Miljoen straatkinderen vechten voor overleving in 'jungle'van Mexico-Stad

Kinderen vormen ongeveer de helft van de wereldbevolking. Maar in de dagelijkse berichtgeving komt het lot van jongeren weinig aan bod. Deze zomermaanden publiceert NRC Handelsblad een reeks artikelen, geschreven door onze correspondenten over opvoeding, scholing, onderwijs, kinderen als arbeidskrachten, al naar gelang land en cultuur. Hieronder de eerste aflevering tevens afscheidsartikel van Ferry Versteeg, die vanuit Mexico naar Nederland terugkeert over de ruim een miljoen kinderen in de 'jungle' van Mexico-Stad die geen dak boven het hoofd hebben en elke dag strijd moeten leveren om te kunnen overleven.

MEXICO-STAD, juli Stel je voor dat de dag om vijf uur 's morgens begint met een ontbijt van koude tortillas en oude bonen. Een half uur later sta je op een straathoek in het al drukke stadscentrum. Je probeert de voorruiten te wassen van auto's die voor rode lichten wachten, om kauwgom te venten aan nog slaperige en norse automobilisten, of om hun goedgevigheid te stimuleren met een snel clownsnummer op het zebrapad. Stel je voor dat je zo tot in de avonduren bezig bent om tussen de vijf en tien gulden te verdienen te midden van het razende verkeer, het helse kabaal en de uitlaatgassen die je ogen laten tranen en je keel scherp maken. Stel je ook nog voor dat je acht jaar oud bent... Dat is het leven van de 'ninos callejeros', de kinderen van de straat die buiten het familieverband raakten en van wie er in Mexico miljoenen rondlopen. Natuurlijk bestaan er wetten tegen kinderarbeid en misbruik van minderjarigen. Maar de economische factoren wegen in Mexico zo veel zwaarder dan de legale. Straatkinderen hebben geen vakanties, geen vrije dagen, geen ziekteverzekering. Voor schoolgang is geen tijd en voor tederheid en liefde evenmin. Zij zijn droevig en verward, of droevig en agressief. Met tien jaar zijn het jonge volwassenen en met 35 jaar zijn zij oud. Volgens een recente studie van UNICEF is hun gemiddelde levensverwachting 40 jaar. Maar als je vraagt wat zij willen worden, fleuren zij op: clown, doctor of als het kan 'licenciado' (doctorandus), Mexico's statussymbool bij uitstek. Zij leven van junk-voedsel, van Coca Cola en steken de rest van hun geld veelal in alcohol en vooral ook in drugs. Anderen kiezen voor prostitutie of worden daar 's nachts op straat of in hun schuilplaatsen toe gedwongen.

Tehuizen

Het praten met deze kinderen, die zonder familieverband moeten overleven in de grote-stadsjungle, is moeilijk. Zij zijn in permanente strijd gewikkeld: met de politie die hen afperst; met agenten van de sociale dienst die hen van hun vrijheid willen beroven en opbergen in staatstehuizen die op jeugdgevangenissen lijken; met criminelen die het op hun spaarcentjes hebben voorzien; en met dat brede scala van seksueel gederangeerde figuren die 's nachts op jacht gaan naar een jonge, weerloze prooi. Zij hebben daarom de mentaliteit van geharde en alerte frontsoldaatjes. De bleke 'gringo' die wil praten met een groepje straatkinderen op de Plaza Garibaldi, een van Mexico-Stads meest gerenommeerde 'roze' plaatsen, stuit dan ook op een muur van argwaan en cynisch gelach. Dan zegt een ventje van een jaar of twaalf: 'Wonne joint (marihuana)) senor? Wonne sex. Dolares por favor'.

'No', zeg ik, 'ik zou graag met jullie willen praten over jullie leven.'

