Minister Relus ter Beek; Behendig in het vermijden vanbotsingen

Zo betitelden de vakbonden begin juli het sociale beleid op Defensie. In een brief aan de Kamer sprak minister Ter Beek over een inkrimping van vijftien procent in vijf jaar tijd. In een tweede brief aan de Kamer, die nog dezelfde dag verscheen, ging het al over dertig procent in tien jaar. Minister Van den Broek nuanceerde die toekomstverwachting. Ook van de Tweede Kamer moest Ter Beek gas terugnemen. Kritiek op zijn personeelsbeleid steekt hem. Na de vakantie beginnen de onderhandelingen met de vakbonden.

Aan de rand van de stad wapperen vlaggen van de Verenigde Staten en de NAVO bij het militaire depot. Even verderop staat het expeditiebedrijf Van der Graaf dat adverteert met de leus: directe verbinding met Moskou via de Bentheimer Eisenbahn. Coevorden, doorwaadbare plaats voor ossen, nu kruispunt tussen Oost en West. Aurelius Louis ter Beek (46) is er blijven wonen na zijn benoeming tot minister van defensie acht maanden geleden. Naast de keuken groeien de eigen aardappels voor slechte tijden.

Zijn moeder (86) zegt: 'Bedenk vooral dat hij uit een vuurrood nest komt. Hij kreeg het als het ware met de paplepel ingegoten'. Enkele maanden geleden zei ze boos Het Vrije Volk op omdat naar haar mening de krant te rechts was geworden. Bovenmeester Nico Zwitsers (79) heeft een hele map met herinneringen aan zijn oud-leerling. Hij pakt een briefje gedateerd 30 november 1989. Onder een getikt bedankje voor de felicitatie bij zijn benoeming, schrijft Ter Beek in blauwe inkt aan de bovenmeester: 'Zonder de Parkschool was het niet gelukt'. Zwitsers: 'Relus heeft gelijk. Het kostte me moeite om zijn vader die bode voor het ziekenfonds was en zijn moeder te overtuigen hun derde zoon naar de HBS te sturen. Hooguit ULO hadden ze gezegd. Daarna moest hij gaan verdienen. Maar als hoofd van de school had je een plicht. Je moest leerlingen taxeren en dan eruit halen wat er in zat. Het was niet belangrijk dat Relus uit Tuindorp kwam, de arbeiderswijk. Hij kon werken als hij wilde en hij moest dan ook een kans krijgen. Als hij eenmaal op de HBS zou zitten dan kwam hij er wel. Uiteindelijk stemden zijn ouders toe.

Zo kreeg hij tenminste dezelfde kansen als Mient Jan Faber, Flip de Kam en Jan Nico Scholten, die uit het Singel-kwartier kwamen.' Ter Beek ging naar de HBS en daarna naar Amsterdam om politieke en sociale wetenschappen te studeren. 'Mijn moeder heeft gelijk', zegt Ter Beek, deze zaterdagmiddag ontspannen gekleed in een fel blauw polo-shirt met het insigne van de marinierskazerne op Aruba en met een half oog kijkend naar de televisie waar straks de uitslagen van de Tour zullen komen. 'We waren goed rood. Ik ging vaak met mijn vader mee. Hij hield spreekbeurten voor de Partij van de Arbeid en voor de VARA. Ik hoor hem nog fel uithalen in oktober 1956 toen de Russen Hongarije binnenvielen. In een klein zaaltje in Nieuw-Amsterdam zei hij vurig: kijk hoe de rollende tanks de schreeuw om vrijheid van het Hongaarse volk onderdrukken. Ik was twaalf. Ik bewonderde mijn vader. Ik moest en zou de politiek in.' Jongerejaars van Ter Beek in Amsterdam was Hans Kombrink.

