De schone schijn van veiligheid en eenheid in Europa

ROTTERDAM, 14 juli Nog nooit leek Europa zo veilig. 'Europa is een nieuw, veelbelovend tijdperk binnengegaan. Midden- en Oost-Europa zijn zich aan het bevrijden. De Sovjet-Unie is de lange reis begonnen naar een vrije samenleving. De muren die eens mensen en ideeen gevangen hielden storten in. Europeanen zijn hun eigen lotsbestemming aan het bepalen', zo begint de Verklaring van Londen die de staatshoofden en de regeringsleiders van de NAVO een week geleden uitgaven. Nog nooit ook leken de vooruitzichten op Europese eenheid zo gunstig. 'De Europese Raad drukt zijn diepe voldoening uit over de vooruitgang die al gemaakt is en gemaakt zal worden naar het opheffen van de verdeling van Europa en het herstel van de eenheid van het continent waarvan de volken een gemeenschappelijke erfenis en cultuur delen', spraken de leiders van de Europese Gemeenschap eind vorige maand in Dublin uit.

Maar dan klinken in die euforische atmosfeer opeens stoorzenders. Ze verkondigen dat die veiligheid en die eenheid nog wel eens ver weg kunnen liggen, ze wijzen op de depressies die het huidige vrijwel wolkenloze Europa spoedig zullen bedreigen en ze voorspellen zelfs dat instabiliteit en grote conflicten voor de deur staan.

Spelbreker

Na de NAVO-top was de Franse minister van defensie, Jean-Pierre Chevenement, de spelbreker. Terwijl president Mitterrand vorige week vrijdag de terugtrekking van de in Duitsland gelegerde Franse troepen in het vooruitzicht had gesteld ('De logica wil dat het Franse leger naar zijn land terugkeert vanaf het moment dat de rol van de vier mogendheden zal zijn uitgespeeld') zei Chevenement dat daar wat hem betreft op korte termijn geen sprake van kan zijn. Hij ziet in het midden van Europa 'een enorm vacuum' ontstaan op het moment dat de Sovjet-Unie uiteenvalt en de Amerikanen zich zullen terugtrekken uit een verenigd Duitsland. Dat laatste zal sneller gebeuren dan iedereen nu denkt, liet de minister doorschemeren. Frankrijk, na Rusland in grootte het tweede land van Europa, moet zich volgens hem op die gevaarlijke situatie voorbereiden.

Opvallend is het puur-nationalistische karakter van Chevenements visie. De aparte positie die Frankrijk in het bondgenootschap inneemt het maakt deel uit van de politieke maar niet van de militaire structuur van de alliantie is hiervoor geen afdoende verklaring. Een verwijzing naar een gezamenlijk optreden met andere landen ontbreekt geheel. De eind l987 opgerichte Frans/Duitse brigade lijkt eveneens elke betekenis verloren te hebben, al merkte een Franse bron na de Mitterrands uitlating nog wel op dat de presidentiele mededeling geen betrekking had op deze eenheid.

Zelfvoldaanheid

De zelfvoldaanheid die het staatshoofd en de regeringsleiders van de Twaalf uitstraalden kreeg zowel van Franse als van Britse kant een aanval te verduren. De neo-gaullisten wreven de socialist Mitterrand aan dat hij bezig was de Franse glorie te verkwanselen. Ze vielen over de, overigens verrassende, ontboezeming die de president in Dublin had gedaan dat de Europese Gemeenschap 'een federaal eindstation' moest hebben.

Krachtige taal bezigde ook de Britse minister van handel en industrie en Thatcher-adept, Nicholas Ridley, die in een gisteren gepubliceerd vraaggesprek de Duitse 'verwaandheid' veroordeelde. Hij stelde vast dat Duitsland bezig is 'heel Europa over te nemen' en vergeleek de overdracht van soevereiniteit aan de EG met de overgave aan Adolf Hitler. Het feit dat de bewindsman zijn woorden na de onmiddellijk losgebarsten felle kritiek schielijk introk, kan niet verhelen dat zich kennelijk groot ongenoegen binnen de Gemeenschap ophoopt.

