North Sea Jazz verjongt zich door populaire muziek

Blues, funk en andere populaire muziekvormen bepalen in toenemende mate het gezicht van North Sea Jazz. Een deel van het nieuwe, jonge publiek komt op die manier via de achterdeur binnen en behoedt het festival voor een stoffig imago. De nog niet zo lang geleden geopende Statenhal blijkt nu al te klein, te bedompt en ongezellig om in de immer groeiende publiekstroom te voorzien. Afgelopen zaterdag gingen de deuren dicht bij Al Jarreau. Een grote groep bewonderaars van zijn vocale acrobatiek werd buitengesloten, terwijl Jarreau in de bloedhitte een duet aanging met gastvocaliste Randy Crawford. Met populaire deunen als Knocking on heaven's door en Hey Jude speelde het tweetal handig in op de smaak van het massapubliek.

Met meer dan twintigduizend bezoekers was North Sea op zaterdag het drukst bezocht, met alle opstoppingen en zuurstoftekorten vandien. De slimmeriken die het programma in het tuinpaviljoen van buiten de hekken volgden, sommigen zelfs vanuit een tentje, hadden het niet zo slecht bekeken. Als minst hoogdravend onderdeel van een 'guitar extravaganza' bracht Johnny Guitar Watson er verstrooiing met zijn soepele rhythm en blues-showorkest, dat in het Jazz Festival kennelijk een vrijbrief zag voor extra lange saxofoonsolo's.

De blues beleeft een nieuwe opleving en twee gezaghebbende oude blues-mannen zagen zich gebombardeerd tot publiekstrekkers. Na zijn samenwerking met U2 heeft B. B. King kennelijk begrepen dat hij zijn jonge publiek het meest pleziert met authentiek rauwe blues. Zijn priemend gitaargeluid maakte gehakt van de witgewassen orkestmuziek die hij bij zijn recente tournee liet horen, in de kleine bezetting die zijn als vanouds opzwepende muziek het meest recht doet. Vergeleken bij de vitale King is John Lee Hooker een probleemgeval. De 72-jarige blues-pionier ontving recentelijk een Grammy voor zijn album The Healer, waarop zijn primitieve stijl werd opgefleurd door gastbijdragen van Santana en Bonnie Raitt. Voor een publiek van vele duizenden nieuwe bewonderaars doet Hooker niets anders dan wat hij al jaren doet: hij hijst zich op een stoel en mompelt zich een weg door klassiekers als Boom Boom en Serves you right to suffer. Ondanks de academische aanpak van zijn begeleiders is het een innemend schouwspel rond een donkere schaduw, die in zijn hoedanigheid van 'Boogie Man' tot leven komt om zijn angstaanjagende keelklanken van de bijbehorende gebaren te voorzien.

Tussen dergelijke giganten is de jonge blues-man Melvin Taylor een mindere god, zoals ook het gladde soulorkest Tower of Power tot de tweede garnituur behoort. De in het clubcircuit gerijpte, gestileerde funk-jazz van de groep van saxofoniste Candy Dulfer is nog iets te licht voor het grotere werk, vooral wanneer de grootmeester van de funk, George Clinton, zich even later zelf aandient om nog een keer voor te doen hoe het moet. Met zijn bont gekleurd gezelschap zorgde 'Doctor Funkenstein' voor de meest feestelijke finale die North Sea zich kon wensen, want de opgewarmde prak die onder het mom van de Blues Brothers Band werd opgediend, was alleen bestemd voor de volhouders.