Ook hij studeerde politicologie. Evenals Ter Beek werd hij lid van een Jongerengroep in de Partij van de Arbeid. Ter Beek brak zijn studie af in 1971, vlak voor zijn doctoraal. Hij had de studie gekozen om in de politiek te gaan en al snel kreeg hij die kans. Hij werd lid van het partijbestuur en nog in 1971 kwam hij in de Tweede Kamer. Hij was toen zevenentwintig en zou achttien jaar in de Kamer zitten. 'Geboeid kon je zijn door zijn feitenkennis, te beginnen met de voetbaluitslagen op maandagmorgen van obscure clubjes als Germanicus en Achilles. Hij verstond de kunst om feiten te onthouden, speciaal op het gebied van de buitenlandse politiek. Maar hij ging er tegelijkertijd op een losse manier mee om. Hij raakte nooit honderd procent verslingerd. Naast Vietnam en de erkenning van de DDR en Midden-Amerika had hij toch ook veel aandacht voor Drenthe, met Coevorden voorop', zegt Kombrink, die Ter Beek naar de Tweede Kamer volgde.

Nieuwe ideeen vroegen ook om veranderingen in het partijapparaat. Stonden de mannen en vrouwen die de partij op het Binnenhof vertegenwoordigden niet te ver van de kiezers af? 'Wij vonden de Partij van de Arbeid een verstarde boel, een bestuurders-partij', zegt Kombrink. 'De vraag bij onze eigen club Nieuw Links was, of je je niet minder gelegen moest laten liggen aan de erfenis van het verleden. Erkenning van de DDR, bijvoorbeeld, veroordeling van het optreden van Amerika in Vietnam. Werd het niet tijd uit de NAVO te stappen? Relus was daar overigens toen al tegen.' Volgens Kombrink zorgde Ter Beek er wel voor dat het lijntje met de bestuurders niet brak. Zo kon hij het lang volhouden. Toen Ter Beek in de tijd van het rakettendebat het standpunt van de partij voortijdig in de publiciteit had gebracht, kreeg hij van partijvoorzitter Max van den Berg korte tijd licht arrest. Een beetje naar de achtergrond kon geen kwaad, voor Ter Beek bleef er genoeg buitenland over. Hij ging vaker op reis voor een groepering die zich Global Action noemt. Zijn verslagen waren boeiend. 'Relus had het van de kopstukken zelf gehoord en al sprak hij hen soms maar een minuut, het maakte toch indruk', zegt een andere collega uit de Tweede Kamer zonder een toon van jaloezie te onderdrukken. 'Hij werkte zo'n beetje als een stofzuiger. Hij snoof op en blies', zegt een medewerkster die hem negen jaar terzijde stond. 'Ik had nooit zo erg veel te doen. Relus functioneerde niet door zich te pletter te lezen of nota's te schrijven, nee hij luisterde en praatte veel. Overal had hij contacten en daar deed hij wat mee. Naar mate de dag vorderde raakte hij achter op zijn schema. Ik verdeed veel tijd hem te zoeken. Maar innemend als hij is, vergaf je het hem snel. Zijn wachtende bezoekers idem dito.'

Kousevoeten

De behendigheid waarmee hij in zijn periode bij Nieuw Links al te grote botsingen voorkwam, kwam ook van pas toen de Partij van de Arbeid zich eind jaren tachtig ging voorbereiden op een nieuwe regeerperiode. 'In termen van fundi's en realo's ben ik inderdaad een realo. De hoogte van mijn inzet wordt bepaald door wat ik denk er mee te kunnen verdienen', zei hij in de zomer van 1987 in deze krant.

Hij zorgde ervoor dat het kernrakettenstandpunt van zijn partij 'operationeler' werd: wel afwijzing, maar op termijn. Nu kon een grote wens misschien in vervulling gaan: 'Ik zou wel eens aan de andere kant van de tafel willen zitten', verzuchtte hij toen. 'Er is genoeg werk aan de winkel. Daar kom je niet achter als je alleen maar in die groene bankjes van de Kamer blijft zitten en hoopt op betere tijden.' Hij wordt minister en in een felicitatiebrief schrijft een hoge beleidsmedewerker van Defensie die naar het buitenland is vertrokken: 'Reis in het begin niet te veel. Probeer vooral greep op de organisatie te krijgen zodat jij de dienst uitmaakt'.

