De beurtslapers van Halfweg

Ik moet u iets vertellen over de liefde tussen Angela en Trol. Ergens uit Duitsland moeten ze ooit gekomen zijn, in een oude bus. Ze wilden rond de wereld reizen, maar in Amsterdam had de motor het al begeven, en toen waren ze hier maar blijven hangen. Angela verdiende de kost al tippelend achter het Centraal Station en Trol verrichte daarnaast enkele bezigheden op sloopgebied. Angela was klein en mager, Trol zag eruit zoals zijn naam deed vermoeden en als hij met zijn grote, harige lijf in de deuropening van hun bus verscheen, begon het ding vervaarlijk scheef te hellen. Eerst bivakkeerden ze op het KNSM-eiland bij het IJ, later, bij de grote ontruiming van deze zwerfstad in november vorig jaar, werd het karkas van hun bus met talloze andere busjes en caravans naar de Heining gesleept, een winderig opslagterrein tussen de olietanks en de autosloperijen, ergens halverwege IJmuiden, de plek waar je ongeveer van de Amsterdamse plattegrond afrijdt.

Ondanks de kou, de regen, de modder en de overbevolking leken er op die Heining voor Angela en Trol nieuwe tijden aan te breken. Via via werd Angela aangesteld als officiele schoonmaakster van de toiletwagens, en daarmee deed de gemeente een gouden greep: ergens in Angela's magere lijf bleek een oerduitse, huismoederlijke Sauberkeit te leven en nooit waren de wc's blinkender dan toen. Trol specialiseerde zich ondertussen in het ontstoppen van toiletpotten - meestal is het toiletpapier op de Heining na een uur al verdwenen, zodat men overgaat tot het gebruik van maandverbanden, onderbroeken, oude T-shirts en andere problematische materialen - en bespaarde de gemeente vele duizenden guldens aan loodgieterskosten.' Das machen wir doch so!', en dan stak hij zijn lange arm weer in een stinkende pot.

De Heining is een hoekje waar de Amsterdam haar treurigste zwerfgevallen onder het kleed veegt. In de stad is altijd wel eten te vinden, en op een bepaalde manier wordt er zelfs nog wel wat op daklozen gelet. Op de Heining komt niemand ooit kijken - behalve dan een maatschappelijk werker, Thijs van den Berg, en talloze dealers, die, volgens een van de weinige omwonenden, in de weekenden met hun Mercedessen en BMW's af- en aanrijden 'alsof het de Kalverstraat is'.

Enclaves

Er zijn meer van dit soort enclaves van daklozen in de stad, nederzettingen van hutjes, caravans en oude bussen. Bijvoorbeeld Leefland, een idyllisch, bijna duinachtig gebiedje tussen een paar gastanks en de haven, vlak tegenover de Heining. Of bij het station Slotervaart. Of bij de Houthaven, dichter bij het centrum, waar zolangzamerhand alweer een heel dorp is gegroeid van zo'n honderd caravans en dertig tenten.

De bewoners vormen een merkwaardige mengeling van drug- en drankgebruikers, illegalen, politieke vluchtelingen, handelaars, jeugdtoeristen en mensen die er gewoon voor kiezen. In Leefland waren we bijvoorbeeld ooit op visite bij een eenzame Afghaan, die naast zijn caravan in de zandvlakte een soort theehuisje had gebouwd, een openlucht huiskamer met een vloerkleed, een televisie, een tafel met een vaasje bloemen en een omgekeerde kaart van Nederland tegen de wand. Op de Heining troffen we zo'n dertig tot veertig Noord-Afrikaanse jongens die in een stuk of vier caravans woonden, waar ze in ploegen in sliepen, het zogenaamde 'beurtslapen'. Ze leefden van ontucht en de wind, maar toen de Ramadan afliep richtten ze buiten, aan zelfgemaakte tafels, een maaltijd aan waar ze op de Heining nu nog over praten. En zelfs woonde er een Spanjaard in een oude, door en door smerige gemeentelijke toiletwagen die per abuis van het KNSM-eiland was meeverhuisd.

