Centraal Comite kiest politburo zonder tanden

MOSKOU, 16 juli In het nieuwe Sovjet-politburo, dat vrijdagnacht door het nieuwe Centraal Comite is gekozen, is de scheiding tussen partij en staat volledig doorgevoerd. Michail Gorbatsjov is de enige oudgediende, die in het politburo is overgebleven.

Het politburo bestaat voortaan qualitate qua uit de 15 eerste secretarissen van de communistische partijen van de Unie-republieken, de secretaris-generaal en zijn plaatsvervanger. Het Centraal Comite kon in feite alleen de vijf aanvullende politburoleden kiezen. Van die vijf zijn er in ieder geval drie fervente Gorbatsjov-mensen: de Moskouse partijsecretaris Joeri Prokofjev, die op het congres door de conservatieven voortdurend werd uitgejouwd, de hoofdredacteur van de Pravda, Ivan Frolov, en Aleksandr Dzasochov, voorzitter van de buitenlandcommissie van de Opperste Sovjet. De andere twee zijn de hoofdredactrice van het blad Krestjanka (De Boerin), Galina Semjonova, en de partijsecretaris van Krasnojarsk, Oleg Sjenin, vorige maand een van de kandidaten voor het presidentschap van de Russische republiek.

Het Centraal Comite koos ook het secretariaat, dat voortaan de dagelijkse leiding van de partij op zich zal nemen en geleid wordt door Gorbatsjovs nieuwe plaatsvervanger Vladimir Ivasjko. Het secretariaat telt 18 mensen. Elf van hen zijn de secretarissen van de sociale, politieke en economische afdelingen van het Centraal Comite, vijf zijn vertegenwoordigers van diverse sociale groepen en de overige twee zijn Ivasjko en Gorbatsjov. Opvallend in deze lijst zijn de Leningradse partijsecretaris Boris Gidaspov, de nieuwe vakbondsvoorzitter Gennadi Janajev en Valentin Falin, vroeger in het Centraal Comite belast met internationale betrekkingen.

De vroegere politburoleden met sleutelposities als KGB-chef Krjoetsjkov, minister van buitenlandse zaken Sjevardnadze, minister van defensie Jazov, premier Ryzjkov en Aleksandr Jakovlev behouden allen hun post in de presidentiele raad. Het politburo zal voortaan niet vaker dan eens per maand bijeenkomen (in plaats van eens per week) en gezien de regionale vertegenwoordiging veel tijd kwijt zijn met de onderlinge verhoudingen tussen de communistische partijen van de Sovjet-Unie. Op het congres ontstond al onenigheid tussen de Georgische en de Moskougetrouwe Baltische communisten over de mate van zelfstandigheid van de republiekspartijen. De Moskougetrouwe Balten willen de band zo sterk mogelijk houden, de Georgiers willen de afstand juist zo groot mogelijk maken.

    • Laura Starink