Weer auto's op Potsdamer Platz

BERLIJN, 14 juli In een opzicht heeft het Potsdamer Platz zijn vroegere karakter al hervonden: de overdadige verkeersdrukte. Onafzienbare rijen auto's wringen zich stapvoets door een van de nieuwe overgangen tussen Oost- en West-Berlijn, waar sinds 1 juli de laatste Oostduitse grensposten verdwenen zijn. Al begin jaren twintig werden op deze plaats 40.000 auto's per dag geteld, om nog maar te zwijgen over de veertig tramlijnen die het plein aandeden, de twee autobusdiensten, en de reizigers uit het naburige Potsdamer-station, en de ondergrondse halten van U- en in de jaren dertig ook S-Bahn.

Wat toen echter een levendig plein vol winkels en uitgaansgelegenheden was, is nu een bijna kale vlakte op de grens tussen oost en west, met de resten van twee oude gebouwen en wat later gebouwde souvenirwinkels, die bij gebrek aan Muur thans een kwijnend bestaan leiden. Dit plein in oude glorie laten herleven is prioriteit nummer een voor de stadsbestuurders aan beide zijden. Erg veel zegen lijkt er op hun streven tot nu toe niet te rusten: de bouw van flats voor hoge partijfunctionarissen, waarmee al voor de bouw van de Muur in Oost-Berlijn was begonnen, is stopgezet in afwachting van een nieuwe conceptie voor het plein. En het Westberlijnse stadsbestuur heeft zich een massief verwijt van wanbestuur en smakeloosheid op de hals gehaald, door begin deze maand in te stemmen met de verkoop van 60.000 vierkante meter aan Daimler-Benz, de Mercedes-fabrikant die genegen is op deze plaats het hoofdkantoor van de afdeling diensten te vestigen.

Het stadsbestuur, de Senaat, was daardoor nog bijna uiteengevallen, want coalitiepartner Alternative Liste, was falikant tegen de Daimler-Benzvestiging. In deze kring, waarin de Groenen vertegenwoordigd zijn, denkt men al gauw in termen van behoud van thans bestaande grasvlakten. De sociaal-democraten bleven bij hun voornemen. 'Het is belangrijk dat, gelijk met de eenheid, hoofdkwartieren van concerns naar Berlijn komen', aldus hun burgemeester Walter Momper, die daarbij voorbijging aan het feit dat hier slechts een kwart van de concernleiding van Daimler-Benz gevestigd zal worden, de rest blijft in Stuttgart. Voorzien zijn drieduizend nieuwe arbeidsplaatsen. Het concern verkrijgt de grond voor 1505 mark per vierkante meter, wat voor het hart van een metropool een bescheiden prijs mag heten. Maar de belastingopbrengst die de stad uit de vestiging ontvangt zal dit ruimschoots goedmaken, denkt Momper. 'U denkt misschien dat de grote concerns in de rij staan om naar de nieuwe hoofdstad van Duitsland te komen, nou ik kan u zeggen dat Daimler-Benz de enige is'.

Hart

Het hart van het nieuwe Berlijn moet hier slaan, de hoofdstad van Duitsland en plaats voor de Olympische Spelen in 2000 of 2004. Het kost grote moeite zich dat vandaag op deze gras- en zandvlakte voor te stellen. Op de plaats van het voormalige station, even verderop, is de 'Polenmarkt', vrijplaats voor allerlei onregelmatige handel en balletje-balletje. Dichterbij hebben protestanten tegen de Daimler-Benzvestiging een tentenkamp ingericht, compleet met info-kraampje. De aanwezigen zijn vanmiddag echter te stoned om veel inlichtingen te verschaffen. Ook de gemeente laat zich niet onbetuigd, en heeft in de schamele resten van het adelijke hotel Esplanade dat al sinds 1983 op de nominatie staat tot stedelijk filmhuis te worden verbouwd een tentoonstelling over de bouwplannen ingericht.

Concoursen

Er komen twee stedebouwkundige concoursen, waarvan de uitslag voor het einde van dit jaar bekend moet zijn: eentje voor het Daimler-Benzcomplex, waarvan het concern tien procent voor gebruik door derden wil bestemmen, en eentje voor het hele gebied Potsdamer Platz en het nabijgelegen Leipziger Platz, waarvan de achthoekige vorm nog te zien is in de ontruimde 'strook des doods' aan de DDR-grens. De eisen aan de architekten zijn niet mis: behoud van het historisch karakter van de plek, maar toch geen openluchtmuseum, groen maar toch ook echt stad, grootsteeds en dynamisch maar tegelijkertijd ook weer tot nadenken stemmend, want de Fuhrerbunker en de folterkelders van de Gestapo waren vlakbij.

Een echt huis is overgebleven van de oude bebouwing, het voormalige cafe-restaurant 'Haus Huth', zoals nog steeds op de gevel staat. Het werd als door een wonder gespaard bij alle bombardementen na 1943, en ook bij de laatste gevechten op dit plein in 1945, toen het nog na de zelfmoord van de Fuhrer met nog een laatste, gedeeltelijk defecte tank tegen de Russische opmars werd verdedigd, oa. door Nederlandse SS'ers. Maar het zijn niet de bommen geweest die voor de lege vlakten gezorgd, dat waren de stadsplanners van oost en west die in de jaren vijftig en zestig frisse brede autobanen met hoogbouw voor zich zagen en de andere overblijfselen van stedelijke cultuur lieten afbreken. De oude Potsdamer Strasse veegden zij van de kaart terwille van het meer noordelijk gelegen Kulturforum.

Haus Huth, Potsdamer Strasse 5, ontsnapte aan de afbraakwoede waaraan wel alle uitgebrande of gedeeltelijk ingestortte ruines van de buurt ten prooi vielen. Na de bouw van de Muur werd deze plaats een uithoek zonder verbinding. Het laatste restje klinkerstraat gebruiken de bewoners en houders van wat kantoortjes nu als parkeerplaats, even verderop hebben ze een omheinde tuin ingericht. De ratten, hier oppermachtig ten tijde van de levendige zwarte markt tussen de ruines, hebben plaatsgemaakt voor talloze vredige konijntjes.

Haus Huth staat sinds de jaren tachtig op de monumentenlijst en moet in de nieuwe plannen ook behouden blijven. In 1958 gaf het uit 1912 daterende restaurant er de brui aan. Nog wonen op deze toplokatie alleen wat bejaarden en studenten, en zijn er wat kleinere bedrijfjes in gevestigd. Voor openbaar vervoer moeten zij sinds de bouw van de Muur nog steeds een halfuurtje lopen. De S-Bahn loopt nog wel, maar de toegangen tot Berlijns grootste ondergronds station zijn nog steeds dichtgemetseld of met beton volgestort. Op de achtergrond bouwen arbeiders aan een nieuwe muur, decor voor het hier te houden pop-spektakel 'The Wall'. Echt een plek voor, zoals de kritici van het gemeentebestuur zeggen, 'de stedebouwkundige vergissing van de eeuw'.