In het daklozencircuit is een vast onderdak, al is het maar een caravan of een hut, een schaars en felbegeerd goed. Het klassieke 'slapen op een bankje' proberen de meeste daklozen zoveel mogelijk te voorkomen, vooral als het koud is. In zo'n situatie slaap je alleen als je je snel volgiet met drank, leerde ik van meer ervaren zwervers.' Daarna moet je direct opstaan, rondjes lopen, wat springen om je bloedsomloop weer aan de gang te krijgen. Maar langer slapen dan een paar uur doe je nooit.'

Na jaren uitstel neemt de overheid binnenkort eindelijk enige verantwoordelijkheid voor deze groep buitenslapers. Na de zomer zal een zogenaamd stoelenproject van start gaan, een nachtopvang waarbij niets meer maar ook niets minder dan een stoel, een tafel, warmte en beschutting wordt geboden. Daarnaast kan iedereen op straat vier nachten per maand onderdak vinden bij de Hulp voor Onbehuisden (HVO). Wie zich er 's avonds meldt moet alles afgeven, al zijn kleren uittrekken, zich douchen en krijgt dan voor de rest van de verblijfsduur een soort lange nachtpon aan. Als je gelukt hebt worden je kleren in de tussentijd gewassen. Onder daklozen heeft de HVO een goede naam, ook vanwege het uitstekende eten. Het enige bezwaar is dat je er - uitzonderingen daargelaten - na vier nachten onherroepelijk wordt uitgezet. Dat is niet het geval in het net geopende Fokke Simonszhuis, waar daklozen voor langere tijd onderdak kunnen vinden. Een plaatsje daar geldt als het beste dat je kan gebeuren - je hebt er zelfs kans op een eigen kamer, en de leiding probeert zo min mogelijk betuttelend op te treden. Van een heel andere aard zijn de particuliere logementen Het Hekeltje aan het Hekelveld en De Drie Paardjes in de Kerkstraat. Beide pensions zijn drie jaar geleden op last van de gemeente enige tijd gesloten geweest omdat er ronduit 19e eeuwse toestanden heersten. Vuil, brandgevaarlijk, drijfnatte muren, beschimmelde bedden. Daklozen kwamen alleen voor een bed in aanmerking als ze een machtiging tekenden waarbij hun uitkering op de rekening van de eigenaars gestort werd. De eigenaresse van de Drie Paardjes en haar zoon oefenden bovendien een soort schrikbewind uit over de mannen die er woonden. Ze kregen bijvoorbeeld alleen zakgeld als ze zich netjes gedroegen en buitenlanders moesten hun paspoort afgeven. Na een verbouwing zijn beide pensions weer opengegaan en volgens de zwervers die ik sprak hebben de eigenaren hun lucratieve inhoudingspraktijken inmiddels weer op de zelfde voet hervat.

Leger des Heils Ook bij het Leger des Heils kan iedereen vier nachten per maand gratis slapen, dankzij een overheidssubsidie. Over de overige opvang bij het Leger zijn de gevoelens echter gemengd. Als je echt ziek bent of anderszins ernstig in de problemen zit wil het Leger wel helpen, zo luidt de algemene klacht, maar voor de rest moet betaald worden, altijd, tot een boterham met kaas toe. Normaliter kost een slaapplaats circa acht gulden, maar omdat er vooral verslaafden gebruik van maken is dat bedrag absoluut geen garantie voor een ongestoorde nachtrust.

'Om vier uur begint de eerste te spoken omdat de dope is uitgewerkt en om vijf uur is de tweede wakker en dan maar zeuren tegen elkaar hoe laat ze de volgende ochtend hun methadon krijgen,' vertelde een oudere zwerver me, toen ik hem vroeg waarom hij een bankje bij de Utrechtse straat prefereerde.' Mij niet gezien. Een normaal mens slaapt toch niet bij het Leger?' Uiteindelijk is er ergens ook iets misgegaan tussen Angela en Trol. Na een paar weken zagen de bewoners van de Heining Angela op haar naaldhakken driftig de lange weg tussen de autowrakken aflopen, richting bushalte, met Trol hijgend op zijn transportfiets erachteraan. In de verte stonden ze dan hevig te praten, en uiteindelijk reden ze samen op die ene fiets weer terug. Maar in het vroege voorjaar kwam er een dag dat ze niet meer omdraaide.

Volgens de laatste berichten werkt Angela nu in sexclub in Coevorden en van Trol heeft niemand meer iets gehoord.