CO2

DE ECONOMISCHE TOPCONFERENTIE van de rijke Westerse industrielanden in Houston heeft opnieuw geen concrete intentieverklaring opgeleverd met betrekking tot de vermindering van de uitstoot van kooldioxyde (CO). Konden de industrielanden dit voorjaar ook al geen overeenstemming bereiken op de internationale milieuconferentie in Bergen, deze week stuitte een voorstel tot reductie van de West-Duitse bondskanselier Kohl op oppositie van president Bush.

De Amerikanen houden vast aan hun argument dat het causale verband tussen de geleidelijke temperatuursverhoging van de aardatmosfeer en de productie van kooldioxyde door de mens nog niet wetenschappelijk is aangetoond. En zo lang dat nog niet is gebeurd, vinden zij, zijn concrete maatregelen nog weinig zinvol.

De Verenigde Staten wijken hierin af van andere belangrijke leden van de Grote Zeven, die zich inmiddels wel bereid hebben verklaard tot substantiele verminderingen van hun CO-emissies in de komende tien tot vijftien jaar. De West-Duitse regering bijvoorbeeld heeft zich vastgelegd op een reductie met 25% in het jaar 2005, Groot-Brittannie streeft naar een uitstoot van broeikasgassen (naast CO ook chloorfluorkoolwaterstoffen en methaan) in 2005 op hetzelfde niveau als nu, en Japan naar stabilisatie rond de eeuwwisseling.

Maar hoe goed gemeend ook, deze intentieverklaringen betekenen voorlopig weinig meer dan een politiek gebaar van goede wil. Want veel onzekerder dan de werkelijkheid van het broeikaseffect is de economische prijs die voor eventuele reducties van de CO-uitstoot zal moeten worden betaald.

DE JAARLIJKSE WERELDPRODUCTIE van CO door de mensheid bedraagt niet minder dan 25 miljard ton en groeit elk jaar met 3 procent. Niemand weet ook maar bij benadering hoeveel de beoogde reducties zullen kosten. Het is zeker niet denkbeeldig dat de kosten van werkelijk effectieve maatregelen de geanticipeerde economische groei meer dan teniet zullen doen. Elke deeloplossing, van herbebossing tot massale overschakeling op kernenergie, vergt zeer grote investeringen en betekent een substantiele aanslag op elk nationaal budget.

Ondanks alle onzekerheden is het essentieel, dat het CO-beleid zo veel mogelijk op mondiale schaal wordt gemaakt en uitgevoerd. De medewerking van de Verenigde Staten is daarbij onontbeerlijk. Een doorslaggevendwetenschappelijk bewijs voor het broeikaseffect, hoe belangrijk op zichzelf ook, is wellicht nooit te leveren de wereldbol is ten slotte geen laboratorium.

ER ZIJN MEER ARGUMENTEN voorhanden om de CO-uitstoot te verminderen: spaarzaamheid met fossiele brandstoffen verlengt hun beschikbaarheid en herbebossing leidt op zichzelf al tot klimatologische en ecologische verbeteringen.

Derhalve is het wenselijk dat de Grote Zeven in de toekomst toch tot een consensus komen, al was het voorlopig maar in de vorm van een intentieverklaring zonder concrete cijfers en data. Hoe weinig concreet de inhoud daarvan ook zal zijn, ze is een noodzakelijk uitgangspunt voor een verantwoord mondiaal beheer van onze planeet.