Hollands dagboek

J. M. van Ree is hoogleraar in de psychofarmacologie aan de Rijksuniversiteit van Utrecht. Hij is tevens algemeen secretaris van het XI-de Wereld Congres Farmacologie dat afgelopen week in Amsterdam plaatsvond, en voorzitter van de International Narcotic Research Conference die gisteren in Noordwijkerhout werd afgesloten. Professor Van Ree is getrouwd en heeft vier kinderen.

Woensdag 4 juli

Lopend van mijn hotel naar het RAI congrescentrum, realiseer ik mij dat 'de klus' bijna halverwege is. De klus is het XIth International Congress of Pharmacology (ongeveer 4300 deelnemers en 500 partners). Negen jaar geleden (Tokyo) is het idee geboren om het congres naar Nederland te halen, zes jaar geleden is er beslist (Londen), drie jaar geleden is het echte werk begonnen (na Sydney), en nu is het de derde dag van het congres (Amsterdam). Om half tien samen met Douwe Breimer, de penningmeester van het congres, een uitvoerig gesprek met het organisatiecomite van het volgende congres over 4 jaar in Montreal. Je vertelt in een notedop de ervaringen van de laatste 6 jaar. Om elf uur dagelijkse organisatiebespreking met de verschillende projectleiders. Hoewel je vooraf probeert alle wielen van de organisatie in de juiste richting te sturen, dreigen sommige wielen weleens uit koers te raken en het soepele verloop te blokkeren. Daarna naar de posterpresentaties in een van de hallen.

Zeer geanimeerd: een congres van deze grootte, met bijna 3000 bijdragen, is gericht op wetenschappelijke uitwisseling, maar ook op persoonlijke contacten. Gekeken bij de poster van een van mijn medewerkers. Een bezoek gebracht aan een restaurant waar de Chinese delegatie een lunch aanbood aan genodigden. Helaas weinig tijd om lang te blijven. In de loop van de middag met David de Wied, president van het congres, naar de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Om 5 uur begon daar de General Assembly van de International Union of Pharmacology (IUPHAR). Hoewel deze vergadering maar eens per 3 jaar gehouden wordt, weinig vuurwerk. Daarna een receptie aangeboden door de Akademie en vervolgens naar de Beurs van Berlage voor het President's diner, een Indonesische rijstmaaltijd in een indrukwekkende entourage. Goed verzorgd, en erg gezellig, en ik zag mijn vrouw weer! Door IUPHAR officieel bedankt voor het vele werk van de afgelopen jaren, maar bijna niemand beseft hoeveel veel is. In bed gedichten van Rutger Kopland gelezen:' Ik heb een vuur gemaakt, je vindt as als je terugkomt, as' (ik zie de lege tafels aan het eind van het diner, maar is het vuur van de ontmoeting niet meegenomen?).

Donderdag 5 juli

Dozen met de derde congreskrant stonden om 8 uur klaar. Op de voorpagina een aardig interview met Douwe en mijzelf over de organisatie van het congres. Nog eens benadrukt dat een evenement met zoveel mensen perfect moet verlopen, maar dat ook gezorgd moet worden voor het individu. De deelnemer moet niet het gevoel krijgen op te gaan in de massa, een registratienummer te zijn. Op de vraag of we nogmaals zo'n groot congres willen organiseren, hebben we zij het aarzelend positief gereageerd, omdat we er veel plezier aan beleefd hebben ('we may fall in love again'). Op de dagelijkse bespreking het draaiboek voor vanavond (slotfeest) doorgenomen: wat een organisatie! (10 pagina's). Daarna overleg gevoerd over een serieuze klacht van congresgangers uit Taiwan. Boven hun samenvattingen was abusievelijk vermeld dat zij afkomstig waren uit de Volksrepubliek China. Besloten officieel excuses aan te bieden en een erratum te publiceren. De rekeningen stromen bij Douwe binnen; controleren en fiatteren. Je realiseert je opnieuw dat zo'n congres veel kost. De totale begroting, exclusief de reis-, hotel- en verblijfkosten van de deelnemers, bedraagt ongeveer 4 miljoen gulden. 's Middags een aantal wetenschappelijke lezingen bijgewoond. De zalen waren goed bezet. Het comite voor het wetenschappelijk programma, onder leiding van Pieter van Zwieten, heeft goed werk afgeleverd.

