ALS DE FISCUS TOESLAAT ZONDER AANGIFTE

De Belastingdienst zit tot over zijn oren in de problemen. De interne communicatie is gebrekkig en de automatisering hapert. Zeker op dit laatste gebied vertoont de toekomst 'een somber beeld', zoals de veelgeplaagde verantwoordelijke staatssecretaris Van Amelsvoort in de Kamer moest toegeven. Het valt te vrezen dat de benarde fiscus de oplossing mede zoekt in een vlucht naar voren, getuige de oplevende bespiegelingen over het vooringevulde belastingbiljet. Daarbij krijgt het gros van de particuliere belastingplichtigen een aangiftebiljet dat al goeddeels door de fiscus zelf is ingevuld met behulp van de elektronische opgaven van werkgevers, banken etcetera.

De inspiratie komt uit Amerika, waar de Internal Revenue Service (IRS) erop mikt dat in 1993 de helft van de belastingbetalers de jaarlijkse bezoeking van het invullen van de aangifte overlaat aan de overheid. Als voorloper is een systeem ontwikkeld om mensen die de aangifte hebben nagelaten, te voorzien van een 'automated assessment'. Nederland gaat bij de duivel te biecht, blijkt uit een boek dat een voormalige onderzoeksjournalist van de New York Times, David Burnham, heeft gewijd aan wat hij afschildert als een van de machtigste, maar minst gecontroleerde instellingen binnen het Amerikaanse staatsbestel. In verscheidene opzichten gaat de vergelijking met Nederland natuurlijk niet op. De VS kennen een systeem van wisselende politieke benoemingen aan de top waardoor de leiding onvoldoende greep krijgt op deze machtige bureaucratie. De IRS heeft een traditie van dienstbaarheid aan het misbruiken van de belastingheffing om politieke tegenstanders te treffen, inclusief vormen van binnenlandse spionage, waarvan in ons land toch eigenlijk nooit iets is gebleken. Men zal in ons land verder ook niet zo gauw meemaken dat de fiscus beslag legt op een banktegoed van een paar honderd gulden, bijeengespaard met lege blikjes en heitjes voor karweitjes door een tienjarig kind. Toch was dat precies wat een meisje uit Californie een jaar of wat geleden overkwam. Als minderjarige droeg haar bankrekening mede de naam van haar vader, een werkloze meubelmaker. En die had een belastingschuld van duizend dollar. Toen na enige heisa in de pers bleek dat het een echte spaarrekening was, waarvan de laatste tijd helemaal geen geld was gehaald zodat de kans gering was dat de vader misbruik van zijn dochters naam maakte, werd het beslag opgeheven. Hetgeen niet verhinderde dat de IRS prompt 70,76 dollar confisqueerde die een meisje van negen cent voor cent sinds haar derde jaar bij elkaar had gespaard. Ditmaal was het de schuld van opa, die de rekening voor haar had geopend. Ronduit exotisch is ook de passage over verkeerd bezorgde cheques die door de IRS gewoon met zijn eigen adres worden overstempeld zodat de dienst ze kan incasseren. Regelrechte verduistering, zou men zeggen, maar de gestaalde kaders van de IRS laten er geen traan over.

Wat de automatische belastingheffing betreft, is de kritiek van Burnham echter wel degelijk relevant voor de Nederlandse fiscus. Het betekent niet minder dan een wijziging van de verhouding tussen burger en staat. Het invullen van het aangiftebiljet is een penitentie, maar het heeft - zeker in de Amerikaanse doctrine van burgerschapskunde - ook een positieve functie. Het zet een mens aan het denken over zijn overheid. Waar gaat al dat geld naar toe? Dat is een vraagstelling die de overheid niet behoort te verhullen door de burger zijn eigen aangiftebiljet uit handen te nemen. Ook belastinggaarders zelf hebben in de VS trouwens vanuit hun eigen invalshoek betwijfeld of het wel zo verstandig is' de identificatie van de belastingplichtige met zijn aanslagbiljet' te verbreken. FOUTEN VERSLUIERENDe beoogde afhankelijkheid van automatisering stelt natuurlijk ook hoge eisen aan de kwaliteit van de elektronische gegevensverwerking. Wat dit betreft, hoeft men geen hoge verwachtingen te hebben. De IRS is berucht om zijn fouten - en om het stelselmatig versluieren daarvan. Burnham citeert een steekproef van de Amerikaanse rekenkamer GAO, begin 1987 in drie van de tien regionale centra van de IRS: achtenveertig procent van de onderzochte officiele correspondentie met de belastingplichtigen was' niet correct, niet relevant, onduidelijk of onvolledig'.