Goed gedijen

NAVO en EG hebben gemeen dat ze instellingen zijn die goed gedijden in een gedeeld Europa. Beide organisaties hebben, behalve hun belang voor de Westeuropese eenwording, als nuttige functie gehad dat ze West-Duitsland economisch en militair in het Westen verankerden. Het is echter onzeker of ze ook na het wegvallen van de scheiding kunnen overleven. De uitdagingen die het einde van de Koude Oorlog en de door eigen dynamiek aangedreven snel naderbijkomende vereniging van beide Duitslanden met zich mee brengen proberen NAVO en EG op geheel eigen wijze het hoofd te bieden. Het Atlantisch Bondgenootschap heeft het daarbij op het eerste gezicht het moeilijkst. Het moet twee schijnbaar tegenstrijdige doelstellingen met elkaar verzoenen: de opbouw van een vredesorde in Europa onder gelijktijdige handhaving van de defensieve alliantie. In Londen werd voor dit dilemma een voorlopige uitweg gevonden door de politieke component van de NAVO te onderstrepen. Sovjet-leider Gorbatsjov en vertegenwoordigers van andere Warschaupact-landen werden uitgenodigd het hoofdkwartier in Brussel te bezoeken en diplomatieke banden op regelmatige basis met de Westerse organisatie aan te gaan.

De grootste opgave waar de NAVO nu voor staat is ervoor te zorgen dat ook het verenigde Duitsland in het bondgenootschap wordt opgenomen, een verlangen waarmee de Sovjet-Unie tot nu toe de grootste moeite heeft. Om Moskou te paaien is in Londen beloofd dat in het najaar onderhandelingen zullen beginnen over de omvang van de strijdkrachten van het verenigde Duitsland. Verder werd de nadruk gelegd op de prominentere plaats die de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE) in het toekomstige Europa moet innemen een oude wens van het Kremlin.

Of de NAVO 'nieuwe stijl' die uit de topconferentie van Londen te voorschijn kwam bestaansrecht zal houden is echter onzeker. Alles hangt af van de vraag of Amerikaanse troepen op Europese bodem gestationeerd zullen blijven en juist op dat punt is de verklaring onduidelijk. Aangegeven wordt dat de militaire aanwezigheid van de Verenigde Staten en Canada in Europa het Noordamerikaanse lot met de Europese democratieen verbindt, maar direct daarop volgt de zin dat 'we de manier waarop we over verdediging denken diepgaand moeten wijzigen' als gevolg van de veranderingen in Europa. Kan het bondgenootschap overeind blijven als een toekomstige regering van het verenigde Duitsland, na volledige herwinning van haar soevereine rechten, tot de conclusie komt dat de toestand in Europa de aanwezigheid van Amerikaanse militairen op haar grondgebied niet meer rechtvaardigt? De nu zo veel geroemde bijzondere Amerikaanse-Duitse relatie is daar geen verzekering tegen. Krijgt Chevenement gelijk?

Onvoorbereid

De Europese Gemeenschap lijkt minder in gevaar. Ze werd weliswaar, net als de NAVO, onvoorbereid overvallen door de ingrijpende ontwikkelingen in Oost-Europa, maar heeft er verrassend soepel op ingespeeld. Het besluit tot uitbreiding van de EG met Oost-Duitsland kwam zonder grote controverses op te wekken tot stand en bij de economische hulpverlening aan Oosteuropese landen werd de Europese Commissie, het 'dagelijks bestuur' van de Gemeenschap, belast met de coordinatie.

Internationaal won de EG aan invloed. Dat proces werd nog versterkt door de keuze die de Twaalf maakten voor verdieping van hun samenwerking. Behalve de voltooiing van de markt zonder binnengrenzen, die eind 1992 een feit moet zijn, werden twee nog ambitieuzere projecten aangepakt: de Economische en Monetaire Unie en de Europese Politieke Unie. Deze krachtige versnelling van de integratie met Frankrijk en West-Duitsland als drijvende krachten moet het economische, monetaire en politieke weefsel tussen de Twaalf zo sterk maken dat de weg terug voorgoed is afgesloten, ook voor Duitsland.