Om 7 uur naar het Concertgebouw voor het feest. Buitenlanders begrijpen niets van die gekke Hollanders: een officiele receptie in de Nieuwe Kerk, een concert van het Rotterdams Philharmonisch in de RAI, een feest in het Concertgebouw met alle stoelen eruit. Het feest ('flower party') was fantastisch. Overal in het Concertgebouw stonden tentjes met een overvloed aan voedsel en drankjes. Op verschillende lokaties een muziekgroep en natuurlijk een zee van bloemen. De bijna 2000 aanwezigen waren diep onder de indruk: Nederland kan ook feestvieren. Een kleine dissonant: het woord party was door sommigen geinterpreteerd als een drankje met een hapje; zij waren vooraf naar de 'chinees' geweest. Aan het eind van de avond zat ik op de rand van het podium en zag: een blije, dansende mensenmassa, die van geen ophouden weet. Om 0.30 uur uiteindelijk iedereen met een verse bloem naar huis. De enigen die de slaap niet konden pakken waren de Canadezen: zij maakten zich zorgen dat zo'n feest niet te evenaren zal zijn in Montreal.

Vrijdag 6 juli

De dagelijkse congreswerkzaamheden worden al routine. Het is goed dat het de laatste dag is. Op het secretariaat zijn weinig problemen geweest: een teken van goede voorbereiding, de deelnemers voelen zich kennelijk op hun gemak. Veel hulp gehad deze week van de aanwezigheid van Petra Bakels, mijn secretaresse. Overleg over de AIO's, assistenten-in-opleiding. Alle AIO's in de farmacologie konden zonder betaling deelnemen aan dit wereldcongres, mits zij een dag voor en tijdens het congres hand- en spandiensten verrichtten. Zij dragen immers in belangrijke mate bij aan de wetenschappelijke prestaties in Nederland. Zij zijn onze wetenschappelijke toekomst.

In de loop van de middag de slotceremonie. Iets vroeger dan normaal op dergelijke congressen, omdat we de deelnemers uit West-Europa in de gelegenheid wilden stellen hun avondvlucht te halen. Met Douwe de projectleiders van de organisatie ontvangen ('onze' 6 meiden). Tot onze verrassing kregen we van hen een prachtige fotocollage van het congres. Alle belangrijke gebeurtenissen waren weergegeven van de opening door Prins Claus tot de hal met posterpresentaties, van onze dochters die de bloemen na het concert hadden aangeboden tot een zaal met aandachtig luisterende deelnemers, en natuurlijk een foto van henzelf tijdens het feest. We zijn daarna met z'n allen gaan eten. Het was heel gezellig en gelukkig veel kritische opmerkingen. Douwe en ik hebben ons teveel bemoeid met details van het congres, we zijn in hun ogen perfectionisten (wij vinden dat natuurlijk niet). Er is een band ontstaan en het is een fijn gevoel dat mensen open met elkaar over hun gedrag kunnen praten. Aan het einde van de avond: bloemen en een boek over Vincent van Gogh voor ieder. De vocalgroep Choral uit Vollenhove hoor ik zingen: 'ontmoeting is ontmaskering, een teder handgebaar'.

Zaterdag 7 juli

Bij het ontbijt afscheid genomen van Douwe en twee van zijn dochters, die meegeholpen hebben tijdens het congres (familiebedrijfje). Door het congres heb ik de laatste twee jaar intensief met hem samengewerkt. Ik heb Douwe leren kennen als een fijne en betrouwbare man, die gevoel heeft voor grote lijnen en voor details. Ik zou zijn vriendschap niet graag hebben willen missen. Op weg naar mijn huis en gezin in Vollenhove (met het gevoel dat je hebt na een transatlantische vlucht) komt David de Wied als een film in mijn gedachten. Een bijzonder man, die dit jaar met pensioen is gegaan. Toen ik nadacht, 9 jaar geleden, over dit congres vond ik het presidentschap van een dergelijk congres een waardig afscheidscadeau voor hem. David en ik hebben meer dan 20 jaar in het Rudolf Magnus Instituut samengewerkt. Hij was mijn promotor, hij was een stimulator van mijn wetenschappelijk werk. Een fantastische eigenschap van hem is dat hij in wetenschappelijke discussie het meest belangrijke onmiddellijk herkent. Hij kan goed leiding geven aan een wetenschappelijk bedrijf, maar ook aan meer beleidsbepalende instanties. Maar er is meer, wij hebben ook veel persoonlijk contact gehad.

