Brabantse milieuridder predikt nieuwe soberheid

Van alle provincies wordt in Noord-Brabant het milieu 't meest bedreigd. De commissaris der koningin mr. F. Houben sluit niet uit dat bijvoorbeeld de boeren de veestapel moeten inkrimpen als er geen oplossing wordt gevonden voor de verzuring. Een gesprek.

DEN BOSCH, 14 juli Voordat het gesprek begint, wist hij zich het zweet van het voorhoofd omdat hij zo juist van zijn huis in Vught naar het provinciehuis in Den Bosch is komen fietsen. Met dat vervoermiddel heeft de 51-jarige mr. F. Houben bijzondere banden. Toen vorig jaar een smogdeken over zijn provincie lag, ging hij met zijn chauffeur per fiets op werkbezoek. De fiets is voor deze milieuridder waarlijk het stalen ros, dat voert naar een betere wereld. 'Het had zeker de bedoeling om te laten weten dat er iets zeer ernstigs aan de hand is. Naast instemmende reacties, waren er ook betrekkelijk onvriendelijke. Het is voor sommige mensen kennelijk een soort bedreiging als een autoriteit zich op een fiets voortbeweegt.' Nog steeds moet hij met lede ogen toezien hoe de parkeerplaats rondom het provinciehuis vol staat met auto's van ambtenaren. 'Als je dat ziet, besef je dat er nog heel wat moet gebeuren aan het terugdringen van de autokilometers, waarmee we in deze provincie met behulp van vervoerregio's een begin hebben gemaakt. Of dat wat uithaalt? Dat is een kwestie van missionering. De overheid heeft er tot nog toe behoorlijk in gefaald om de mensen duidelijk te maken wat er precies met ons milieu aan de hand is.'

'Het milieu', zegt hij, 'loopt als een rode draad door mijn leven.'

Hij preekt 'een nieuwe soberheid'. 'Een omslag in het denken, waar je we nu nog niet zoveel van maken. We zullen minder in de auto moeten, moeten meewerken aan energiebesparing, aan het afbreken van de afvalberg en kritischere consumenten moeten worden, die er op staan dat er duurzame produkten op de markt komen. We moeten meer doen aan ecologisch-sociaal denken.' Houben maakt zich uit liefde voor 'zijn' Brabant, waar hij, zoals hij heilig belooft, altijd zal blijven wonen en werken, grote zorgen over de verzuring onder meer door de intensieve veehouderij. 'We hebben een provinciaal milieu-actieplan opgesteld, dat veel verder gaat dan het nationale plan. Als we het uitgangspunt in het jaar 2000 willen halen, dat wil zeggen het terugbrengen van de verzuring met 65 procent, dan moeten we hier veel verdergaande maatregelen nemen dan in andere provincies.' Ook als daar de onsympathieke maatregel in zit om de veestapel in te krimpen? 'Laat ik het zo zeggen: als in de tussenliggende toetsingsjaren zal blijken dat we onze doelstellingen niet zullen halen en de boeren niet in staat zijn om technische oplossingen te bedenken en mee te financieren, dan zullen we met de minister van landbouw over volumemaatregelen moeten praten, ook al zullen we daarmee een belangrijk deel van de Brabantse samenleving tegen de haren in strijken. Het halen van de doelstellingen staat voorop. Daar gaan we niet voor opzij. Als het me eerlijk wordt gevraagd, moet ik zeggen dat ik de kans dat het zal lukken op dit moment nog niet groot acht. Er zullen ingrijpende dingen moeten gebeuren, niet alleen met betrekking tot de verzuring door de intensieve veehouderij, die we niet als enige boosdoener moeten stigmatiseren. We verkeren in de gevarenzone. Inkrimping van de veestapel is gemakkelijk gezegd, maar waar praten we dan over? Twintig procent inkrimpen zou betekenen een verlies van 3 miljard gulden en het vervallen van 40.000 arbeidsplaatsen. Dat is vier maal wat Philips nu mondiaal aan arbeidsplaatsen wil afstoten.' Houben volgde ruim drie jaar geleden mr. A. van Agt op. Waar men Van Agt zelden hoorde praten over het milieu, laat Houben herhaaldelijk blijken dat 'de glans van de economische groei zijn doffe keerzijde heeft'.