Nu acht maanden later is het voor de schrijver nog steeds een vraag of het Ter Beek wel lukt. 'In hoeverre slaagt hij erin het centrale apparaat los te maken van de bevelhebbers?' Op Defensie begint de minister op kousevoeten. Hij kondigt snel een nota aan. Zo kunnen beslissingen nog even worden uitgesteld. Hij werkt tot laat in de avond op zijn flat in Scheveningen, met het derde pakje sigaretten van die dag onder handbereik. De eerste dag belooft hij zijn vrouw, dochter en zoon behalve de weekeinden ook op woensdagavond thuis te komen, maar arriveert op dat tijdstip zelden. Reizen vindt hij belangrijk. Naast premiers en ministers van buitenlandse zaken moeten ook ministers van defensie op pad voor de ontspanning in Europa. Hij wil 'vaart in de vrede' houden. In opperbeste stemming, gehuld in een regenjas van Oost-Europese militaire snit doet hij bij oefeningen in Polen en de Sovjet-Unie zijn best om dat vertrouwen, die nieuwe politiek, persoonlijk uit te dragen.

Terug op het ministerie wordt hij geconfronteerd met nieuwe bezuinigingen. In het regeerakkoord werd nog een lichte groei aangekondigd. 'Het steekt me dat de vakbonden zo over me heen vallen. Zij zouden beter moeten weten. Juist ik vanuit mijn achtergrond heb het personeelsbeleid naar me toe getrokken. Niks geen staatssecretaris. Ik doe het zelf, nu op een termijn van tien jaar de krijgsmacht met een derde wordt ingekrompen. Ik zal zoveel mogelijk gedwongen ontslagen voorkomen maar garanties kan ik niet geven. Wie wist enkele maanden geleden dat de wereld zo zou draaien als ze nu doet?' Ter Beek geeft toe dat het werk op het departement hem niet licht valt. 'Als je even niet oplet gaat een heel tijdperk aan je voorbij.'

Hij houdt echter van de arena. 'Om twee redenen heb ik de politiek gekozen: het wedstrijdelement, het willen winnen, en het feit dat een paar verhoudingen in deze wereld nog steeds niet deugen.' Wat hem bij Defensie vooral tegenvalt (enkele dagen geleden kondigde hij aan een tweede termijn te willen dienen), is de 'bandbreedte' van de onderwerpen die op hem afkomen. Versnippering van aandacht onderkent hij als een gevaar. Moeilijk vindt hij het om in zo'n korte tijd van zoveel zaken verstand te krijgen. 'Als minister wordt hem gevraagd beslissingen te nemen maar soms ontkom je niet aan de indruk dat hij nog niet precies weet waarover hij beslissen moet', zegt een van zijn medewerkers.

Zelf ontkent hij te veel haast te maken 'met het verzilveren van de vrede'. Eerder deze maand bezorgde hem dat een eerste aanvaring met de Kamer. 'Tikje voorzichtiger had gekund', zegt hij vlak voor zijn vakantie naar Spanje. Een naaste medewerker: 'Relus sjouwt teveel tassen met stukken naar Coevorden. Met handicap zeventien zou hij zich gemakkelijker moeten ontspannen op de golfbaan of langs de lijn van het voetbalveld van Germanicus. Dossiers prima, maar het gaat ook om ideetjes. Wat dat betreft heb je het op Defensie minder gemakkelijk, afgezien nog van het feit dat staatssecretaris baron Van Voorst tot Voorst wat stil is en samenwerking met secretaris-generaal Patijn te wensen overlaat.' De voornaamste klacht van een aantal ambtenaren is dat de chef-staf heel lang overlegt met de bevelhebbers over aantallen mensen en materieel voor hun taken. Die generaals en admiraals leveren wat in en vragen op hetzelfde moment om iets anders. 'Zo krijgt de minister uiteindelijk een soort compromis voorgeschoteld. Maar wat hij zou moeten hebben, is een aantal opties waaruit hij kiest. Nu kan hij bijna niet anders dan de melange die hem wordt opgediend ook goedkeuren.'

De beleidsmedewerker besluit: 'Bijna niemand kan langer dan vijf minuten kwaad zijn op Ter Beek. Zijn grootste deugd is zijn charme. Maar juist die goede eigenschap, die uitgestoken hand, kan hem in het verbeten gevecht dat hij aan moet wel degelijk parten spelen.'