Onze relatie is door anderen wel gekarakteriseerd als een vader-zoonrelatie, waarin vertrouwen en affectie, maar ook generatieconflicten spelen, en waarin problemen en meningsverschillen niet verstorend werken. Komende vanuit de Noord-Oostpolder zie ik ons huis aan de haven. Na een week Amsterdam is dit een verademing; de rust, de ruimte, de natuur. Terug in het gezin moet er veel bijgepraat worden. Onze twee zoons zijn deze week naar een zeilschool in Friesland geweest. Hermen Jan (14 jaar) vol enthousiasme; Rutger (13 jaar) heeft het wat minder plezierig gehad. Onze dochters Marije (10 jaar) en Christa (7 jaar) hadden iets voor mij geknutseld, o.a. een boekje met tekeningen van het hele gezin. Leuk om te zien hoe zij steeds weer bezig zijn om iets voor anderen te maken. Marije maakte nog een interessante opmerking: 'Weet je, net als ik denk dat ik ga winnen, ga ik verliezen'. Wieke, mijn vrouw, vertelde over een aantal patienten kleine huisdieren. Zij heeft meer dan 20 jaar als dierenarts in haar praktijk gewerkt met koeien, varkens en schapen. De liefde voor en van dieren is belangrijk voor haar. De niet-verbale communicatie tussen mens en dier kan ons nog veel leren. Het is fijn om in het geroezemoes van je gezin terug te zijn.

Zondag 8 juli

Ik zit aan tafel bij het raam en kijk uit over het water dat het oude en nieuwe land scheidt. Het oude land is het prachtige natuurgebied Noord West Overijssel, met vanouds een bevolking van vissers en boeren: gezellige mensen met oude tradities, die echter vaak indirect reageren, wat echt contact bemoeilijkt. Het nieuwe land is de Noord-Oostpolder met een gemengde bevolking, oorspronkelijk uit alle provincies van Nederland, met als doel een nieuw leven te beginnen: het zijn echte avonturiers. Meestal gaan we 's morgens met het hele gezin naar de kerk. De congrescultuur maakt dat vandaag moeilijk. Ik moet op tijd in Noordwijkerhout zijn. Ik hoor de kerkklokken nodigen. Gevoelsmatig toch een conflict. Ik lees een aantal gedichten van Huub Oosterhuis: 'Gij zult ons breken en geven aan elkaar'.

Die hulp hebben we nodig om te komen tot een wereld, waarin ieder tot zijn recht komt. Met het gezin een door mijn jongste zoon gebakken taart genuttigd. Een goede gewoonte op zondagmorgen. Vertrokken naar het congrescentrum 'De Leeuwenhorst' in Noordwijkerhout waar deze week de International Narcotic Research Conference (INRC) gehouden wordt. Een congres van 200-300 personen dat elk jaar in een ander werelddeel georganiseerd wordt. Ik ga er graag naar toe; sinds 1976 geen enkel jaar overgeslagen. Het centrale onderzoeksthema is opium en verwante stoffen, inclusief de in het lichaam voorkomende morfine-achtige stoffen, de endorfinen. Het is nu de tweede keer dat ik uitgenodigd ben dit congres te organiseren, de eerste keer was in 1978, ook in Noordwijkerhout. Om 1 uur een vergadering met Arie Mulder, Victor Wiegant en Tjeerd van Wimersma Greidanus, leden van het organisatiecomite. Het draaiboek van het congres doorgenomen. De verwachting is dat alles soepel zal verlopen, mede dankzij de voortreffelijke organisatie van dit congrescentrum. Bijna 300 deelnemers worden verwacht, een mooi aantal. De rest van de dag heb ik me in de buurt van de registratiebalie opgesteld: bekenden de hand gegeven of omhelsd, rimpeltjes weggestreken, vragen beantwoord. Hoewel niet de bedoeling, werd het toch weer laat voor ik naar bed ging.