Zij negeren mijn verdere vragen, schakelen onder elkaar over in een onverstaanbaar 'straat-slang' en trekken zich terug. Een paar kilometer verderop spreek ik in de Calle Londres met Dolores Estrada, directrice van het particuliere opvanghuis Casa Alianza voor straatkinderen, dat voornamelijk drijft op Amerikaanse fondsen. Vanachter haar bureau, dat is gebarricadeerd door dozen met koekjes van een gulle gever, toont zij alle begrip voor mijn communicatieprobleem. 'Het kost onze sociaal werkers op straat weken of soms maanden voor ze echt contact krijgen met de kinderen', zegt ze. 'Je moet door zoveel barrieres heenbreken. In het begin zeggen ze vaak dat hun vader of moeder dood is. Dat is het gemakkelijkst. Ze denken dan dat ze het snelst worden geholpen. Anderen zeggen gewoon: er was thuis geen plaats meer voor me'. Volgens Dolores Estrada is de helft van de 88 miljoen Mexicanen onder de achttien jaar. Van 44 miljoen kinderen zijn er twaalf miljoen losgeraakt uit het vaste familieverband. Zes miljoen leven in tehuizen van de kerk, van de staat en van particuliere instellingen. De overige zes miljoen Mexicaantjes leven 24 uur per etmaal op straat. In Mexico-Stad zijn dat er ruim een miljoen. Onvoorstelbare cijfers, maar ze werden afgelopen december wel bevestigd door de directie van het overheidsprogramma 'Minderjarigen in Buitengewone Omstandigheden' (Mese). Dolores Estrada: 'Het is een gigantisch menselijk probleem dat door de burgerij zoveel mogelijk wordt verdrongen en eigenlijk ook door onze overheid. Die laat 's avonds in televisieboodschappen weten: 'Goede ouders hebben of goede ouders zijn is een van de grootste vreugden van het bestaan'. Wat kopen de straatkinderen daarvoor?' Zij vegeteren temidden van prostituees, criminelen en rooflustige agenten op de onderbuik van de samenleving.

Verfverdunner

Estrada vreest dat het probleem in de toekomst eerder groter dan kleiner zal worden. 'Volgens onze schattingen is driekwart van de straatkinderen verslaafd aan alcohol of goedkope en vernietigende drugs, zoals verfverdunner en lijm. Prostitutie en aanrandingen vormen even grote problemen. AIDS moet wel een groot probleem zijn onder de kinderen, maar er is nooit serieus op gestudeerd'.

De directrice van Casa Alianza: 'Een fors deel van onze nieuwe generatie is zichzelf aan het vernietigen'. Via een van haar sociaal werksters duiken we in het leven van drie jongetjes Luis (16), Gabriel (11) en Angel (8), die er af en toe komen eten of spelen. Verwilderde, zwarte stekelharen, harde en argwanende ogen in fletse, ongewassen gezichtjes, tot op de draad versleten kleren. 's Nachts slapen zij in een rioolbuis nabij het standbeeld van Jose de San Martin op de Avenida Reforma. Het stinkt er intens en er zijn altijd ratten. Maar het is er 's nachts ook warm en veiliger dan op straat of in de oude huizen die na de aardbeving van 1985 onbewoonbaar werden verklaard. De toegang tot het riool is namelijk zo klein dat er alleen kinderen in kunnen. En dat biedt 's nachts bescherming tegen allerhande schenders.

Overdag proberen de drie op de Plaza Garibaldi en in de nabije straten van het oude centrum aan de kost te komen door te bedelen, autoruiten te wassen, of voor clown te spelen. En als het zo uitkomt worden de zakken gerold van argeloze toeristen of benevelde doorzakkers. Aan het eind van de morgen en in het begin van de avond is het uitkijken geblazen. Dan komen de bestelauto's van de gemeentelijke sociale dienst langs om straatkinderen op te pakken en af te zetten in een van de weinig populaire 'Centros de Protecion Sociales'. 'Dat zijn ambtelijke instellingen zonder werkelijke interesse voor de problemen van de kinderen', weet Dolores Estrada. 'Het zijn eerder gevangenissen, de kinderen krijgen er snel slaag en slecht eten. Zij zijn overvol en oudere kinderen randen er vaak jongere lotgenoten aan. Zodra zij de kans krijgen vluchten ze'.

Vijand

Ook de politie wordt door de straatkinderen gezien als een natuurlijke vijand. Terecht, oordeelt psycholoog Manuel Gonzalez Mujica, die al een half mensenleven met de straatkinderen werkt en directeur is van de hulporganisatie Comunitario Infantil in Mexico-Stad. Hij zegt: 'Er zijn groepen agenten die niet alleen prostituees en handelaren afpersen, maar ook straatkinderen. Zij worden opgepakt omdat ze bedelen of zingen, of omdat ze naar marihuana zouden ruiken of omdat ze vuil en alleen zijn. Tijdens een ritje in de politieauto worden ze bedreigd, soms geslagen en in ieder geval beroofd van hun geld. Daarna worden zij op straat afgezet. De bron van afpersing moet immers intact blijven'.

