Brandertjes

Het is niet zeker of Ben Gunn, tijdens zijn treurige verblijf op Treasure Island, zijn wilde geiten, oesters en zeewier op een houtvuurtje klaarmaakte of gewoon rauw naar binnen werkte, Stevenson is daar niet erg duidelijk over. Het bezwaar van het koken op hout is dat zich tijdens het koken een kleverige laag teer op de pan afzet en dat regelmatig as en andere rookbestanddelen in het gerecht neerslaan. Alleen rasromantici koken vaker dan een keer op hout.

Toen Stevenson zelf in 1878 een actieve vakantie hield in de Franse Cevennen verwarmde hij zijn chocolademelk op een lampe a alcohol, een spiritusbrander. De klassieke Primus was waarschijnlijk nog niet uitgevonden, ja zelfs het vergassen van petroleum zal nog niet eens bekend geweest zijn.

De oudste reis- en kampeercomforts verstookten waarschijnlijk alcohol. De brandbaarheid van alcohol is al bekend sinds men het destilleren kent, men treft het al bij de oudste alchemisten aan.

Er zijn nog steeds alcoholbranders te koop. De Nederlandse kampeerder heeft de keus uit twee Zweedse merken: Optimus en Trangia. Beide kosten, met pannen, windscherm en pannegreep, ongeveer honderd gulden. Dat is negentig gulden teveel maar daar staat tegenover dat de branders bij normaal leven een levenlang meegaan.

Veel verschil zit er niet tussen de twee typen, de Optimus is, om in raffinaderijtermen te spreken, wat meer straight run dan de Trangia. Beide branders maken een moderne indruk omdat ze in aluminium zijn uitgevoerd. Dat is een snufje van na de oorlog, voorheen waren spiritusbranders van blik, ze liggen verroest op het Waterlooplein.

Laten we hier over een ding duidelijk zijn. Wie gaat kamperen en met niet teveel soesa 'savonds soep wil maken moet gewoon een campinggasstelletje kopen. Dat valt wel eens om, loopt wel eens onverhoeds leeg en geeft, bij het aanslaan van een nieuw tankje, wel eens aanleiding tot een BLEVE (dus altijd brandzalf meenemen), maar is goedkoop, handig, licht en zuinig in brandstofverbruik.

Voor het macho- en survivalwerk zijn er die benzine- en petroleumbranders. Petroleum is wat zeldzaam aan het worden, maar dieselolie is een goede vervanger. Onder de noemer 'benzine' valt wasbenzine, gewone en superbenzine. ('Kookpuntenbenzine' is ook gewoon wasbenzine.) Men kan ook aceton in een benzinebrander verbranden. Terpentine (peut, white spirit) is het proberen waard, de drukbeveiliging op het tankje voorkomt de grootste risico's. (Dat al die brandertjes alleen op die superspeciale brandstoffen branden die de kampeer- en bergsportzaken voor goud verkopen is een middenstandsleugentje.)Het bezwaar van al deze branders is dat ze, brandend, niet alleen goudhaantjes, vuurgoudhaantjes en staartmezen wegdrukken maar zelfs vogeltjes met heel wat meer power in hun longetjes overstemmen. Horen en zien vergaat je tijdens het koken.

Hier komt de spiritusbrander om de hoek kijken. Spiritus verbrandt, zoals men van het fonduestel weet, zonder een zucht te slaken. Spiritusverbranding is geruisloze verbranding. (Jawel, er zijn ook petroleum- en benzinebranders met geluiddemper, maar die zijn niet te tillen.)En de spiritusbrander heeft zo veel meer aantrekkelijks. Hij is uitzonderlijk windvast, valt nooit om en is net zo makkelijk aan te steken als een campinggasstel.

't Is waar: de brander heeft een belangrijk bezwaar. Het brandstofverbruik is hoog. Hoe hoog? Ha, dat heeft de afdeling fysisch-chemische research van deze krant uitgezocht. In het geklimatiseerde laboratorium (temperatuur twintig graden) verwarmde zij vele malen een pan met 600 milliliter water van 20 graden tot het kookpunt. Daarvoor zijn, zeggen Schweers en Van Vianen, per keer 200 kilojoules nodig. Die werden, gemiddeld, steeds door 20 gram spiritus geleverd. Rekening houdend met de verbrandingswarmte van spiritus, die alcoholfabriek Nedalco in Bergen op Zoom op 25 kJ per gram schat, betekent dat een verbrandingsrendement van ongeveer 40 procent. De goedkope, lichte Oostduitse Juwel-benzinebrander, die het laboratorium eerder onderzocht, heeft maar 10 gram benzine nodig voor dezelfde hoeveelheid water. Wel, dat laatste kan de doorslag geven. Maar een belangrijke optie van de spiritusbrander mag hier dan niet onvermeld blijven. Spiritus is in essentie een alcohol-water mengsel met 85 procent alcohol en 15 procent water. Dat mengsel is ondrinkbaar gemaakt met een scheut denaturatiemiddelen.

Het is natuurlijk ook mogelijk een niet gedenatureerde, dus drinkbare, brandstof in te zetten. Stroh Rum of Russische Wodka of een zelf bereid mengsel van alcohol met water. Zonder braakmiddel. Brandbaarheid treedt al op bij een alcoholpercentage van 35 a 40. Daarmee kan de kampeerder opeens voor een vreemd dilemma komen te staan, onbekend aan al die macho benzineverbranders. Moet hij zijn laatste restje dual purpose brandstof met dat miezerige rendement van 40 procent inzetten om nog wat koffie te maken, of zal hij de brandstof zelf opdrinken, in het besef dat de inwendige verbranding een rendement van bijna honderd heeft. 'tIs nog te vroeg voor een definitief oordeel, maar vergelijkend onderzoek is reeds begonnen.