Van Gogh

In 1984 vroeg mevrouw Yolande Clergue, president van de Van Gogh Stichting in Arles zich af, wat er eigenlijk aan tastbaars van Vincents verblijf in dit stadje was overgebleven, afgezien van de schilderijen. Moest Arles er niet op een of andere manier blijk van geven dat het besefte, het genie te hebben gehuisvest? Het antwoord lag voor de hand. Mevrouw Clergue ging te rade bij Jacqueline Picasso en Francis Bacon en daarmee was de grondslag gelegd voor de collectie van de Stichting Vincent van Gogh die is ondergebracht in het Palais de Luppe tegenover de oude arena, aan het Rond-Point des Arenes nummer 26. Bacon heeft het eerste schilderij geschonken.

Na zes jaar is het een verzameling die er zijn mag en die bovendien mooi is ondergebracht in de kleine zalen van het paleisje. Velen hebben het als een eer beschouwd, Van Gogh hun eer te mogen betuigen. Op dit ogenblik zijn er 41 schilders, 6 componisten, 1 modeontwerper, 29 fotografen en 32 schrijvers en dichters vertegenwoordigd met werk dat speciaal op Van Gogh betrekking heeft. Totaal 115 kunstenaars. Onder hen is een Nederlander, Karel Appel die in dit verband als beeldhouwer geregistreerd staat omdat hij een object heeft bijgedragen dat onmiskenbaar drie dimensies heeft: het is een in drieen gezaagd portret van Van Gogh dat door stevige touwen bij elkaar wordt gehouden. De gedachte erachter is niet moeilijk te raden.

Veel is het aanzien dubbel en dwars waard. Een van de mooiste schilderijen vond ik dat van Henri le Chenier: een man, niet onmiddellijk herkenbaar als Vincent, die het hoofd in de handen gesteund in een kale kamer zit. Het oor is meermalen aanwezig, het best in een doek van Peter Klasen die een afbeelding van het bloedend lichaamsdeel heeft gecombineerd met het krantebericht in de chronique locale dat de direkte toelichting geeft.

Het schrijvend talent dat zijn hommage heeft betuigd, reikt van Arrabal tot Jeannine Worms, bijna allemaal Fransen, en zoals hierboven al is gebleken, geen Nederlander. Dit, moet ik bekennen, tast mij aan in m'n nationale trots. Jan Wolkers en W. F. Hermans zouden met wat ze over Van Gogh hebben geschreven, hier uitstekend voor de dag komen. Als mevrouw Clergue aan Harry Mulisch of Cees Nooteboom zou vragen, een bijdrage te leveren aan de hommage in Arles, zouden ze dan weigeren? Hoe komt het dat we voor ons jongste schildergenie wel een feestdorp met koek en zopie op het Amsterdamse Museumplein kunnen oprichten maar dat de Nederlandse kunst op Karel Appel na in Arles afwezig is, zodat het hier wel lijkt alsof we niet eens weten dat hij geboren is? Of toch. Bij de uitgeverij Bernard Coutaz alhier is een aardig boekje verschenen, getiteld Arles van Gogh. Het bevat op de linkerpagina een aantal kleurenreprodukties van schilderijen die Van Gogh in en om Arles heeft gemaakt. Op de rechterpagina staan in zwart-wit de foto's, onlangs genomen, van dezelfde plaatsen. Je zou het ook kunnen doen met etsen van Rembrandt in Amsterdam. Misschien is dat wel gedaan. Ik denk er altijd aan als ik over de Nieuwe Berlagebrug loop en in de richting van de Zuiderkerktoren kijk. Zo gaat het ook als je gewapend met dit gidsje in Arles rond loopt. Het is een echt studiegidsje.

Maar wat heeft dat met Nederland te maken? Ik denk dit: de inleiding is geschreven door Charles Wentinck die, als ik me het goed herinner, in de tijd van H. A. Lunshof de intellectueel van Elseviers Weekblad was.

Drie keer gekeken of deze inleider ergens in het gidsje nader werd geidentificeerd, maar er was zelfs geen spoor van zijn aanspraak op copyright te vinden. De uitgeverij gebeld, 90.93.44.37. Een nors heerschap verklaarde dat er niemand aanwezig was. De hele middag bleek hij met dit karweitje belast te zijn, althans, na drie keer heb ik het opgegeven.

Vanavond ben ik nog even naar de 'besterde nacht' boven de Rhone gaan kijken en ik heb kunnen vaststellen hoe goed Van Gogh het heeft gezien. Maar waarom leggen niet ook een paar begaafde landgenoten daarvan getuigenis af in het Palais de Luppe? En wat is er met Charles Wentinck gebeurd? Is het dezelfde?