'De aantasting van de ecologische bestaansvoorwaarde is vooral in Noord-Brabant een zeer actueel probleem. Als provincie hebben we de beste economische cijfers, maar we moeten goed beseffen dat de groei zich afspeelt op een flinterdunne ecologische basis.' Zelf leeft hij sober: drinkt niet, rookt niet. Bij hem thuis, zegt hij, wordt er wel degelijk op gelet of de melk op tafel uit een fles en niet uit een wegwerpverpakking komt en dat er in het afwasmiddel geen schadelijke stoffen zitten, 'maar ook wij zondigen regelmatig'. Kort voor zijn aantreden zei hij niet van plan te zijn de luwte op te zoeken. Zijn activiteiten spelen zich overeenkomstig zijn bescheiden aard niettemin toch grotendeels in de luwte af. In plaats van storm, zoals Van Agt wel deed, veroorzaakt hij een lichte, aangename bries, die overigens op veel plaatsen te voelen is.

Verlegen bijna vertoonde hij zich in maart op een protestbijeenkomst van de Brabantse milieufederatie tegen de aanleg van een TGV-trace bij Bergen op Zoom.

Als hij aan de TGV-geschiedenis wordt herinnerd, schieten zijn doorgaans vriendelijke ogen kortstondig vuur. 'Dat ik daar was en er ook nog sprak, was inderdaad nogal bijzonder. Een commissaris der koningin zie je niet zo vlug op protestbijeenkomsten. Maar ik vond het van belang omdat het hier om een heel principiele zaak ging.' Wat was er dan zo principieel aan? 'De nationale overheid dacht te gemakkelijk over Brabant te kunnen heenlopen bij het bedenken van varianten voor de TGV. Men deed maar raak daar in Den Haag zonder ons er in te kennen. Toen er een variant werd gelanceerd, die liep door zeer belangrijke natuurgebieden, dacht ik: dit is the limit.' Toen sloeg de stop door? 'Ja, dat pik ik niet. Ik mag dan aardig en vriendelijk overkomen, ik ken mijn heel duidelijke lijn en als die overschreden wordt dan kom ik in het geweer en daarom ben ik naar die bijeenkomst gegaan. Maij-Weggen heeft daarna trouwens ook haar verontschuldigingen aangeboden. En naar ik me liet vertellen was het de eerste keer dat ze dat deed.' Soms kijkt hij eventjes langs wat hij de 'glim-economie' noemt heen. 'Er is een flinke groep mensen die in onze high-tech-samenleving steeds meer in de knel komen. Er zijn heel veel jongeren met een afgebroken opleiding, mensen uit het buitenland, die hier moeizaam assimileren. Ik heb tegen de grote steden in onze provincie gezegd: kijk niet alleen naar de pracht van een nieuw muziekcentrum of naar kantoren die imponeren, maar vooral naar de kwaliteit van de sociale woonomgeving. Ik ga daarom ook wel eens naar bepaalde groeperingen of mensen toe. Ik krijg per maand enkele tientallen uitnodigingen. Daar selecteer ik dan bijvoorbeeld een bezoek aan een centrum voor buitenlanders in Eindhoven uit. Of ik ga naar vakbondsbijeenkomsten en praat na afloop in kleine groepjes met de leden.' Met Van Agt deelt hij een bijzondere liefde voor samenwerking met Vlaanderen. 'Boven de Moerdijk zien ze dat nog niet zo zitten, maar dat heeft ook misschien als oorzaak dat men daar het zuiden van Nederland altijd wat minder in de kijker heeft gehad. Wij in Brabant menen dat Vlaanderen voor Nederland een heel belangrijke partner kan zijn in het kader van het Europa van 1992 en daarna.'

Houben staat op en komt met een brief terug van de Stichting Industrie-universiteit. Daarin wordt gewag gemaakt van een vergaande samenwerking tussen de universiteiten in Brabant en Vlaanderen voor het oprichten van een postdoctoraal instituut voor managers van bedrijven. 'Dat hebben we als provincie mee helpen bevorderen.'

Zijn eigen inbreng probeert hij ook hier weg te moffelen. 'Ik zeg nooit: dit heb ik gedaan. Zo ben ik niet gebakken. Ik ben iemand die graag een team zodanig leidt dat iedereen daarin zoveel mogelijk aan zijn trekken komt.' Mr. F. Houben. (Foto NRC Handelsblad/ Vincent Mentzel)

    • Max Paumen