DE LANGE TRADITIE VAN DE APARTHEID

Tot het heterogene gezelschap van 'Zuidafrikanologen' is nu ook Allister Sparks toegetreden, een van 's lands meest ervaren en gerespecteerde journalisten en correspondent voor onder andere NRC Handelsblad. Zijn lang tevoren aangekondigde The Mind of South Africa is desondanks geen teleurstelling.

De apartheid is geen pas omstreeks 1948 uitgevonden verschijnsel. De samenleving die zich vanaf 1652 aan de Kaap ontwikkelde, kende vanaf het begin onderscheid tussen Europeanen en inheemsen, tussen heren en slaven, christenen en niet-christenen, rijke blanken en arme zwarten. In de negentiende eeuw werd dit samenlevingspatroon verbreid over zuidelijk Afrika. Voor de Afrikaner Nationalisten kwam in de verkiezingscampagne van 1948 de apartheid pas op de derde plaats, na nationale zelfbeschikking en vraagstukken van economische aard. Echt apart werd Zuid-Afrika pas daarna: terwijl heel de wereld dekoloniseerde en rassendiscriminatie ging verfoeien, werden in Zuid-Afrika onderscheiding en onderschikking op raciale gronden juist stelselmatig tot wet verheven en afgedwongen.

Ter verklaring van die tegendraadse ontwikkeling verwijst Sparks naar een combinatie van factoren. Allereerst het karakter van de Afrikaner, in eigengereide isolatie ver van Europa opgegroeid met oude calvinistische gevoelens van uitverkorenheid, eeuwenlange tradities van maatschappelijke superioriteit, diepgewortelde etnische vooroordelen en reeksen historische mythen. Aangevuld met uit allerlei oorden aangesleepte theorieen (waaronder neo-calvinistische uit Nederland en nationaal-socialistische uit Duitsland) werd een fervent en potent Afrikaner nationalisme gebrouwen, dat kansen kreeg omdat het oplossingen aandroeg voor de vele problemen waarmee de Afrikaners geconfronteerd werden. Uitvoerig en indringend beschrijft Sparks de vorming en vestiging van het apartheidssysteem, de werking en uitwerking ervan. Hij gaat in op de teloorgang van het ideologisch vuur na de dood van Hendrik Verwoerd, de opkomst en mislukking van het neo-apartheidsdenken, de rol van securocraten en handboeken voor de bestrijding van revoltes, de brute machtshandhaving en onderdrukking.

The Mind of South Africa is geschreven door een geschoold waarnemer en ervaren verteller. Een informatief, open en kritisch, boeiend boek, dat de sterke betrokkenheid van de auteur als pluspunt toegerekend kan worden. En als punt van kritiek tegelijk. Te gemakkelijk kleuren hedendaagse opvattingen het beeld van het verleden. Sparks erkent ruiterlijk zijn vooroordelen als lid van de liberale, engelstalige blanke Zuidafrikaanse elite, voorstander van de zwarte bevrijding en omwenteling zoals door het ANC nagestreefd. Hij erkent ook de samenhang tussen het een en het ander: de engelstalige blanke Zuidafrikaan leeft immers met de zekerheid zo nodig altijd te kunnen uitwijken naar een ander deel van de wijde Angelsaksische wereld. De Afrikaner mist dat perspectief.

STRUIKENHAAG

Dat inzicht verleidt Sparks echter niet tot enig begrip voor het streven naar veiligheid en handhaving van eigen culturele identiteit van de Afrikaner. Vanaf de wilde 'amandelstruikenhaag' die Jan van Riebeeck om de jonge volksplanting aan de Kaap pootte, tot de groepsgebieden, pasjeswetten en gedwongen herhuisvestiging onder de apartheid: het is een doorlopend verhaal van racistisch superioriteitsgevoel dat geen enkel middel ter zelfhandhaving en zelfverheffing heeft geschuwd. Wie zich zo immoreel gedraagt, zo meent de auteur, verbeurt het recht voor zichzelf daarna nog (groeps)rechten op te eisen.

Sparks laadt hier de verdenking op zich van een onrealistisch vooroordeel. Zijn afwijzing van alles wat niet spoort met een stelsel van individuele rechten binnen een unitaire' one man one vote' meerderheidsdemocratie (de ANC-strategie) heeft echter nog een tweede achtergrond: een opmerkelijk optimistisch beeld van de Afrikaanse cultuur. Haast Rousseauaans is zijn weergave van de nog niet door de blanken beroerde zwarte samenleving: een vredelievende gemeenschap zonder grote spanningen, zonder bloedige oorlogen, gekenmerkt door grote onderlinge zorg en sterke humanitaire tendenties. Onschuldig en idyllisch, want gematigd, tegen extremisme en tegen zinloos geweld gekant, is volgens hem het zwarte verzet in wezen gebleven. Ubuntu, communalisme, mens zijn door met en voor elkaar te leven, dat is het trefwoord voor de geest van zwart Afrika.

Keer op keer wordt het door Sparks herhaald, en verbonden met zijn absolute tegendeel: de onbuigzame, gesloten, zelfgenoegzame geest van de onbekeerlijke blanke Afrikaner, gesymboliseerd door Van Riebeecks wilde 'amandelstruikenhaag' (die in de Engelse versie van 'bitter almond hedge' ongewild een extra hatelijke klank heeft). Sparks moest zijn boek in de loop van 1989 afsluiten. Hij kon dus de omwenteling die F. W. de Klerk op 2 februari 1990 inaugureerde, niet meer verwerken. Dat heeft zijn boek al meteen bij de verschijning een gedateerd karakter verleend. De gedateerde indruk van de analyse van eigentijdse krachten en ontwikkelingen in The Mind of South Africa is echter niet alleen gevolg van feitelijke overmacht. De lezer is door Sparks ook niet voorbereid op de mogelijkheid van het soort veranderingsproces dat zich thans voltrekt. The mind of South Africa heeft niet zozeer pech met het moment van verschijnen, maar ook met de gebondenheid van de auteur in zijn beschouwing over Zuid-Afrika.