Zelfs op het terrein van de veiligheid lijkt een steeds grotere rol voor de Gemeenschap weggelegd. De Verklaring van Londen spreekt niet voor niets lovende woorden over het streven van de EG om tot een politieke unie te komen 'inclusief de ontwikkeling van een Europese identiteit op het terrein van de veiligheid' een passage die overigens op aandrang van Mitterrand, gesteund door de Spaanse en Belgische regeringsleiders, is opgenomen. En de Britse Europese commissaris Leon Brittan pleitte onlangs voor een totstandkoming van een Europese Veiligheidsgemeenschap die 'het fundament van een werkelijke Europese defensiepeiler binnen de NAVO' moet verschaffen. In Den Haag wordt een dergelijk idee blijkens de vorige maand verschenen vervolgnota 'Verder bouwen aan Europa' niet uitgesloten, mits beschouwd 'in een duidelijk langer tijdsperspectief'.

Wat de gedachte in de praktijk zal inhouden is nog onduidelijk. Herrijzing van de in de jaren vijftig in het Franse parlement gesneuvelde Europese Defensie Gemeenschap zal in elk geval een ommekeer in het Parijse denken over soevereiniteit op defensiegebied vereisen.

Het parcours naar die Europese Unie van de Twaalf met een gemeenschappelijke economische, monetaire en buitenlandse politiek en wellicht met een defensiebeleid is moeilijk en de lastigste barrieres moeten nog worden genomen. De belangrijkste kwestie die binnen de EG nog steeds niet is geregeld is of de Gemeenschap intergouvernementeel of supranationaal van karakter moet zijn. Met andere woorden: blijven de regeringen van de lidstaten de dienst uitmaken, zoals nu meestal gebeurt, of wordt de Gemeenschap een echte federatie. Grote landen als Frankrijk en Engeland, maar ook Spanje neigen naar de eerste optie; kleinere landen als Nederland en Belgie geven de voorkeur aan de tweede. Bondskanselier Kohl spreekt over een Verenigde Staten van Europa die tegen de eeuwwisseling moet zijn bereikt federaler kan het bijna niet maar zullen de Duitsers dit standpunt vasthouden? De voortgang wordt verder bemoeilijkt door het traditionele verzet van Groot-Brittannie tegen alles dat zweemt naar opgeven van nationale bevoegheden en de drang van andere landen, op het ogenblik vooral West-Duitsland daarbij meestal gesteund door Frankrijk, om beslissingen door te drukken. De uitspraken van de president van de Bundesbank, Pohl, over de wenselijkheid van een Economische en Monetaire Unie die met verschillende snelheden werkt, heeft niet alleen in Londen kwaad bloed gezet.

Twee andere vraagstukken tasten de EG in de wortel aan. Stel dat alle hinderpalen uit de weg kunnen worden geruimd en dat de Economische en Monetaire Unie en de Europese Politieke Unie per 1 januari 1993 volgens plan op poten zijn gezet. Kan in het ongedeelde Europa een zo vergaand geintegreerde Gemeenschap van twaalf landen bestaan waaraan de rest voorlopig geen deel zal kunnen hebben en misschien wel altijd buiten zal blijven? Zal dit niet een nieuw verdeeld Europa scheppen? Hoe lang zal de Gemeenschap kunnen verkopen dat de deur van haar exclusieve club alleen voor personen in het juiste kostuum geopend wordt? Maar zal, anderzijds, de EG niet organisatorisch ten onder gaan als elk democratisch geregeerd Europees land in het bezit van een markteconomisch stelsel zal worden toegelaten? Het is daarom niet goed voor te stellen dat de EG, ondanks al haar pretenties, als hoeder en stimulator van de Europese eenheid zal kunnen optreden.