Een tekenend detail was dat zeventien brieven die in de steekproef terecht kwamen en te licht werden bevonden door de externe onderzoeker, eerder een eigen IRS-kwaliteitscontrole hadden doorstaan. Het is een illusie te menen dat dergelijke tekortkomingen van de papieren informatiestromen verdwijnen als men maar de computer te hulp roept. De eerste regel van de automatisering luidt' garbage in, garbage out': een systeem is niet beter dan wat er in wordt gestopt. Aan deze natuurwet van de informatica geeft de IRS echter een even originele als gevaarlijke draai, in de woorden van Burnham:' garbage in, Gospel out'.

Dat kan de dienst zich ook makkelijk veroorloven want op veel punten is de bewijslast omgekeerd en moet de burger het ongelijk van de fiscus aantonen in plaats de fiscus dat van de burger. En dat is iets waarin de VS en Nederland elkaar zeker een hand kunnen geven.

Het is juridisch gezien trouwens al niet eenvoudig een vinger te krijgen achter wat er nu eigenlijk is vastgelegd. Zowel in de VS als in Europa geldt als een belangrijke waarborg voor de persoonlijke levenssfeer dat de burger recht heeft op kennisneming en zonodig verbetering van gegevens die over hem zijn opgeslagen. Maar de Nederlandse Wet Persoonsregistraties, waarvan op 1 juli de laatste fase in werking treedt, maakt daarop een uitzondering' voorzover noodzakelijk in het belang van inspectie, controle en toezicht door of vanwege overheidsorganen'.

Dit omvat onder meer het belang van een goede belastingheffing. De IRS is hard bezig aan het ontwikkelen van on-line toegang tot de geautomatiseerde bestanden van Amerikaanse telefoonmaatschappijen, inclusief een speciaal signaal voor geheime nummers en desgewenst met opgave van de namen en nummers van de directe buren van een doelwit. Een uur werk met dit soort elektronische systemen is tien uur traditionele zoektijd waard. Belasting zonder aangifte stuwt de bemoeizucht van de overheid tot ongekende hoogte op. Het maatschappelijk leven dient intensief te worden gevolgd om de centrale 'master file' naar behoren te voeden. Dat zijn twee gevaren in een. Zo'n ingewikkeld en uitgedijd automatiseringsproject wordt natuurlijk erg kwetsbaar (denk aan eerdere vaderlandse rampspoeden: studiefinanciering, centrale politie-automatisering, het fraudebestendig paspoort). Zoveel gegevens in een hand maken de belastingdienst bovendien een zeer aantrekkelijke grabbelton voor allerlei andere instanties. Nu bepaalt de wet dat overheidsinstanties, voordat zij elkaar persoonsgegevens toespelen, een 'privacytoets' moeten aanleggen: de gegevensverstrekking mag de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen niet onevenredig schaden. Maar daar weet de praktijk wel raad mee, getuige het gemak waarmee de Informatiseringsbank studiefinanciering en de sociale dienst een aantal aangehouden krakers natrok op verzoek van de Groningse justitie. Over de privacytoets geen woord en een zegsman van de Informatiseringsbank probeerde de informatieverstrekking zelfs voor te stellen als een ambtsplicht. De regering heeft echter bij indiening van het desbetreffende wetsartikel verklaard dat dit nooit meer schept dan een bevoegdheid voor een overheidsinstantie om aan een collega-instelling inlichtingen te verstrekken en zeker niet een verplichting. Het ambtelijke bloed kruipt kennelijk waar het niet gaan kan.

HUURWAARDEBelasting zonder aangifte vergroot niet alleen de afhankelijkheid van de burger tegenover de fiscus, maar ook tegenover de aanleveraars van zijn gegevens zoals banken, werkgevers of bedrijfsverenigingen. Bij verschil van mening over een opgave wordt het een stuk lastiger voor het individu zijn opvatting geldend te maken tegenover het 'Datenverbund' van verstrekker en ficus. En ook in het computertijdperk blijft er natuurlijk alle ruimte voor verschil van mening. De toeleveraar van gegevens over de waarde van onroerend goed hoeft bepaald niet op dezelfde manier aan te kijken tegen het huurwaardeforfait als de betrokken huiseigenaar. Privacybescherming omvat ook 'medezeggenschap in eigen zaak', zoals een hoge Justitie-ambtenaar het eens uitdrukte. Nu al is volgens Burnham kenmerkend voor de grote gecomputeriseerde bureaucratieen als de IRS dat zij welhaast gedachteloos 'automated harrassment' in praktijk brengen. Hij stelt dan ook met reden de vraag of de geautomatiseerde aanslag niet uitdraait op een Monster van Frankenstein.