Suikerkartel beschuldigd van collaboratie

BRUSSEL, 14 juli De suikerverwerkende industrie in de Europese Gemeenschap is verbitterd. Begin vorige week werden twee van de grootste Britse suikerproducenten, Berisford en Tate en Lyle, door de Europese Commissie beschuldigd van 'collaboratie op de suikermarkt': zij hebben zich niet gehouden hebben aan de strikte concurrentieregels in de EG. De grootste Britse suikerproducent, Tate en Lyle, heeft ogenblikkelijk het boetekleed aangetrokken en toegegeven dat 'bepaalde marktpraktijken van zijn suikerzaken in het Verenigd Koninkrijk mogelijk in strijd zijn met de concurrentiewetten', met andere woorden: inderdaad, we hebben afspraken over marktaandelen gemaakt met Berisford. Maar enkele dagen later stond de welgedane Gary Williams, de voorzitter van de Britse industriele-gebruikersgroep van suiker, al op de stoep bij het suikeradviescomite van de Europese Commissie om uit te leggen dat de suikerindustrie in feite niets te verwijten valt.

Immers, zo legde Williams uit, het 'suikerregime' van de Europese Gemeenschap leidt automatisch tot scheve verhoudingen in de markt. Dat regime bepaalt per lidstaat vastgestelde quota voor de produktie van suiker, minimumprijzen voor grondstoffen en minimum-verkoopprijzen van suiker op de consumentenmarkt. Om hun activiteit te kunnen uitbreiden rest de raffinaderijen en suikerverwerkende industrie niets anders dan met collega's samen te spannen, de markt te verdelen en de prijzen vast te stellen. Daardoor hebben Britse consumenten en suikerverwerkende bedrijven jarenlang veel te veel betaald voor hun suiker.

De boodschap die Gary Williams de Europese Commissie vooral wilde inpeperen luidde dat er een eind moet worden gemaakt aan de nationale quota van de Gemeenschap omdat die 'in strijd zijn met de geest van 1992 en efficiente bedrijven verhinderen om de consument te dienen'.

Williams bepleitte dat er in het nieuw vast te stellen suikerregime meer rekening wordt gehouden met de belangen van de consument waaronder de suikerverwerkende industrie dat het quotasysteem wordt gedenationaliseerd en dat er meer stimuli voor de producenten worden ingebouwd om met elkaar te concurreren.

Die voorstellen zullen de komende weken ter tafel komen bij de Europese Commissie, waar wordt gehoopt dat er nog voor augustus overeenstemming kan worden bereikt over de grondlijnen van een nieuw regime. Het huidige loopt op 1 januari 1991 af. De huidige situatie op de Europese suikermarkt de 'laatste dinosaurus uit de jaren '60' noemt Williams dat regime is zo geregeld dat de nationale suikerraffinaderijen door het quotastelsel in feite vrijwel een monopoliepositie bezitten. Elke lidstaat mag een bepaalde hoeveelheid, meestal uit suikerbieten geproduceerde suiker raffineren. Overschotten die men niet op de nationale markt kwijtraakt komen in aanmerking voor exportsubsidie. Dat kost de Europese Commissie dus geld. Indirect betaalt de suikerconsument daaraan mee door de hoge prijs die er voor suiker in de EG moet worden neergeteld in vergelijking tot de prijs op de wereldmarkt. Bovendien wordt de suikerproduktie in landen waar de suikerbiet niet erg goed gedijt nationaal nog eens gesubsidieerd, waardoor de prijs extra hoog is.

Het huidige suikerregime heeft, zo erkennen de suikerproducenten wel, een aantal voordelen gehad: de suikerbiet is een winstgevend gewas geworden en daardoor de boeren geen windeieren gelegd; de Gemeenschap is een grote exporteur van witte suiker geworden op de wereldmarkt; het regime heeft enige orde geschapen op de suikermarkt zonder dat het soort crisissituaties zijn ontstaan dat bij andere landbouwprodukten, zoals bij de granen, is opgetreden.

Maar als gevolg van internationale ontwikkelingen, met name die bij de GATT-onderhandelingen (Algemene overeenkomst inzake tarieven en handel), is de kans groot dat de EG gedwongen zal zijn het peil van de suikerexport te verlagen. Het enige antwoord dat daarop gegeven kan worden is volgens vooral de producenten uit de noordelijke EG-landen liberalisering van de Europese suikermarkt en het aanmoedigen van concurrentie. Dat betekent dat de minst efficient producerende bedrijven, die nu dus nog worden gesubsidieerd hoewel minder dan vroeger de suikersector verlaten. Wil de Europese suikerindustrie gezond blijven dan moet er een mogelijkheid komen dat de producent (de suikerraffinaderij) zijn grondstoffen daar vandaan haalt waar ze het goedkoopst zijn. Dat strookt volledig met het vaste, maar wat betreft de suiker wel eens vergeten, principe van de 'optimale allocatie van de produktie' in het EG-landbouwbeleid. Het loslaten van dat principe heeft tot gevolg gehad dat ook in landen die daarvoor helemaal niet geschikt zijn moeizaam suikerbieten worden geteeld. Geaccepteerd moet dus worden dat suikerbieten worden verbouwd in die delen van de Gemeenschap die de goedkoopste en meest efficiente produktie garanderen. Alleen op die manier kunnen de prijzen op een niveau komen waar het volume van de beschikbaarheid ongeveer gelijk komt met het volume dat de markt tegen die prijs kan opnemen.

Om deze ingrijpende wijziging van het suikerregime in de EG te bereiken stellen de Europese suikerproducenten de Europese Commissie voor een herstructureringsfonds in het leven te roepen dat gefinancierd wordt door de producenten. Het geld daaruit kan gebruikt worden om boeren of raffinaderijen die de produktie willen stopzetten te compenseren en de sociale consequenties daarvan te verlichten.

De Europese Commissie hult zich tot dusverre in een wat ongemakkelijk stilzwijgen. Niet voor niets meldde de eerder genoemde Gary Williams zich vorige week niet bij het department van landbouwcommissaris Ray MacSharry, maar bij dat van Sir Leon Brittan, de Europees Commissaris voor concurrentie. Het lijkt erop dat de landbouwlobby niet al te veel wil sleutelen aan de bestaande situatie, maar tegelijkertijd zal Brittan wel enig begrip kunnen opbrengen voor de argumenten van de suikerproducenten. EG-waarnemers zijn echter sceptisch gestemd over de mogelijkheid dat er veel zal veranderen: 'De Fransen en Italianen willen geen kilo van hun quotum inleveren.'

    • Frits Schaling