Notenkraker

DE SOEVEREINE staat heeft weinig van zijn oude glorie verloren. De vele internationale organisaties, praatgroepen en topontmoetingen waarin de staten de gemeenschappelijkheid dan wel de onderlinge afhankelijkheid belijden, doen ten onrechte anders vermoeden. In de ingrijpende veranderingen die zich sinds vorig jaar in Europa zichtbaar voordoen spelen een tweetal staten de hoofdrol en volgt een derde de ontwikkelingen goedkeurend op enige afstand. Het geeft een aangenaam gevoel dat vervolgens zoveel mogelijk wordt getracht de gang van zaken in internationale fora de revue te laten passeren, maar er is geen internationale organsatie, er is geen overleg waar meer dan twee landen aan deelnemen waar de noten worden gekraakt die volgens Gorbatsjov het mandje van de belanghebbende mogendheden vullen. Ook waar in het internationale concert vals wordt gespeeld, moet dat worden beschouwd als een uiting van nationale (on)wil.

De Duitse eenwording werd op de agenda geplaatst door de met hun voeten stemmende Oostduitse massa's. Zij werd vervolgens mogelijk gemaakt door de daadkracht van een paar politici in Bonn, door de voortvarendheid van Kohl die persoonlijk zijn 'finest hour' beleefde, en door het instinct en de intelligentie van Genscher die de tegenkrachten, opgeroepen door de Duitse fusie, bijvoorbaat wist te neutraliseren. Maar het was vooral de kracht van de Westduitse economie die het de leiders mogelijk maakte bij de opvoering van hun spekstakelstuk geloofwaardig te blijven. De Bondsrepubliek was klaar voor de overname van de DDR. Op opeenvolgende toppen mochten daarna de leiders van de buurlanden hun aanvankelijke of niet zo aanvankelijke bezordheid wegslikken achter woorden vol bewonderende instemming.

DE DUITSE eenwording leidt onontkoombaar en als eerste tot een herorientatie van de betrekkingen tussen het nieuwe Duitsland en de Sovjet-Unie. Het imperium van Lenin en Stalin had in zijn relatie tot de Duitse republiek van het begin af gezwalkt tussen de polen van de diplomatie: wantrouwen en pragmatisme. Het laatste werd de Sovjet-Unie ten slotte bijna noodlottig. Maar opnieuw wordt het Kremlin gedwongen zijn wantrouwen te overwinnen en zich te verlaten op zijn praktische zin. Geld is nodig, kennis kan niet worden ontbeerd om de overgang van xenofoob en achtergebleven imperium naar gemoderniseerde deelnemer aan het internationale verkeer mogelijk te maken. De Duitsers hebben wat de Russen willen, Bonn is uit op het Sovjet-zegel dat de volledige en onbelemmerde soevereiniteit van Duitsland moet waarmerken. Alweer, het spel wordt gespeeld door staten en niet door gemeen- en bondgenootschappen.

De derde staat die bij de afwikkeling van de Europese revolutie is betrokken zijn de Verenigde Staten. Zij vervullen de rol van verzekeraar, zij zijn het symbool van oude zekerheden die weliswaar door nieuwe moeten worden vervangen, maar die niemand in Europa nog zonder plichtplegingen bij de deur wil zetten. De relatie van Duitsland tot Amerika voedt het aloude Russische wantrouwen. Duitsland alleen is voor Moskou al een onzekere factor, maar Duitsland als vooruitgeschoven Amerikaans garnizoen maakt een en ander niet verteerbaarder. Anderzijds wordt ook in het Kremlin 'Oosteuropees' genoeg gedacht om het Amerikaanse gewicht niet uitsluitend negatief te kwalificeren. EEN MENGELING van acute vraagstukken en uit de geschiedenis opwellende overwegingen zet de toon van de vandaag eindigende besprekingen tussen president Gorbatsjov en kanselier Kohl. De eerste is de winnaar van de zopas afgesloten zoveelste ronde in de slag met zijn ideologische tegenstrevers, de laatste het toonbeeld van een goedgemutstheid die past bij aanhoudend succes. Het tweetal is het op een punt hardgrondig eens: trauma's uit het verleden, ideologische dwarsliggers noch technische en financiele problemen zullen in de weg staan van een nieuw tijdperk van praktische toenadering. Sommige toeschouwers hebben daar moeite mee, zoals de afgelopen dagen is gebleken. Maar de geschiedenis marcheert niet aan hun zijde. Eerder zijn zij een van de noten die, in Gorbatsjovs terminologie, worden gekraakt.