee uit een onmogelijk dilemma. De premier kon nu niet worden beschuldigd van disloyaliteit ten aanzien van haar trouwste supporter binnen het kabinet, noch kon zij formeel langer worden aangekeken op de sentimenten die Ridley in een vraaggesprek met The Spectator zo onbehouwen tot uitdrukking had gebracht.

Ridley zal worden vervangen door de huidige staatssecretaris van financien Peter Lilley, die weliswaar op economisch en monetair gebied even zuiver in de leer is als Ridley, maar lang niet diens gezag van oudere staatsman heeft. Het netto-resultaat van de kabinetswisseling is dat pro-Europeanen als Douglas Hurd en John Major, de minister van financien, nu relatief vrij baan voor hun standpunt hebben gekregen.

De speculatie is nu dat Thatcher mogelijk haar gedeukte reputatie wil oppoetsen door spoedig toetreding van het Britse pond tot het Europees systeem van wisselkoersen toe te staan, als het enigszins kan voor de jaarlijkse partijconferenties in oktober en met de bedoeling om het tot Europa bekeerde Labour de wind uit de zeilen te nemen.

Aan de andere kant is daar nog steeds de aanwezigheid van professor Alan Walters, Thatchers (informele) adviseur voor economie en daarmee de gesel van Nigel Lawson, de vroegere minister van financien. Walters publiceert volgende week een boek waarin hij opnieuw zegt dat het hele Europese systeem van wisselkoersen 'een halfbakken idee' is en waarin hij Lawsons beleid van het schaduwen van de D-mark opnieuw hartgrondig verwerpt. Analitici hebben hier, net als bij Ridley, de neiging in de woorden van anderen te lezen wat Thatcher denkt en niet hardop zegt.

Vice-premier Geoffrey Howe, de politicus die vorig jaar door Thatcher werd verwijderd van Buitenlandse Zaken omdat hij haar te ver in de richting van Europese eenwording zou hebben geforceerd, zei gisteren dat er binnen de Conservatieve Partij altijd een element was geweest dat 'zich ongemakkelijk voelt over onze toenemende intimiteit ten aanzien van Europese instituties'.

Howe zei dat in Groot-Brittannie als geheel oprechte angst bestond over de sterkte van Duitsland, maar dat de manier om daaraan het hoofd te bieden lag in het aanknopen van inniger betrekkingen tussen Groot-Brittannie en de rest van Europa.

Dit standpunt wordt gedeeld door de meerderheid van Conservatieve politici, maar de anti EG-factie bij monde van Sir Rhodes Boyson vroeg vandaag om een nieuwe referendum onder het Britse volk over de vraag hoever een geintegreerd Europa moet gaan. Volgens Sir Rhodes hebben de Britten nooit gestemd voor het opgeven van het pond sterling als munteenheid en ook niet voor het overdragen van soevereiniteit aan 'Brussel' en, bij implicatie, de Duitsers.

Opiniepeilingen van verschillende kranten over de uitlatingen van Ridley wezen er in het algemeen niet op dat het Britse volk het roerend met zijn minister eens is. Maar het is opvallend dat Ridley in de commentaren na zijn aftreden voornamelijk zwart wordt afgeschilderd om de manier waarop hij zijn argumenten naar voren heeft gebracht. De kleine pro-Ridley-factie onder de Conservatieven vergelijkt zijn uitspraken met de profetische waarschuwingen van Churchill in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog, dan wel met de befaamde 'stromen-van-bloed'-toespraak van Enoch Powell over het gevaar van binnenstromende immigranten.

Maar meer dan een hoofdartikel maant de lezer vandaag even stil te staan bij de inhoud van Ridleys bezwaren. Of, zoals The Times het uitdrukt: 'Ho ho, wacht even, wat is het pad waarlangs de machthebbers ons leiden en wie zijn degenen die ons voorgaan? (...) Net doen of je dingen niet ziet was de oorzaak van Europa's laatste ramp. Ridley mag dan vertrokken zijn, maar het kan geen kwaad dat zijn geest ons nu en dan doet wakker schrikken.'