Gevluchte Albanezen zien eruit alsof ze jaren niet goed teeten hebben gehad

BRINDISI, 14 juli 'Het heeft wel enige moeite gekost om alles achter te laten, natuurlijk,' zegt Frederico. 'Maar dat duurde niet langer dan een paar uur, toen was het over. Het kon nooit slechter worden.' Frederico is een van de ruim 800 Albanezen die zijn ondergebracht in een opvangkamp net buiten Brindisi. Alle veerboten uit de Albanese havenstad Durres zijn binnen, de vluchtelingen uit de Westduitse ambassade zijn op de trein naar het noorden gestapt, de zieken en gewonden worden verpleegd in een Italiaans ziekenhuis.

Voor 4.500 Albanezen is een nieuw leven begonnen. Je zou het niet zeggen, als je het groepje ziet in een van de grote loodsen die door het Italiaanse leger in twee dagen tijds zijn veranderd van opslagplaats in eetzaal en slaapplaats. Om nare associaties te voorkomen is het prikkeldraad bovenop de muur weggehaald. Het valt nauwelijks iemand op, want de vermoeidheid hangt als een zware deken over de vluchtelingen. Frederico is een van de velen die moeite hebben om te glimlachen, zo moe is hij door alle ontberingen. Een paartje dat gearmd en onwennig tussen de barakken loopt te slenteren, zegt 'Felice, molto felice' te zijn, maar aan hun ogen te zien hebben ze daar even geen tijd voor. Alleen als een sergeant tegen drie uur komt zeggen dat het tijd is voor de lunch, bereid onder supervisie van een kolonel die het kennelijk tot zijn taak vindt behoren om veel te proeven, veren de vluchtelingen op. Met ogen die groot zijn van verbazing, nieuwsgierigheid en begeerte kijken ze hoe dienstplichtigen hun plateau volstapelen. Kinderen beginnen ongegeneerd te lachen van blijdschap als ze zien hoe het brood en de perzik worden gevolgd door pasta, tomatensalade, een stuk vlees en een stuk kaas. In deze kale hal, broeierig onder het golfplatendak, wordt het verschil duidelijk tussen de Oostduitsers die vorig jaar hun land ontvluchtten en de Albanezen die nu hetzelfde hebben gedaan. De motivatie is dezelfde: in het eigen land is geen toekomst meer en alleen een radicale ingreep zou nog iets kunnen redden. Maar de Albanezen komen onmiskenbaar uit het armste land van Europa. 'We mogen wel een kaars opsteken uit dankbaarheid dat wij niet zo zijn,' zei een Italiaanse bareigenaar nadat hij via de tv de ontscheping van het legioen vluchtelingen had gevolgd. Mensen op blote voeten, sommigen zonder overhemd, een enkeling met gescheurde kleren.

Allemaal zien ze eruit alsof ze jaren niet goed te eten hebben gehad. Wie zich zou afvragen waarom deze Albanezen eigenlijk zijn weggegaan, heeft niet goed naar de vluchtelingen in Brindisi gekeken. Veel vluchtelingen willen liever niet praten over het land dat ze hebben achtergelaten. 'Er gebeuren daar erg veel slechte dingen', zegt Frederico. Naast hem staat een vrouw en een tiental familieleden bewonderend te kijken hoe hij Italiaans praat. Maar hij is voorzichtig en wil zijn achternaam niet zeggen, want niet heel zijn familie is meegevlucht. 'Mijn moeder en een oom en een tante konden niet mee,' zegt hij. 'En ik ben bang dat er wat met hen gebeurt.' Een andere man, die van zijn naam niet meer wil vertellen dan Josef, zegt even later dat er steeds mensen werden gearresteerd, om niets. Maar ook hij valt daarna stil. Kennelijk doet het verleden voor veel Albanese vluchtelingen nog te veel pijn of zijn ze door jarenlang meeluisterende buren introvert geworden. Wat een aantal onder hen wel zegt is dat bij de groeiende protesten in Albanie de Italiaanse tv, die goed is te ontvangen, een belangrijke rol heeft gespeeld. Via de veel-bekeken journaals van de RAI hoorden de Albanezen wat in de rest van Oost-Europa aan de gang was, en dat is een katalysator geweest voor het protest in eigen land.

De eerste discussies gaan onverminderd over werk. Een enkeling informeert nieuwsgierig bij een van de rondlopende officieren naar de mogelijkheden die het Italiaanse leger biedt. Voor iedereen is de vraag: in Italie blijven of daarbuiten zoeken? Bijna niemand die het antwoord al weet. De meeste Albanezen hebben geen lonkend perspectief zoals de vluchtelingen uit Oost-Duitsland hadden. Ze wilden voornamelijk weg. Het ziet ernaar uit dat de kansen voor landgenoten om hun voorbeeld te volgen, aanzienlijk zijn verminderd. West-Duitsland heeft gisteren bekendgemaakt dat zijn ambassade in Tirana voor onbepaalde tijd wordt gesloten. Officieel is dat voor schoonmaakwerkzaamheden: 3.200 bezoekers laten nu eenmaal rotzooi achter. Duidelijk is dat de Westduitsers een herhaling van de bestorming van hun ambassade willen voorkomen. Frankrijk heeft een soortgelijke maatregel genomen, Italie overweegt het.

    • Marc Leijendekker