De val van de Wall

Het Dow Jones gemiddelde van Wall Street sloot donderdag bij een omzet van meer dan tweehonderd miljoen aandelen op een nieuw record van 2669,80. Op die nieuwe sprong voorwaarts reageerden de andere beurzen de volgende dag met hogere koersen voor aandelen en obligaties.

De landerige stemming van de afgelopen weken lijkt dus om te slaan door Amerikaanse rente-impulsen. Maar de sterkte van die stimulans was onvoldoende om de rest van de wereld in vuur en vlam te zetten. De rente lijkt vooral bepaald te worden door de ontwikkelingen in Oost-Duitsland. Omdat de Duitse monetaire, economische en politieke eenwording lange tijd in beslag zal nemen, is de rente voor de beurs op dit moment geen duidelijk kompas om op te varen.

Daarom kijken professionele voorspellers liever uit naar de winstcijfers over het eerste halfjaar en de verwachtingen voor de rest van het jaar. Oost Europa lijkt geen kip die al snel gouden eieren zal leggen, dus moeten bedrijven proberen om iets te verdienen in de markten waarin ze altijd al opereerden. De beursgeleerden zijn het niet eens of die inspanningen veel meer op zullen leveren dan die over dezelfde perioden van vorig jaar. Ook de winstcijfers geven dus voorlopig geen duidelijk en eensgezind houvast. Maar een beurs moet gewoon een bepaalde doel voor ogen hebben anders blijven beleggers op hun geld zitten, droogt de handel op en komt het beursspel tot stilstand. Misschien daarom zullen de grote beurzen weer meer op Wall Street gaan letten. Als daar de topfondsen op een hoogste stand in de geschiedenis staan, moet het in de komende tijd wel heel goed gaan met de Amerikaanse economie en dat pept andere beurzen weer op.

Aan het begin van deze week uitten Amerikaanse analisten in de Wall Street Journal hun twijfel over de voorspellende gaven van de Dow Jones. De sinds augustus vorig jaar afnemende omzetten in aandelen op de New York Stock Exchange baren de meeste zorgen. Een oude beurswet zegt dat afnemende omzetten in een oplopende markt wijzen op een spoedige ommekeer. Maar niemand weet of die oude wetten nog opgaan.

De geciteerde analisten voeren allerlei redenen aan om de afnemende omzetten te bagatelliseren, maar enkele technische analisten die zich concentreren op terugkerende patronen in koersen en omzetten uit het verleden doen dat niet. Walter Stone bijvoorbeeld ziet de aandelen in de komende twee jaar met 65 procent dalen. De Dow Jones komt in die visie uit op, even slikken, 1000 punten. Zijn advies voor het samenstellen van portefeuilles luidt: 35 procent op een renterekening, 25 procent in staatsobligaties, 15 procent in goudgerande niet-Amerikaanse obligaties, evenveel in obligaties van bedrijven met een goede reputatie, 10 procent in goud en helemaal niets in aandelen. Collega's van Stone delen die mening niet of willen zich niet zo duidelijk er voor uitspreken.

Wanneer Wall Street volgens het scenario van Stone zal vallen, gaan ook andere beurzen mee. Kan iemand die daar van wil profiteren door middel van opties, nu al iets kopen? Liefst niet te duur, want je weet natuurlijk nooit of de voorspelling uitkomt.

Laten we er van uitgaan dat Stone gelijk heeft en dat het peil in Amsterdam over een jaar met 35 procent gedaald is.

Put of verkoopopties zijn dan meer waard geworden. Wie nu als een bedelaar opties van 100 gulden per contract van 100 aandelen koopt, is dan koning. De opties die in oktober dit jaar en januari en april van volgend jaar aflopen zijn te duur en lopen misschien te kort. Daarom bieden opties met langere looptijden meer kansen.

De Amsterdamse Optiebeurs heeft tien fondsen en twee indexen waarop lange call- en put-opties zijn genoteerd. De vier put-opties op de indexen kosten meer dan tweeduizend gulden per contract, te veel om een gokje te wagen. De puts op ABN, Aegon, Amro, DSM en Nationale Nederlanden doen 400 gulden of meer. Dat past beter bij een smalle beursbeurs. De puts op Akzo, KLM en Philips zijn door de recente dalingen ook niet meer zo goedkoop.

Alleen de Koninklijke Olie - put oktober 1991, uitoefenprijs 105 gulden - voor 100 gulden en de Unilever - put oktober 1991, uitoefenprijs 100 gulden - voor 70 gulden zijn goedkoop. Die twee opties leveren winst op als Olie van 147 naar 96 gulden gaat en Unilever van 161 naar 105 gulden. Hoe groot is die kans?