Propvolle zalen bij feestelijke jazz

Hoe is het te verklaren dat het geheel akoestisch spelende kwartet van saxofonist Branford Marsalis in de Haagse Statenhal zo'n 5000 jeugdige bezoekers aan zich wist te binden, twee keer zoveel als het zwaar geelektrificeerde trio van gitarist Bill Frisell? Is het een bewijs dat de doorbraak-filosofie van Paul Acket geslaagd is? Dat de jeugd door de warenhuis-opzet van het North Sea Jazz Festival en passant de echte jazz heeft ontdekt? Of was het toch het TV-clipje Sting, dat al die toeloop veroorzaakte? De ene koppelverkoop of de andere, het maakt niet veel uit, de belangstelling voor de drie kwartier te laat beginnende Branford Marsalis was opmerkelijk, zeker gezien het feit dat zijn kwartet noch nieuwe, noch opwindende muziek maakte. Rudimentaire thema's werden uitgewerkt in lange solo's die absoluut niet in het geheugen bleven hangen. In een gewoon jazzclubje zou het hoogstens een paar honderd bezoekers op de been brengen, die dan nog zouden klagen dat ze nu wel genoeg modale John Coltrane-navolgers hadden gehoord.

Gitarist Bill Frisell heeft geen CBS-contract, ontbeert beroemde kennissen die zingen en draagt ook nog de verkeerde bril. Dat hij ondanks deze gebreken toch een groot podium als dat van de Statenhal op durft, is maar gelukkig want hij speelde een prachtig en spannend concert. De samenwerking met bassist Kermit Driscoll en slagwerker Joey Baron was voorbeeldig, de wegen die tezamen werden verkend, slingerden van hardrock naar smartlap en van country en western naar blues zonder dat het maar een ogenblik geforceerd aandeed. Het grootste verschil met de band van Branford Marsalis zit hem niet in vakmanschap of toewijding, die is bij beide buiten kijf, maar in het gebruik van stilte en distantie. Smeert de band van Marsalis iedere microseconde verbeten dicht met geluid, het trio van Frisell ademt, denkt soms even na en plaatst dan op het juiste moment dat keiharde accent of die zangerige noot. Coltrane versus Monk, uitgebouwd in een bandconcept.

Het concept van de band van de New Orleans Swing Band van Dave Bartholomew is al eeuwen bekend door Fats Domino voor wie deze trompettist en bandleider stapels songs schreef. Vrijwel in hetzelfde arrangement kon het publiek dan ook genieten van overbekende hits. Van Blue Berry Hill tot Blue Monday, en niet te vergeten One night with you waarmee vooral Elvis Presley hoge ogen gooide. Het was feestelijk en het swingde, als alle goede dansmuziek, zonder pretenties.

Dat laatste kon niet gezegd worden van het kwartet van pianist Dave Brubeck. Deze jazzheld uit de jaren vijftig en zestig heeft een goed oor voor pakkende melodieen, dat werd nog eens bewezen door Blue Rondo a la Turk en In your own sweet way. Dat Brubeck als pianosolist nog steeds een leeuw met stompe nagels is, bleek echter eveneens. Gezien dit alles was het winst dat klarinettist Bill Smith vooral met zijn eigen echo-apparatuur contrapunteerde. De duizenden in Den Haag die Brubeck van de plaat en Bach uit de encyclopedie kenden, beleefden er blijkens het applaus een hele hoop plezier aan.

Een massa volk, een vrijwel volle Statenhal, was er opnieuw op de been voor Miles Davis die een buitengewoon ontspannen concert speelde. De band draaide soepeler dan ooit, het repertoire was bekend, grotendeels van de LP Amandla, aangevuld met wat oudere hits als bijvoorbeeld Human Nature. Miles zelf beperkte zich tot de grote lijnen, altsaxofonist Kenny Garrett mocht vrijelijk de show stelen. Op deze manier kan Miles ondanks zijn butsen misschien nog wel 100 worden en het North Sea Jazz Festival zeker 25. Minstens 3000 bezoekers meer dan op donderdag, gesloten deuren bij Dr. John en het Bird-winnaars-concert in het Tuinpaviljoen, nog twee dagen en er is weer een festivalrecord gebroken.

Tweede dag van het North Sea Jazz Festival met o.a. het Branford Marsalis Quartet, Dave Bartholomew and his New Orleans Swing Band, het Dave Brubeck Quartet, het Bill Frisell Trio en de band van Miles Davis. Gehoord: 13/7, Congresgebouw, Den Haag. Het festival wordt vandaag en morgen voortgezet met o.a. Stan Getz, Al Jarreau, B. B. King, Dizzy Gillespie, John Lee Hooker en Max Roach.