Gehandicapte sporters hebben hun eigen idolen

ASSEN, 14 juli Gehandicapte Iraniers eten hun middagmaal in een tent op het terrein van de Johan Willem Friso kazerne in Assen. Ze maken deel uit van de groep van 65 blinden, geamputeerden en verlamden, waarmee Iran de komende week is vertegenwoordigd op de Wereldspelen voor Gehandicapten in Assen. Dertig procent van de groep is oorlogsinvalide, vertelt hun begeleider Asghar Dadkhah. Ongeveer de helft van de tien blinde worstelaars zouden hun handicap hebben opgelopen in de strijd tegen Irak.

Gehandicaptensport en oorlogsslachtoffers hebben iets met elkaar. Na de Tweede Wereldoorlog organiseerde de Engelse medicus Sir Ludwig Guttmann wedstrijden voor oorlogsgewonden om hen voor te bereiden op de terugkeer in de maatschappij. In 1948 mondde dit uit in de Stoke Mandeville Games, de eerste competities voor gehandicapten. Bovendien ontstonden de Paralympics, de Olympische Spelen voor invaliden.

Vandaag is een nieuw kampioenschap voor gehandicapten geopend: de Wereldspelen voor Gehandicapten in Assen. De Wereldspelen zijn in de plaats gekomen van de Paralympics die de Drentse hoofdstad in 1992 had willen organiseren, tegelijk met de Olympische Spelen in Amsterdam. Tot 26 juli zullen tweeduizend sporters uit 48 landen zich met elkaar meten in veertien takken van sport, waaronder boogschieten, zit-volleybal, gewichtheffen en atletiek. De meeste wedstrijden worden gehouden in Assen, behalve zwemmen (Drachten), paardrijden (Westerbork) en zeilen (Paterswoldse meer).

Dorp

De kazerne Johan Willem Friso dient als verblijfplaats voor de deelnemers, hun 750 begeleiders en een deel van de ongeveer tweeduizend vrijwilligers die helpen bij de organisatie. De kazerne is voor de gelegenheid omgedoopt tot 'Village'. Witte houten huisjes 'standbouw' staan tussen de gebouwen van de Koninklijke Landmacht. Het is een kunstmatig dorp met boekhandel, kapper en een winkel met de onuitroeibare 'wooden shoes'. De bestaande barakken doen dienst als slaapzaal, restaurant en informatiebureau.

Afgelopen week arriveerden de deelnemers. Zo kwam Liechtenstein met drie personen, Amerika vormt met driehonderd sporters de grootste afvaardiging. De blinde broer en zus Sigmund en Marieta Turteltaube uit de DDR zijn ook aangekomen, samen met zestien andere sporters en acht begeleiders. Ze vermoeden dat ze voor het eerst en tegelijkertijd voor het laatst deelnemen aan de Wereldspelen. Althans in DDR-verband, want een volgende keer zal er wel een gezamenlijk Duits team zijn.

Sigmund en Marieta beoefenen de lichte atletiek: discuswerpen, kogelstoten, hardlopen en vijfkamp. 'Vroeger vond men het afstotend om te kijken naar sportende invaliden', zegt Sigmund. 'In de DDR zijn we gewend aan weinig publiek. Nu verandert dat.'

In de DDR wordt al dertig jaar aan gehandicaptensport gedaan; de laatste twee jaar krijgt het publiek er meer belangstelling voor, is de ervaring van broer en zus. De Keniaanse tafeltennisser Sunil Sinha is benieuwd hoeveel mensen naar de Wereldspelen in Assen komen kijken. Als hij hoort van de inzamelactie van Mies Bouwman in 1988, die 24 miljoen gulden opleverde, zegt hij: 'Je geeft toch niet zo maar zo'n bedrag weg aan gehandicaptensport als het je niets interesseert?' De groep van in totaal zestien Kenianen in rolstoel wil de Wereldspelen een volgende keer het liefst in eigen land hebben. 'In Afrika zijn nog nooit kampioenschappen voor invaliden geweest. Het zal de ogen van de mensen openen', hoopt Sunil.

J. Brouwer, hoofd van de afdeling sport, vindt dat de Wereldspelen in eerste instantie worden georganiseerd voor de deelnemers. 'Maar natuurlijk, het publiek draagt zo'n evenement.'

Heeft het Nederlandse publiek interesse voor de gehandicaptensport? 'Nee, Mart Smeets heeft weinig interesse. Neem nu de schaatsmarathon. In principe is daar niets aan. Je ziet steeds een paar lijven voorbij komen. Door de televisie wordt het opgepept.' De Avro en de EO moeten de komende dagen de Wereldspelen populariseren en beide omroepen zenden in elk geval dagelijks een samenvatting uit.

Zorg

Het geld dat werd ingezameld voor het evenement ziet Brouwer niet als liefdadigheid. 'Je moet overal geld voor inzamelen. Natuurlijk zit er in dit geval ook een element van zorg. Maar waarom noem je het niet medemenselijkheid?' De organisatie hoopt genoeg te hebben aan de 24 miljoen gulden. Wat overblijft gaat naar het Nationaal Fonds Sport Gehandicapten.

De sporters trainden de afgelopen dagen in nabij gelegen sporthallen en op atletiekbanen om hun favoriete onderdeel winnend te kunnen afsluiten. Voor de Drentse deelnemers aan de Wereldspelen Jan Kleinheerenbrink (23) en Roelof Keen (25) zal dat moeilijk worden, vrezen ze. Ze 'wheelen' (rolstoelracen) al sinds hun dertiende jaar. 'Het is topsport', zegt Keen. 'We trainen vijftien tot twintig uur per week. We hebben de faciliteiten, onderdelen en afstanden afgekeken van de atletiek. Maar we kunnen nog geen meter lopen. We vergelijken ons echt niet met Carl Lewis'. De 'wheelers' hebben bovendien hun eigen idolen. Kleinheerenbrink en Keen zitten in een van de restaurantjes als de Franse rolstoelracer Phillipe Couprie langsrijdt. De Nederlanders kijken bewonderend naar hem. En ook anderen worden aangewezen. 'Zie je die daar? Dat is een kanjer.'