Record verhult de middelmatigheid niet

AMERSFOORT, 16 juli 'Gezien de tijden is het misschien beter als over dit kampioenschap helemaal niets wordt geschreven', zegt een medewerkster bij de nationale zwemkampioenschappen zaterdag tegen de journalist die zijn perskaart is vergeten en moeite heeft het Sportfondsenbad in Amersfoort binnen te komen, maar zich verweert met de opmerking: 'U wilt toch wel een stuk in de krant?' De situatie geeft het niveau van de kampioenschappen, die de afgelopen twee weekeinden werden gehouden, aardig weer. Een in het oog springend resultaat, het nationale record (1.00,57) van Inge de Bruijn op de honderd meter vlinderslag, kon de algemene teneur van middelmatigheid niet verhullen. Bondscoach Ton van Klooster verklaarde het matige presteren van zijn pupillen door op te merken dat 'deze wedstrijden niet zo belangrijk zijn als de Wereldbekerwedstrijden begin augustus in Rome en de selectiewedstrijden half november in Amersfoort. Maar misschien is dat hopen tegen beter weten in.'

In Rome en Amersfoort zijn startbewijzen te verdienen voor de wereldkampioenschappen, die begin januari in het Australische Perth worden gehouden.

Dat de nationale titelstrijd niet helemaal uitging als een nachtkaars was te danken aan het optreden van met name Inge de Bruijn op de 100 meter vlinderslag. Voortgestuwd door de naast haar zwemmende Karin Brienesse dook de zestien-jarige zwemster uit Barendrecht vijfhonderdste onder het nationale record van Conny van Bentum, die in 1988 op 1.00,62 uitkwam. Huilend van vreugde kwam De Bruijn het water uit, zelf waarschijnlijk het meest verrast door haar prestatie.

De Bruijn maakte deel uit van de estafetteploegen die bij de Europese jeugdkampioenschappen drie jaar geleden in Rome zilver en brons wonnen. In 1988 behaalde ze bij de EJK in Amersfoort de derde plaats op de 50 meter vrije slag. Haar gisteren gerealiseerde tijd was bijna een volle seconde onder de definitieve richttijd voor de wereldkampioenschappen.

Luxe

De uitslag van de vlinderslagfinale zadelde de keuze-commissie van de zwembond met een probleem op: behalve De Bruijn bleven ook Brienesse (tweede in 1.01,41) en Ingrid Baars (derde in 1.02,06) onder de voor Rome gestelde limiet. Baars viel uiteindelijk af, omdat per land slechts twee zwemsters op een nummer mogen uitkomen. Van Klooster weigerde bovendien de zwemster als reserve voor de estafette-nummers mee te nemen. 'Dat is een luxe die wij ons gezien de benauwde financiele situatie van de bond niet kunnen veroorloven.' De grootste tegenvaller op de titelstrijd was het optreden van Marianne Muis en Ron Dekker: beiden hielden in tegenstelling tot voorgaande kampioenschappen slechts een titel aan twee weekeinden zwemmen over. Muis op de 200 meter wisselslag en Dekker op de 50 meter vrij. Teleurgesteld over haar optreden was Muis niet. 'Ik wist dat ik hier niet goed zou presteren. De opbouw van mijn trainingsschema ligt anders. Of ik het op deze wijze goed of fout doe, zal in november blijken bij de selectie-wedstrijden.'

Richttijd

Ron Dekker vertrekt vandaag met Karin Brienesse en Diana van der Plaats naar Seattle, waar vrijdag de Goodwill Games beginnen. De wedstrijden in de Verenigde Staten zijn een extra mogelijkheid om de richttijd voor het WK te behalen. Na het evenement in Seattle vliegt het drietal door naar Italie om zich bij de nationale ploeg voor de wedstrijden in Rome te voegen. Gezien zijn tijden op de NK heeft Dekker eigenlijk geen recht op deelneming in Rome. 'Dekker richt zich op Seattle. Ik verwacht dat hij daar wel zal presteren. Hij heeft een geweldige staat van dienst', motiveerde Van Klooster zijn besluit om de zwemmer toch mee te nemen.

De selectie voor Rome: mannen: Richard Granneman, Casper van Dam, Ronald Sloeserwij, Michael van Rijn, Ron Dekker, Richard Blank, en Marcel Wouda. Vrouwen: Marieke Mastebroek, Karin Brienesse, Diana van der Plaats, Ellen Elzerman, Natasja Robert, Iris Westrik, Inge de Bruijn, Kira Bulten, Manon Masseurs en Kirsten Sylvester.