BLOEDOFFER

Een van de reliefs op het imaginaire kunstwerk waaraan John Keats in 1819 zijn beroemde 'Ode on a Grecian Urn' wijdde, toont een offerprocessie in een arcadisch Grieks landschap: aan de hand van een priester wordt een met kransen omhangen kalf klaaglijk loeiend naar het altaar geleid. Sinds Keats, die in deze scene kennelijk de essentie van de klassiek-Griekse cultuur belichaamd zag, hebben generaties classici en godsdiensthistorici gewezen op het centrale belang van offerrites in de Griekse samenleving. Het bloedoffer diende ter bestendiging van de relatie tussen de mensen en de goden; het ging vooraf aan belangrijke politieke handelingen als het voeren van oorlog of het inaugureren van een ambtsdrager, en het was een ritueel dat de eenheid van de Griekse samenleving (of althans het mannelijk gedeelte daarvan) uitdrukte. Niet meedoen aan de offerriten en aan de gezamenlijke verorbering van het geslachte dier was dan ook een politieke daad; leden van sektes die het vegetarisme aanhingen werden gezien als gevaarlijke asocialen.

Het offeren van vee aan de goden was voor de Grieken de enig juiste manier om vlees te bereiden, het feestmaal naderhand een van de weinige gelegenheden om te ontsnappen aan het dagelijkse dieet van graan, groenten, zuivel en olijven. De rituele slachter was tegelijk de stadsslager, en dat verklaart waarom in het Grieks het woord voor slachten en offeren hetzelfde is (hiereuoo). Het verklaart ook de enigszins cryptische titel van een onlangs in het Engels vertaald Frans standaardwerk over dit onderwerp: The Cuisine of Sacrifice Among the Greeks. In deze verzamelbundel, oorspronkelijk verschenen in 1979, presenteren zes Franse oudhistorici onder redactie van Marcel Detienne en Jean-Pierre Vernant opzienbarende analyses over de bedoeling, de praktijk, en de mythologie van het Griekse offeren.

De artikelen in The Cuisine of Sacrifice lopen zeer uiteen: er is een beschrijving van de anatomie van het slachten waarvoor Jean-Louis Durand zich baseerde op Griekse vaasschilderingen, een vergelijking van Griekse en barbaarse offergewoontes door Francois Hartog, een vage speculatie over de structurele overeenkomsten tussen mythische wolven en offerpriesters, en een antropologische studie naar het voortleven van offerrituelen in modern Griekenland. Het beste artikel uit de bundel is ook het langste: Jean-Pierre Vernants analyse van de mythe van Prometheus, de mensvriendelijke vuurbrenger die bij het instellen van het offerritueel de goden afscheepte met het slachtafval door het aantrekkelijk te verpakken. Vernant ontrafelt de logica en de beeldschone symmetrie van de mythe, en laat zien hoe zeer het bloedoffer verstrengeld is met de Griekse ideeen over de zondeval.

Wat de historici in The Cuisine of Sacrifice verbindt is een gemeenschappelijke manier van omgaan met hun materiaal: alle zes behoren ze tot de structuralistische stroming in de oude geschiedenis - een stroming die er, geinspireerd door de Franse antropoloog Claude Levi-Strauss, vanuit gaat dat een bepaald verschijnsel nooit in isolement, maar alleen in relatie tot de omringende verschijnselen in de samenleving begrepen kan worden. De dwarsverbanden die de Franse structuralisten in deze bundel leggen (of liever: de intellectuele spelletjes die ze spelen) zijn niet altijd even overtuigend en soms zelfs vergezocht; maar ze zetten de lezer wel aan het denken, en werpen zo een verrassende nieuwe blik op de uitgekauwde bestudering van de Griekse 'offerkeuken'.