Meester van pulpomslag herontdekt

De Amerikaanse uitgever George T. Delacorte, oprichter van Dell Books, maakte er geen geheim van welke wapens hij bij de strijd om succes inzette. 'Als je met een slecht boek in de maag zit', zei hij eens, 'neem je de allerbeste tekenaar, doe je het mooiste omslag om het boek, neem je de beste blurb-schrijver die de beste flaptekst ervoor schrijft en dan verlies je niet al te veel geld.'

Het probleem was alleen dat er in Amerika maar een allerbeste tekenaar rondliep.

Dat was James Avati, die de afgelopen vijftig jaar vele honderden omslagen voor pockets en paperbacks maakte. 'En er gaat nog steeds geen dag voorbij dat ik niet werk', laat de inmiddels 78-jarige kunstenaar telefonisch vanuit Californie weten. Zijn emotioneel geladen stileringen van vooral moeilijke momenten in de relatie tussen man en vrouw (daar gingen de boeken nu eenmaal over), deden het goed in de schappen van de boekwinkel. Een echte Avati op het omslag betekende een krachtige impuls voor de oplagecijfers. De artiest ontpopte zich in de jaren veertig tot een invloedrijke trendsetter: alle belangrijke uitgevers in Amerika verlangden van de illustratoren dat ze werk in de stijl van Avati zouden maken. Toch zou er nog bijna een halve eeuw verstrijken voordat de op hardboard gemaakte olieverfschilderijen, met het standaardformaat van 90 bij 120 centimeter, na als boekomslag te zijn gebruikt keurig ingelijst onder het licht van een spotje in een galerie kwamen te hangen. De prijzen van de veertig Avati's die tot 25 augustus te bezichtigen en te koop zijn in de gespecialiseerde kunsthandel Illustration House in het hart van de New-Yorkse wijk Soho schommelen tussen de achthonderd en negenduizend dollar.

'De prijzen zijn met opzet laag gehouden omdat er nog steeds geen echte markt is voor illustration art. Die moeten we eerst zien te veroveren', zegt galerie-houder Walt Reed. Hij noemt Avati een profeet die in eigen land nauwelijks wordt gewaardeerd. De meeste bewonderaars zitten in Europa en het enige eerbetoon uit de serieuze kunstwereld kwam uit Den Haag, waar het gemeentemuseum negen jaar geleden een tentoonstelling aan Amerikaanse paperbacks wijdde. Daar waren toen drie schilderijen van Avati te zien. Galeriehouder Reed prijst het baanbrekende werk van onze landgenoot Piet Schreuders ('He did quite a good job'), wiens ook in Amerika uitgebrachte boek Paperbacks, USA bijdroeg tot de erkenning van de onderschatte grootmeesters die tot het begin van de jaren zestig toen het grafische en fotografische omslag de overhand kreeg zulke mooie covers maakten. De vraag of het hier kunst of kitsch betreft wuift Walt Reed met een geirriteerd gebaar van de hand. Natuurlijk is het kunst en Reed kan dat beoordelen, want hij was jarenlang verbonden aan de Famous Arts School, waar cursisten via schriftelijke cursussen hun creatief talent konden ontwikkelen.

Ambitie

In 1957 begon hij zijn galerie, die hij Illustration House noemde en waar het publiek zich de originele tekeningen en schilderijen van beroemde illustratoren kon aanschaffen. Drie jaar geleden verhuisde hij met de zaak van Connecticut naar New York, waar hij op een groter publiek voor de op de massa gerichte kunstvorm hoopte. Het vervult hem met trots dat hij na lang aandringen Avati tot medewerking aan de overzichtsexpositie wist te bewegen. De bejaarde kunstenaar heeft zelf alle ambitie en geldingsdrang verloren. Dat er na al die jaren hernieuwde aandacht voor zijn werk is verbaast hem zelf het meest van iedereen. 'Ik heb nooit enige ambitie gekoesterd. I just did what I did', kraakt zijn stem over de telefoon.