Volgens psycholoog Gonzalez Mujica zijn kinderen die worden betrapt bij roof of drugshandel, en door de politie worden meegenomen naar het bureau, te beklagen. 'Evenals zovele volwassenen in dit land', zegt hij, 'worden de kinderen routineus mishandeld en gemarteld waarna zij meestal graag een schuldbekentenis tekenen'. Waarom vallen zoveel families uit elkaar en gaan zoveel kinderen weg in het land waar het familieleven traditioneel toch zo hoog staat aangeschreven? 'In marginale, extreem arme gezinnen wordt nogal snel van partner gewisseld', vertelt de eveneens aan het Comunitario Infantil verbonden psycholoog Luis Rodriguez. 'Zo'n verandering betekent een crisis in het huishouden die vaak gepaard gaat met geweld tussen de ouders en mishandeling van de kinderen. En als dan later stiefmoeders of stiefvaders met hun kroost verschijnen, kunnen de kinderen zich verlaten en verstoten voelen, waarna zij vertrekken.' De incest vormt meestal in combinatie met alcoholisme ook een veel voorkomende reden om voorgoed te verdwijnen in de grote stadsjungle. In een eindeloze volkswijk als Nezahualcoyotl, waar het gros van de drie miljoen inwoners in twee-kamershuisjes leeft en bedden vaak door drie of vier familieleden worden gedeeld, zei een sociaal werker vorig jaar: 'Ik schat dat de helft van de meisjes hier wordt ontmaagd door vaders en oudere broers.'

Minimumloon

En dan is er natuurlijk het economische probleem. 'Je kon de afgelopen jaren duidelijk waarnemen dat door de economische crisis het aantal straatkinderen groeide', zegt Dolores Estrada. 'Je kunt een straatkind nu horen zeggen: ik ben weggegaan omdat er niet meer genoeg eten was, geen bed, geen kleren. Van het huidige minimumloon van 300.000 peso per maand (zo'n tweehonderd gulden) kun je hier geen gezin meer onderhouden. Daarom werken vaders en moeders vaak samen van 's morgens vroeg tot 's avonds en gaan veel aan hun lot overgelaten kinderen uiteindelijk zwerven'. Estrada: 'Laatst kwam een achtjarig meisje bij ons langs. Zij werd 's morgens vroeg door haar vader de deur uitgestuurd met de opdracht 's avonds met ten minste 10.000 peso (zes gulden) terug te komen. Lukte dat niet, dan kreeg zij slaag. Dus bleef zij op een gegeven moment weg'.

De psycholoog Gonzalez Mujica wijst erop dat de straatkinderen een zeer zichtbaar probleem vormen, maar zeker niet het enige. 'Zij laten vaak broertjes en zusjes achter die thuis een hele varieteit van psychologische strategieen ontwikkelen om aan een onaanvaardbare werkelijkheid te ontsnappen. Zij hebben op langere termijn meer kans op klinische problemen.'

Gonzalez Mujica kent de weglopertjes 'een grote psychologische resistentie' toe en noemt hen 'het meest geevolueerde deel' van de marginale bevolking. 'Deze kinderen waren in staat te breken met een onmogelijke situatie en durfden hun lot in eigen handen te nemen', aldus de psycholoog. 'Hoewel zij bang zijn om emotionele relaties aan te knopen, tonen zij onder elkaar op spontane wijze solidariteit. Als zij ziek zijn helpen zij elkaar en gaan zij samen naar een staatshospitaal. Zij leren elkaar te zingen en te goochelen om geld te verdienen.' Het is in Mexico-Stad niet moeilijk iemand te vinden die vroeger op straat leefde, maar met het ouder worden wist terug te keren in het maatschappelijke korset. El Pelon (De Kale) bij voorbeeld, een op de Plaza Garibaldi werkende mariachi-muzikant. Hij denkt met gemengde gevoelens aan zijn straatkindertijd terug. Hij verliet het ouderlijk huis in de noordelijke stad San Luis Potosi in 1935 toen hij tien jaar was en keerde er pas twintig jaar later voor het eerst terug. 'Het was een mond minder om te voeden', zegt hij nu. In Mexico-Stad verdiende hij meestal de kost met het sjouwen van groente en fruit op markten. 's Nachts sliep hij het liefst onder auto's. Later huurde hij een kamer. 'De ervaring heeft mij niet echt kwaad gedaan', vertelt El Pelon. 'Het geeft je wat meer verantwoordelijkheidsgevoel. Hoewel je als eenzaam jongetje heel wat aflijdt in zo'n grote stad.'

De gitarist vindt dat er de afgelopen jaren steeds meer kinderen op straat terechtkomen en dat die ook steeds meer lijm, verfverdunner of benzine snuiven. 'Zij maken zichzelf tegenwoordig kapot. Niet alleen jongens, maar ook meisjes. Het zijn er te veel'.