De PTT timmert aan de weg en de koeriers er uit

Op 29 juni 1990 werd het jaarverslag van de Koninklijke PTT Nederland nv gepresenteerd. NRC Handelsblad meldt dat de PTT de smaak van het vrije ondernemerschap te pakken heeft. Zij heeft zich staande gehouden tegenover een 'hongerige horde' concurrenten. En ook de schaarse deelmarkten waar PTT geen marktleider is, zal het bedrijf 'heroveren'. Doelend op de koeriers moet de voorzitter van de raad van bestuur, ir. W. Dik, gezegd hebben: 'We moeten ze eruit timmeren'. Ferme taal die na de public relations van het jaarverslag in die week gevolgd werd door fraaie advertenties waarin de snelle service van de post van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat werd geprezen. We zagen in een kleurenadvertentie een postbesteller bij volle maan een pakje bezorgen bij een wit huisje in het bos.

Dik besluit het genoemde interview met de mededeling dat de PTT goed voor zijn clientele moet zorgen 'want tenslotte vervullen we een openbare nutsfunctie, we hebben een maatschappelijke verantwoordelijkheid'. Het is deze mededeling die, in combinatie met de opmerkingen over de concurrentie, nadere aandacht verdient.

Bij de verzelfstandiging van de PTT kreeg zij in de telecommunicatie en post een exclusieve (in de wet verankerde) concessie om bepaalde basisdiensten die van openbaar nut kunnen worden geacht, te verzorgen. Bij telecommunicatie is dat bijvoorbeeld de spraaktelefonie, bij post is dat bijvoorbeeld het briefverkeer met behulp van brievenbussen en postboden; beide zijn vormen van communicatietransport die wij van oudsher met de PTT associeren.

Voor- en nadeel

Het exclusieve recht zo'n basisdienst te verzorgen, verschaft de PTT nadelen maar ook voordelen. Het nadeel is dat de dienst overal op gelijke voorwaarden beschikbaar moet zijn, ook in de onrendabele gebieden. Zo behoort de PTT als concessionaris van de basisdienst voldoende bereikbare postkantoren open te houden.

Het voordeel is dat diensten-aanbieders niet mogen doen wat PTT als concessionaris in het algemeen belang moet doen. Zij mogen geen kleine PTT-tjes worden die in oneerlijke concurrentie met PTT basistransportdiensten gaan verzorgen.

De exclusieve positie van de PTT wordt beschermd door een uitgebreid stelsel van wettelijke bepalingen. Daarbuiten ligt het vrije gebied waar anderen met elkaar mogen concurreren. Het is de markt van zogenaamde toegevoegde diensten. Zij voegen iets toe aan de basis.

De grenzen tussen de basisdienst en de toegevoegde dienst zijn moeilijk te trekken. Neem nu de koerier. Deze doet iets anders dan de post. De koerier brengt een brief of een pakje van het door de klant naar het door de klant gewenste punt. Bij de posterijen gebeurt dat van vaste punten (de brievenbussen), in niet geindividualiseerde vorm (de postzak) en op vaste tijdstippen (de postbestelling). De reguliere post doet het bovendien minder snel.

De koeriers vormen een mooi voorbeeld dat de wetgever de grens van de concessie wel eens wat te ruim ten gunste van de PTT heeft getrokken. Zo bevat de postregelgeving bij voorbeeld tariefregels die het voor koeriers moeilijk maken concurrerend te opereren op gebieden die buiten de basispostdienst liggen. Dat vinden niet alleen de koeriers. Dat vindt ook de EG-Commissie die op 20 december 1989 een beschikking tegen de Nederlandse Staat heeft uitgevaardigd dat zij de mededingingsregels van het Verdrag heeft geschonden door de PTT met de wet een handje te helpen op een gebied dat niet tot de basisdienst kan worden gerekend, en waar het ook niet nodig is de PTT ter bescherming van de basisdienst een bevoorrechte positie te verschaffen.

Vond Dik dat hij met deze Europeesrechtelijk verdachte wettelijke bepalingen in de hand de koeriers in de commerciele deelmarkt moest beconcurreren? Daarover geeft het interview geen uitsluitsel en dat komt waarschijnlijk omdat de situatie zo onduidelijk is.

Onduidelijk

Toen tot verzelfstandiging van de PTT werd overgegaan, werd ook besloten dat PTT naast de exclusieve concessietaak in de markt van de toegevoegde diensten mocht meedoen als commerciele concurrent onder de commerciele concurrenten. De commissie-Steenbergen adviseerde destijds deze commerciele taak organisatorisch-juridisch te scheiden van de nutstaak.

Deze aanbeveling is helaas niet door regering en parlement overgenomen. Dat zou later worden bezien. Het gevolg daarvan is een onduidelijke situatie waarin we niet weten wanneer we nu met BV Post en BV Telecom als concessionaris ten algemene nutte of als commercieel concurrent te doen hebben. De presentatie van het jaarverslag is daarvan een goed voorbeeld. Want bedoelde de president-directeur van de deelmarkt van de koeriers dat de commerciele poot van de PTT harder moest concurreren of dat de nutspoot haar werk beter moet doen? Of begint hij in het interview met de commerciele taken en sluit hij met de nutstaken? Staat de postbesteller die bij volle maan in de advertentie bij een wit huisje een pakje aanreikt, in een commerciele deelmarkt te timmeren of vervult hij zelfs bij bewoners van een huisje in het bos basisbehoeften? We weten het niet en PTT heeft er ook geen belang bij ons wijzer te maken dan we zijn.

Dat het met de PTT in de verzelfstandigde situatie zo goed gaat, is verheugend. De trots zij de leiding en de werknemers van het bedrijf niet misgund. Het is thans zaak zo spoedig mogelijk de commerciele taken organisatorisch en juridisch te scheiden van de nutstaken, en nutstaken ook inderdaad te beperken tot de basis. Dan zal het in de presentatie naar buiten ook doorzichtiger worden.