Hoewel de beschilderde panelen, die natuurlijk de namen dragen van de boeken waarvan ze ooit het omslag sierden, niet gedateerd zijn valt een duidelijke ontwikkeling aan te wijzen. Avati was op z'n best toen hij in de jaren vijftig voor Signet Books werkte. Zijn omslagen voor The Good Earth van Pearl S. Buck, Tobacco Road en Tragic Ground van Erskine Caldwell geven een mooi, mistroostig beeld van wat Schreuders in zijn boek 'het kleinsteedse milieu en de broeierige achterbuurtsfeer' noemt. Bij het portretteren van de zeer Amerikaans ogende scenes bediende Avati zich van amateurmodellen, die hij vanwege een in het oog springend uiterlijk op straat aansprak en om medewerking verzocht. Verscheidene personages komen op meer dan een omslag voor, zoals een oude man met een gedeukte hoed die Avati zijn 'standaard-opa' noemde: 'Hij haalde altijd zijn kunstgebit voor me uit zijn mond.' De art directors van Signet Books hadden de wind er stevig onder bij de illustratoren aan wie ze opdrachten uitdeelden. Ze wisten precies welk plaatje goed zou verkopen en bepaalden nauwgezet hoe het omslag er uit moest zien. Ook Avati werd met dergelijke instructies opgezadeld, maar op grond van zijn bijzondere talenten genoot hij meer vrijheid dan zijn collega's. Hij werd ook veel beter betaald: duizend dollar voor een omslag, terwijl de anderen het gebruikelijke honorarium van tweehonderdvijftig dollar kregen. In 1959 stapte hij over naar Bantam Books, dat hem nog meer armslag gaf. Hij werkte ook voor Avon Books, Pocket Books en Dell. Voor bijna alle schilderijen van Avati geldt dat het momentopnamen zijn van de tijd waarin ze gemaakt werden.

Het vroege werk ademt de geest van films met Humphrey Bogart in de hoofdrol. Op latere omslagen (zoals voor Zola's Nana en voor Monday Voices van Joanne Greenberg) overheersen vrolijke kleuren en draagt het model een eigentijdse spijkerbroek. Bovendien ging hij met het klimmen der jaren steeds soberder te werk.

Met minder middelen kon hij het effect bereiken dat hem voor ogen stond. Hij verlegde het accent van momentschilderingen van situaties tegen de achtergrond van een uitgebreid decor naar het portretteren van meestal twee mensen van meestal beiderlei kunne, waarbij de psychologische spanning om zo te zeggen het doek afdruipt. Zelf vindt Avati dat hij al heel lang op zijn routine drijft. 'Ik heb nu die vaardigheid en die pas ik toe als een goochelaar', zei hij tegen Piet Schreuders. 'Ik voel me er niet meer bij betrokken, het is geen gevoelsmatige investering meer.'

Impuls

James Avati werkt nog steeds. Hij heeft het zelfs te druk om een bezoek aan de expositie van zijn schilderijen in New York te brengen. 'Nee', zegt galeriehouder Walt Reed, 'ik zou hem niet de laatste van een uitgestorven generatie illustratoren willen noemen. Volgens mij was hij de eerste. Hij heeft de Amerikaanse cover art een geweldige impuls gegeven. In de jaren zeventig had hij zelfs een tijdlang een schooltje waar hij jonge tekenaars en schilders onderwees in de kunst van het omslagen maken.'

De tentoonstelling wordt volgens Reed door opmerkelijk veel jonge mensen bezocht. 'Ik denk dat ze meer geinteresseerd zijn in de Amerikaanse cultuur tussen de jaren veertig en de jaren zestig, dan in kunst.' Aan de hand van foto's die hem werden opgestuurd heeft James Avati vastgesteld dat zijn werk er mooi bij hangt in Illustration House. 'Of er iets verkocht wordt of niet interesseert me eerlijk gezegd weinig', zegt hij. 'Het geld heb ik niet meer nodig, ik ben een oude man die het aan niets ontbreekt. Ik praat niet graag over mijn ouderdom. Ik zou liever veertig, vijftig jaar jonger willen zijn. Als anderen mijn werk opnieuw onder de aandacht willen brengen moeten ze hun gang maar gaan. Mij maakt het weinig uit. Ik hoef niet meer zo nodig.'

    • Rudie Kagie