Politieteam ontdekt in Den Haag mogelijk onderkomen van IRA

DEN HAAG, 16 juli Het recherchebijstandsteam dat de IRA-aanslag van 27 mei in Roermond onderzoekt waarbij twee Australiers om het leven kwamen, heeft vrijdagavond een inval gedaan in een appartement in Den Haag. De politie meent over sterke aanwijzingen te beschikken dat leden van het verboden Ierse republikeinse leger zich daar hebben opgehouden.

Een woordvoerder van het recherchebijstandsteam in Roermond heeft dat bekendgemaakt.

Twee bovenburen en vier vrienden die in de buurt van het appartement werden aangetroffen, zijn aangehouden maar kort daarop weer op vrije voeten gesteld toen vaststond dat zij niets met IRA-activiteiten te maken hebben. Een van hen heeft vandaag een klacht bij de Haagse politie ingediend over de behandeling tijdens zijn aanhouding.

In het appartement zijn voorwerpen en goederen gevonden die de politie sterk doen vermoeden dat het Haagse appartement heeft gediend als onderkomen voor IRA-leden. In het belang van het onderzoek wil de woordvoerder van het Roermondse team niet nader ingaan op de aard van de gevonden goederen. Evenmin wil hij op dit moment kwijt hoe het recherchebijstandsteam op het spoor is gekomen van het mogelijke IRA-onderkomen in Den Haag.

De aangetroffen spullen zullen worden onderzocht door het gerechtelijk laboratorium in Rijswijk. De politie is zeer geinteresseerd in mogelijke vingerafdrukken die op de voorwerpen worden aangetroffen. Het appartement was overigens niet in gebruik en de politie heeft de indruk dat de woning al geruime tijd leeg staat.

De 32-jarige Hagenaar Paul Marshall, die een klacht indiende over de behandeling die hij bij de politie heeft ondergaan, werd vrijdagavond omstreeks kwart voor tien samen met zijn vriend aangehouden toen ze in de buurt van zijn woning in zijn auto reden. Een andere bewoner van het pand werd aangehouden toen hij met zijn vriendin en twee kennissen een flink stuk van huis op straat liep, op weg naar het North Sea Jazzfestival. 'Toen ik bij een verkeerslicht achter een andere auto stopte, sprongen daar mannen uit die de achterruit van mijn auto intrapten en die ons met wapens bedreigden', zegt Marshall. 'We werden op de grond gegooid en kregen een zwarte kap over ons hoofd. Daarna werden we meegenomen naar het politiebureau, waar we onze spullen en kleren moesten afgegeven. Toen werden we zonder kleren in een smerige cel gesmeten.'

De auto, eigendom van zijn werkgever, is flink beschadigd.

Een woordvoerder van de Haagse politie wilde vanochtend wel bevestigen dat de manier van de aanhoudingen 'wat ongebruikelijk is geweest', maar dat alles volgens de regels is geschied.