'WAO-probleem hoog op CAO-agenda'

NIEUWEGEIN, 14 juli De Industrie- en Voedingsbond CNV (52.000 leden) kreeg dit jaar in de CAO-onderhandelingen gemiddeld iets meer loonsverhoging dan de drie procent die bond had gevraagd. Het komt niet vaak voor dat werkgevers de looneisen van de vakbonden overbieden. Heeft de CNV-bond zich te matig opgesteld? D. Terpstra, bij de Industrie- en Voedingsbond CNV verantwoordelijk voor het arbeidsvoorwaardenbeleid, bestrijdt dat. 'We hadden voor een reele inzet gekozen en de CAO-onderhandelingen hebben reele resultaten opgeleverd. Het accent heeft dit jaar te veel op loon gelegen. Dat is op zichzelf geen diskwalificatie van het uiteindelijke resultaat.' Terpstra maakt content de balans op van het CAO-seizoen 1990. 'De grote winst van dit jaar is dat we op grond van argumenten tot kwalitatief goede CAO's zijn gekomen, zonder stakingen. Op het gebied van werkgelegenheid en scholing zijn substantiele afspraken gemaakt. De critici hebben ongelijk'. De vakbond zal volgend jaar in de CAO-onderhandelingen opnieuw streven naar 'evenwicht tussen loon en kwaliteit'.

Althans dat is de intentie van de bondsleiding, die dit najaar het arbeidsvoorwaardenbeleid vaststelt. Cruciaal onderdeel daarvan is een looneis, 'die ten minste op het niveau van dit jaar zal liggen'.

Een grotere looneis behoort tot de reele mogelijkheden. Volgend jaar staat namelijk ook de chemie-CAO op de agenda en in die sector wordt goed geboerd.

Een te bescheiden opstelling van de vakbond kan stuiten op weerstand bij de leden, beseft Terpstra. 'En dat zal consequenties hebben voor de loonparagraaf. We gaan ons niet vervreemden van onze leden.' De Industrie- en Voedingsbond CNV ging dit jaar de CAO-onderhandelingen in met een looneis van drie procent. Daarmee bleef hij een procent achter bij de Industriebond FNV, die in 1990 het accent op inkomen wilde leggen. De vier procent van de FNV-bond ontlokte felle kritiek van werkgevers en politiek, die vreesden voor een loongolf. Ook drie procent werd als te hoog ervaren. Inmiddels is alle kritiek verstomd en worden de CAO-resultaten algemeen als 'verantwoord' gekwalificeerd. 'In de jaren tachtig', zegt Terpstra, 'hebben wij voortdurend een evenwicht tussen loon en werk nagestreefd. Daarmee wilden we dit jaar niet breken. Die vier procent van de Industriebond was op zichzelf niet relevant. Een procentje meer stelt niet veel voor. Die looneis van de FNV-collega's vormde wel een accentverschuiving en vanuit die optiek waren wij daar niet gelukkig mee.' Terpstra kenschetst de gemiddelde loonstijging dit jaar als zeer verantwoord. 'De lonen zijn in reele termen, dus exclusief de compensatie van de inflatie, marginaal verbeterd. In de jaren tachtig was de loonstijging gemiddeld 1,5 tot 2 procent bij een inflatie van nul. Die lijn wordt nu doorgetrokken. Bovendien is in geen van de ons omringende landen de reele loonkostenstijging zo laag als hier.' Terpstra somt tevreden de werkgelegenheidsafspraken in de dit jaar afsloten CAO's op. Philips bij voorbeeld verhoogt het aantal werkervaringsplaatsen voor kansarme groepen van 700 tot 1050 per jaar, hoewel Terpstra direct toegeeft dat deze inspanning schril afsteekt tegen het drastische banenverlies dat het concern onlangs heeft aangekondigd. Ook bij Akzo, de metaalindustrie en de metaalnijverheid zijn 'duidelijke' afspraken gemaakt voor specifieke groepen werklozen.

Volgens Terpstra krijgt de arbeidsongeschiktheid volgend jaar in de CAO-onderhandelingen 'een prominente plaats'.

De bond werkt momenteel aan een plan om de arbeidsongeschiktheid in te dammen. De bestuurder vindt dat de eigen vakcentrale 'te lauw' heeft gereageerd op het WAO-plan dat de werkgevers onlangs in het Voorjaarsoverleg tussen kabinet en sociale partners presenteerden. 'Het is aan de ene kant positief dat werkgevers de WAO-problematiek willen aanpakken. Ze moeten echter afblijven van de uitkeringen. Niet de structuur van de WAO moet ter discussie staan, maar de oorzaken van de arbeidsongeschiktheid. Daar moeten de oplossingen worden gevonden. Zolang werkgevers alleen maar duizendpoten binnen de poorten willen hebben, hoeven we niet aan bestrijding van de arbeidsongeschiktheid te denken'.