Maandag 9 juli

Vanmorgen de eerste wetenschappelijke bijeenkomst van het congres. Ik had het druk. Eerst een openingstoespraak en daarna voorzitter van een lezing door Nico Frijda uit Amsterdam over emoties. Het is een goede gewoonte in de INRC om elke dag een vooraanstaand wetenschapper uit te nodigen die een onderwerp behandelt waarin we geinteresseerd zijn, maar dat buiten ons eigen vakgebied ligt. Het was een uitstekend betoog. Vervolgens medevoorzitter van het eerste symposium. Mededeling gedaan van ons onderzoek naar de betekenis van endorfinen voor verslavingsgedrag en dat stress met name psychische stress het ontstaan van verslaving kan bevorderen. 's Middags waren er verschillende workshops over gespecialiseerde onderwerpen. Op weg naar mijn kamer om te werken aan dit dagboek, schiet mij te binnen dat ik volgende week donderdag met mijn gezin op vakantie ga. Voor die tijd moet ik nog een aantal zaken regelen voor de Hersenstichting Nederland, die vorig jaar is opgericht. Het is de bedoeling dat we dit najaar gaan beginnen met het werven van fondsen, het steunen van wetenschappelijk onderzoek en het geven van voorlichting aan een breed publiek. Rond hersenonderzoek en psychiatrische aandoeningen hangt nog een gordijn van geheimzinnigheid en ethisch moeilijk te verwoorden problematiek.

Ik hoop dat de Hersenstichting goed gaat draaien en bijdraagt tot een verantwoorde discussie in de maatschappij. De tijd lijkt gunstig. President Bush heeft de periode 1990-2000 tot 'Decade of the Brain' aangewezen. In de Verenigde Staten is onlangs ook een Hersenstichting opgericht. Contacten tussen de twee stichtingen zijn reeds gelegd en afgesproken is op een aantal terreinen samen te werken. Na het diner ruim 40 posterpresentaties. Er heerst zoals gebruikelijk in de INRC een openhartige sfeer met uitwisseling van de laatste wetenschappelijke bevindingen. Later op de avond, een persoonlijk gesprek met een 6e-jaars studente in de geneeskunde, die ons geholpen heeft bij de organisatie van het congres. Een aardige meid, die vaderlijke gevoelens bij mij oproept. Ik heb de laatste weken vele vormen van ontmoetingen tussen mensen meegemaakt. De mens heeft sociaal contact nodig om zich te handhaven. Maar er is ook een verlangen je te geven en de ander te ontdekken. Die ontmoeting is vaak verrassend en kan leiden tot een zekere rust omdat je een gevoel van evenwicht in jezelf ervaart.

Dinsdag 10 juli

Vandaag wordt Hermen Jan 15 jaar. Niet vergeten te bellen. De morgen grotendeels besteed aan wetenschap. Al die nieuwe ontdekkingen zijn de stenen van het wetenschappelijk bouwwerk, dat we met elkaar aan het bouwen zijn en nooit af lijkt te komen. Is er dan geen einde aan het vergaren van kennis over levensprocessen? Die ene ontdekking leidt weer tot drie andere ontdekkingen. Waar liggen de grenzen van de natuurwetenschappen? Vragen die, hoewel niet te beantwoorden, toch steeds vaker in mijn gedachten komen. De endorfinen hebben gefungeerd als een breekijzer om bekendheid te geven aan het onderzoek naar neuropeptiden. Veel is er van de endorfinen verwacht, met name wat betreft de mogelijkheden om pijn en psychiatrische ziektebeelden beter te behandelen. Deze verwachting is in de loop der jaren tot een klein, beverig vlammetje verminderd. Wel hebben de endorfinen veel bijgedragen aan ons inzicht in de fysiologie van hersenprocessen. De betekenis daarvan voor hersenziekten is momenteel niet in te schatten. 's Middags de komende dagen van het congres besproken. Vanavond een optreden van het Orlando Quartet in het congrescentrum en donderdagavond gaan we met alle deelnemers naar Rotterdam. De bussen zullen ons afleveren bij de Willemskade waar de Mississippi Queen onder stoom zal liggen. We gaan varen in de Rotterdamse haven. Op de boot krijgen we een koud en warm buffet en kunnen we luisteren naar en dansen op muziek van twee orkesten. Mede gelet of de sfeer tijdens het congres, verwacht ik een zinderend feest. Vrijdag is de laatste dag. De meeste deelnemers zullen moe, maar voldaan naar huis gaan. Twee weken congressen liggen dan achter mij. Ik heb veel geleerd, zeker wat betreft organisatie. Ik heb genoten. Ik heb gegeven, maar veel teruggekregen. Het was goed.

Woensdag 11 juli

Een vrije middag voor de congresgangers. Laatste vergadering van het organiserend comite op het Noordwijkse strand.