Adviesbureau's hebben de handen vol met zaken in Oost-Europa

Onzekerheid over de economische ontwikkeling van Oost-Europaweerhoudt Nederlandse bedrijven ervan daar te investeren. Een branche spint garen bij die onzekerheid: het advieswezen.

ROTTERDAM, 14 juli Het ministerie van VROM begon kort geleden een advertentiecampagne om het bedrijfsleven erop te wijzen dat bouw en infrastructuur 'nu topprioriteit krijgen in Oost-Europa'.

Samen met Business Buro Oost-Europa (BBO), een adviesbureau voor handel met Oosteuropese landen, werft het ministerie Nederlandse bouwbedrijven voor presentatie van de sector aan Oost-Europa in een zogenoemde 'bouwcatalogus'. BBO probeert sinds negen jaar Nederland als handelspartner onder Oosteuropese aandacht te brengen, maar is niet tevreden over de resultaten van zijn inspanningen. Directeur Anna Sandor vindt dat het Nederlandse bedrijfsleven te voorzichtig is en dat Oost-Europa evenmin adequaat op de veranderingen reageert. 'In Oost-Europa is nog veel bureaucratie en desinteresse bij de bedrijven. Hongarije is het verst in handel drijven met het Westen, dan komen Tsjechoslowakije en Polen, en ver achteraan de Sovjet-Unie.' Het organisatie-adviesbureau KPMG-Klynveld Bosboom Hegener heeft positiever ervaringen met zaken doen met de Sovjet-Unie. Onlangs maakte het bekend met de Sovjet-autoriteiten te onderhandelen over de training van een miljoen managers in de Sovjet-Unie.

KPMG is feitelijk pas een jaar actief in de Sovjet-Unie, maar al zo succesvol dat het besloten heeft zich er permanent te vestigen. Naast advieswerk zal de onderneming ook accountantsdiensten aanbieden via dochter KPMG-Klynveld Kraayenveld en Co. Daartoe zal waarschijnlijk een gezamenlijke onderneming met de Russen worden opgezet, aldus 'senior' organisatieadviseur M. Veltman.

De eerste klus van KPMG was de verzorging van een managementopleiding naar Westers voorbeeld voor veertig functionarissen van Mosinzstroj, het bouwbedrijf van de Dienst Openbare werken in Moskou. Na zeven weken volgde een stage van twee weken voor de Russen in Nederland. Dit bleek zo geslaagd, dat KPMG en Andrej Strojev, hoofd van Mosinzstroj, besloten nog eens 170 managers van het bedrijf op cursus te sturen. Deze zomer lopen zij stage bij grote en middelgrote bouw-en constructiebedrijven in West-Europa.

Behalve hoofd van Mosinzstroj is Andrej Strojev voorzitter van de raad van bestuur van het bedrijf 'Perestrojka', wat letterlijk verbouwing betekent. 'Die naam klinkt misschien wat afgezaagd, maar Perestrojka realiseert verbouwingen van kantoorpanden, onder andere voor Westerse ondernemingen', zegt Veltman. Perestrojka valt volgens hem niet in de categorie 'niet adequaat reagerende Oosteuropese bedrijven'.

Het stelde onlangs een investeringsprogramma ter grootte van 1,25 miljard dollar op voor winkelcentra en hotels.

Veltman vindt dat de Sovjet-Unie vaak ten onrechte wordt vergeleken met een ontwikkelingsland. 'De technische opleidingen zijn er uitstekend. De mensen zijn alleen vreselijk gehinderd door het politieke systeem. Ze hebben geen initiatief, geen durf. Maar ongeinteresseerd zijn ze beslist niet, ons werd het hemd van het lijf gevraagd. Er heerst wel een gevoel van teleurstelling, verslagenheid. En dat zit diep, het kan nog wel een hele tijd duren eer dat weg is,' aldus Veltman.

Een aantal jonge ondernemers laat zich niet uit het veld slaan door de Nederlandse terughoudendheid tegenover handel met Oost-Europa en de problemen waarmee de meeste Oosteuropese bedrijven kampen. Zij menen een gat in de markt gevonden te hebben: bemiddeling. Onder namen als 'Intersoviet Consultancy', 'Oost-Europa-desk' en 'East-West consult' gaan ze de concurrentie aan met door de wol geverfde instanties als Business Buro Oost-Europa, het Nederlands Centrum voor Handelsbevordering en het handelshuis Peja.

Hun aanbod verschilt onderling niet zo heel veel en varieert van marktonderzoek en bemiddeling voor deelneming aan beurzen en tentoonstellingen tot 'vinden van een juiste partner voor uw activiteiten' en 'bemiddelen in het aangaan van een joint venture'. De bemiddelaars delen glanzende kaartjes met hun naam en die van hun bureau en koketteren met hun kennis van de Russische taal.

Sinds Pieter van der Sloot en zijn partner in november vorig jaar hun Intersoviet Consultancy begonnen, hebben ze steeds 'kleine opdrachten' verzorgd. Zo organiseerden ze tweemaal reizen voor horeca-ondernemers langs voor hun interessante instanties als wodka-bottelarijen en zogenoemde valutabars, gelegenheden waar je alleen met buitenlandse valuta terecht kunt.

East-West Consult is nog uitermate pril. Oprichter Eduard Leinwand heeft zichzelf drie maanden de tijd gegeven om het bureau van de grond te krijgen. Twee jaar werkte hij bij een bedrijf waarvoor hij regelmatig naar het Oostblok reisde, nu wil hij Nederlandse ondernemingen 'begeleiden'. Daartoe wil hij binnen een halfjaar in Polen en de Sovjet-Unie kantoren hebben, bemand door autochtonen die ter plekke marktonderzoek kunnen doen. Van der Sloot noemt de Sovjet-markt een labyrinth. Vroeger voerden buitenlandse bedrijven handel via een staatsfunctionaris, de Foreign Trade Officer (FTO). 'Het ging veelal om ruilhandel. Eens in de zoveel tijd nam je contact op met die tussenpersoon en je wist waar je aan toe was. Nu is het veel ingewikkelder. Veel van die tussenpersonen zijn voor zichzelf begonnen. Door gebrekkige financiele regelgeving en een ontbrekend juridisch kader verdwaalt een buitenstaander snel. Veel joint ventures zijn nooit van de grond gekomen en bestaan alleen maar op papier,' aldus Van der Sloot.