Hi there

Laten we voorop stellen dat ik iets met dieren heb. Zojuist was ik op Aruba en daar waarschuwde men mij voor een van de katten (hij bijt), maar nog geen kwartier later lag de boosdoener naast me op de bank, een grijs zusje van hem aan mijn andere zijde.

Mijn moeder - we gaan even voort op het Doolittle pad - heeft een mannen hatende zwarte kat, van jongsaf tussen honden opgegroeid en die kat denkt nu dat hij een hond is. Jaagt ook vreemde honden van het erf. U raadt al hoe die met mij is. Dikke mik.

Nu ben ik sinds vorige week op Bonaire, wat zover ik wist boven de evenaar ligt, maar oostwaarts vliegend had ik de zon in het linker raampje van het Japanse toestel van Air Aruba, overigens een zeer laag raampje, duidelijk voor Japanse kinderen gemaakt. Maar Air Aruba meldde dat ze een deal hebben met Brazilie en daar komen, over veertien dagen nieuwe Braziliaanse vliegtuigen voor in de plaats. Nog even terug naar de zon. Die draait hier kennelijk via het noorden, dus dat kan op het zuidelijk halfrond wil ik maar zeggen, ik denk vanwege de keerkringen.

Er is vrijwel niets te doen op Bonaire en dat is het mooie. Elke rit naar de hoofdstad Kralendijk om inkopen te doen wordt meteen een belevenis waar je doodop van terugkeert, blij weer op honk te zijn, aan het inderdaad folderblauwe water (indien ondiep), in de buurt van de ijskast. Dat van dat water begrijp ik trouwens niet. Goed het is vreselijk helder, en op diepe plaatsen donker blauw zoals overal, maar waarom is het zo prachtig licht blauw als het ondiep is? Het zand is wit en de koralen zijn ook niet blauw. Is het vanwege de weerspiegeling van de lucht? Gisteravond zat ik echter bij een loodgrijze lucht. Het regende en dichtbij op de ondiepe plaatsen was het water licht blauw.

Omdat we aan zee zitten, op een soort overhangende rotswand, zo'n meter of vier boven water, is er een ijzeren trap gebouwd, die in zee staat. Het is hier, aan de kust, twee meter diep met ondiepe stukken, maar al gauw loopt het naar beneden tot vier meter en dieper. Aan de kustlijn zijn koralen zoals de hersenkoraal (lijkt op hersens), waar ook weer vijf soorten van zijn (de gladde, de reuzen-, de butter print, de knobbelige en de grooved brain coral). Een eindje verder staan boomachtige koralen, de sterkoraal en de hertegewijkoraal die hier bijna boven water uitsteekt. Ik ben niet wat mensen een waterrat noemen. Integendeel. Mijn zwemopleiding in het Haarlemse Sportfondsenbad (Spatbordenfonds) stond er borg voor dat ik, waar mogelijk, het water heb leren mijden. Ik moest van mijn moeder, maar ik wilde niet graag. Het ergste was de hoge, en nog steeds krijg ik vage angsten wanneer mijn blote voeten natte matting beroeren, het soort dat op de hoge gespannen zit. Omdat ik slecht zwom en de badmeester het meer als een test voor mijn moed zag, moest ik aan een touw naar beneden vallen. Hij hield het steevast te kort zodat ik even boven de waterspiegel in tweeen brak. Dat prefereerde ik echter verre boven een te lange lijn, want onder water sloeg de dood toe, althans dat dacht ik. De rest van de tijd werd opgevuld met de schoolslag aan de hengel: een zware lederen band om mijn jonge middeltje en een slap hangende zinkkleurige ketting die me onderduwde. Natuurlijk was dit niet de bedoeling van het nummer hengel, maar de badman, een ruwe gast op witte klompen, converseerde voortdurend met een van de dames over het eventuele uitgaan 'savonds, waarbij hij weliswaar vooruitliep, de hengel duwend over de rails, maar zonder in het water te kijken, waar ik verzoop.

Al snel wist ik hem ervan te overtuigen dat mijn moeder me liever niet van de hoge zag springen wegens een vrij hardnekkige verkoudheid. Toen mijn moeder een keer mee kwam vertelde ik haar dat de badman ditmaal geen tijd had voor de hoge, maar omdat mijn moeder meende dat ze ook voor de hoge betaald had, vroeg ze om uitleg. Daar ging ik weer.

Militaire Dienst deed er ook aan mee: daar lag de sergeant op zijn buik op de plank mijn enkels vast te houden, terwijl een maat me in de rug duwde. Hij noemde dat duiken. Ik zag het meer als op je maag vallen. De ondergrond was hetzelfde: natte matting en chloorwater. Op Bonaire redde ik een muis uit de vuilnisdrum die net onder de zak verdween, en een ons-lieve-Heers-beestje door het niet geschrokken weg te slaan. Vervolgens paste ik een snorkelbril, plus mondstuk, nadat ik met een verrekijker in het water had staan turen. Het resultaat was verbluffend. Niet alleen kon ik onder water zien, maar ik bleek ook te drijven. De floating tank waar iedereen zo over opgeeft maar dan andersom.

De tweede dag ging ik flink zeewaarts, het water was immers het water niet meer. Je lag erop, te kijken, bewegingloos als je dat wilde (ik wilde dat meestal niet want ik had gemerkt dat er zwarte vissen waren die in je vingers hapten en ook in je bewegingloze tenen, uit nieuwsgierigheid). Toen ik ver genoeg was voor mijn smaak keek ik om en zag toen dat een zwart/wit gestreepte vis, van ongeveer dertig centimeter, meezwom, af en toe vlak voor mijn bril. Ik kreeg het er even benauwd van, weg, weg, riep ik nog, door de snorkel, maar dat kon je alleen boven horen, als je het al verstond. Ik zwom weg en de vis ging mee. Daarna was ik hem even kwijt, maar toen ik tien minuten later aan de ladder hing bleek hij onder mijn buik meegezwommen te zijn, tegen mijn zwarte T-shirt aan. Ik heb een vis die meezwemt vertelde ik. Niemand wist wat het was. Tussen de middag vroeg ik ervaren duikers (Captain Don, 12.000 uur) wat het was. Nooit van gehoord, niemand. Vis die meezwemt? Om vijf uur 'smiddags nog eens het water in. Hij zwom nog steeds bij de ladder, ging verheugd tegen me aan en zwom weer mee. Ik had al eerder een zoolachtige plak op zijn haaienhoofdje gezien (hij leek op een miniatuur-haantje) en daarmee probeerde hij aan te haken. Nu wist ik het. In het aquarium in Amsterdam had ik eens zo'n vis gezien, een grote. Het was een kommensaalvis of sharksucker. Ze worden meer dan een meter, en de jonkies hebben een langwerpige witte streep. Hij dacht dat ik een haai was!Bij het verlaten van het water bleef hij nog lang onder de flipper zitten tot ik ook die voet op het droge bracht. Hij heeft nog uren onder aan de ladder gezwommen maar de volgende dag was hij weg. Op zoek naar een andere haai.