Europese kampioenschappen waterfietsen in Groningen; Superfiets of superatleet?

Waterfietsen is een soort tobbedansen met voortstuwing, althans in zo'n lompe plastic bak met schoepenaandrijving waar de meeste verhuurbedrijven je mee opzadelen. De winnaars van de open Europese kampioenschappen waterfietsen haalden zaterdag op het Groningse Schildmeer echter een snelheid van 23 kilometer per uur. Superatleet of superfiets? Het was meer een wedstrijd ontwerpen en bouwen dan een sportieve strijd. Veel van de twintig deelnemende fietsen zijn gebouwd door studenten van technische universiteiten. Er waren onder meer ploegen uit Delft, Hamburg, Gothenburg, Rostock, Genua en Groningen. Op de wal waren ze voortdurend in de weer elkaars constructies te bekijken en te discussieren over de voor- en nadelen van bepaalde snufjes.

M. Meijers en M. Gerritsen, twee Groningse ingenieurs, bouwden in hun vrije tijd een waterfiets in de letterlijke zin van het woord: een fiets met een drijver in plaats van wielen en een schroef die met de trappers wordt aangedreven. Een klein zijdrijvertje moest zorgen voor enige stabiliteit. Dat kon echter niet verhinderen dat de berijder nog geen honderd meter na de start kopje onder ging. 'Het probleem is de regeltechniek', zegt Meijers. 'Als we die onder de knie hebben gaat de drijver er ook af.'

De stabiliteit ontleent de fiets dan aan een vleugel die zich onder water bevindt, de zogenoemde draagvleugel of hydrofoil. Die stabiliteit vergt wel voortdurend bijsturen en stilstaan is er niet bij, net als op een gewone fiets.

Zondag, tijdens de Ronde van Appingedam, waren de meeste ontwerpen die door de Appingedamse vaarten voeren heel wat minder gewaagd. Enkelen hadden een tandemracefietsframe op een trimaran (een boot met drie parallelle drijvers) gemonteerd, zoals de teams uit Hamburg en Genua. De Hamburgse 'Clementine' werd met een gemiddelde snelheid van elf kilometer per uur derde in de tweeenhalve kilometer lange Ronde van Appingedam. De 'Clementine' wordt aangedreven met twee schoepenraderen en liet hiermee de met een schroef aangedreven fiets van het Italiaanse duo ruim achter zich. Hoewel niet gewaagd waren de schoepen van de Hamburgers wel vernuftig. Door de kromming en de hoek waaronder ze gemonteerd waren 'happen' ze met maximale efficientie in het water en komen ze er met minimaal energieverlies horizontaal weer uit. De schoepen spatten dan ook nauwelijks. Al dat gespetter draagt niet bij tot de snelheid.

Stokje

Toppunt van vernuft en snelheid was de 'Af Chapman II', gebouwd door een groep studenten maritieme techniek van Chalmers, de technische universiteit van Gothenburg. Drieduizend uur werk zit erin, lichtte stuurman Bjorn Regnstrom toe. Wanneer hij in het water ligt ziet de 'Chapman' eruit als een tweepersoons kayak met twee korte vleugeltjes. Aan het uiteinde daarvan zitten vijftig centimeter lange drijvertjes die ervoor zorgen dat hij niet omslaat als hij stilligt. Verder lijkt de boot in niets op een kayak. De fietsers zitten rug aan rug op stoeltjes en trappen met hun benen in liggende positie. Met een ketting drijven de trappers een grote schroef aan.

Het ranke bootje krijgt na de start meteen een flinke vaart, maar dan gebeurt het: de hele boot komt omhoog uit het water. Hij lijkt op een stokje voort te razen. Het geheim is ook hier een draagvleugel die zich net onder water bevindt. Door de beweging ondervindt die vleugel een opwaartse kracht in het water, net als een vliegtuig in de lucht. De techniek van draagvleugels is dan ook precies dezelfde als die van vliegtuigvleugels. De bouwers van de 'Af Chapman II', genoemd naar de schoener die in de haven van Stockholm als jeugdherberg dienst doet, hebben de parallel met een vliegtuig het verst doorgetrokken. Met flaps aan de vleugel kan de stuurman, of beter gezegd piloot, stijgen of dalen. Bij voldoende vaart kan hij de boot zelfs zo snel laten stijgen dat hij met vleugel en al als een dolfijn uit het water springt en enige tientallen centimeters verder weer neerkomt. Dat ziet er weliswaar spectaculair uit, maar om hard te gaan moet de vleugel onder water blijven.

Regnstrom bestuurt de boot net als een vliegtuig met rolroeren en staartroer. 'Als je kunt vliegen is het niet zo moeilijk', zegt Regnstrom, die zelf over enkele vliegbrevetten beschikt en in het dagelijks leven promotie-onderzoek doet aan de faculteit maritieme techniek in Gothenburg. Niemand heeft zijn waterfiets zo onder controle als hij. De Zweden wonnen zaterdag niet alleen de honderd en de vierhonderd meter, maar ook de slalom. Dankzij het rolroer kan de 'Af Chapman II' net als een vliegtuig schuin door de bocht. Zelfs op topsnelheid 23 kilometer per uur heeft hij een draaicirkel van maar tien meter.

De door studenten van de TU Delft en de HTS van de Haagse Hogeschool gebouwde viermans draagvleugelwaterfiets kan daar nog niet aan tippen. Dit 'Veleau' gedoopte vaartuig voer op het Schildmeer zijn eerste wedstrijd en dat ging met veel pech gepaard. Vrijdag verloor de 'Veleau' bij een proefvaart een schroef. In een plaatselijk trekkerwerkplaats maakten de studenten 's nachts een nieuwe. Zaterdag zat de viermansfiets steeds voorin het veld, maar zondag kwam hij er in de vaarten van Appingedam niet aan te pas: met zijn diepgang van 1,65 meter liep hij vast in de blubber.

Een-, twee- en vierpersoonsfietsen, zit- en ligfietsen voeren beide dagen tegen elkaar. 'We hebben bewust afgezien van een classificatie', aldus organisator B. Sprenger de Rover van de Nederlandse Vereniging voor Human Powered Vehicles. Deze zevenhonderd leden tellende club voor voertuigen op spierkracht houdt zich ook bezig met ligfietsen en op spierkracht aangedreven vliegtuigjes. 'Elke classificatie leidt tot conservatisme en dat is het laatste wat we willen', aldus Sprenger.

Toch won het meest conservatieve ontwerp, een ruim vier jaar oude Amsterdamse viermansfiets, de Ronde van Appingedam, voor de op de korte afstand niet te kloppen Zweden. 'Lengte loopt', verklaarde Meijers, een van de fietsers. Op brute kracht en waterlengte werd het Zweedse vernuft verslagen.

    • Dick van Eijk