TI: Ik heb de poort van het paradijs gezien; De middeleeuwse extase van voetballers

In een provisorische televisietempel keek Betty van Garrel naar het wereldkampioenschap voetbal en zag de adembenemende balletten van amateurs uit Kameroen. En de close-up beelden van de voetballers herinnerden haar aan vijftiende-eeuwse altaarstukken. 'De onwereldse onschuld van de engelachtige Argentijnse voorhoedespeler Caniggia en de Duitse Judas Voller markeren het scala aan religieus aandoende emoties.' De boeken, platen en andere voorwerpen die tot het huisraad behoren, bevonden zich nog in de stapel verhuisdozen. Kranten waren er op het nieuwe adres nog niet aangekomen. Alleen de televisie, zonder verpakking mee verhuisd, stond onder handbereik. Het apparaat bleek in een verder kale kamer met een hoog plafond beland. In deze provisorische televisietempel met kabelaansluiting beproefde ik de verschillende kanalen om middenin een aflevering van een reeks te vallen die zich zou openbaren als een Holland Festival voor het janhagel: het WK-voetbalevenement.

Al onmiddellijk werden mijn oren gestreeld door ongekunsteld maar zuiver gezang dat aan andere massaal golvende stemgeluiden was ontstegen en een vreemd, heimwee-achtig gevoel teweegbracht. Op dergelijke ontroerende meerstemmige zang, ten gehore gebracht door een Iers koor, spontaan geformeerd door de in het stadion van Genua aanwezige supporters van de 'Shamrocks' tijdens de wedstrijd Ierland-Roemenie, had ik niet in het minst gerekend. Dit hartverwarmende koorgezelschap zou in Rome, tijdens de kwartfinale Ierland-Italie, opnieuw vanaf de tribune een vocaal optreden verzorgen.

De verschillende WK-uitzendingen brachten allengs nieuwe verrassingen waaronder moderne balletvoorstellingen met als hoogtepunt een aantal adembenemende uitvoeringen van een goeddeels onbekende groep amateurs uit Kameroen. In de choreografie leek de nadruk vooral te liggen op de verliefdheid van het individu op een bewegend spelobject, de bal, waardoor op natuurlijke wijze ruimte werd gelaten aan creatieve solisten als Stephen Tataw, de tengere Cyrille Makanaky en de rijzige veteraan Roger Albert Milla.

En dan die subtiele lichtballetten die haast terloops op de grasmat werden ontwikkeld door de altijd bewegende schaduwen van de spelers. De vluchtige schoonheid van al die bewegingen registrerend, zorgden de camera's voor plotselinge beeldfixaties bij al dan niet geslaagde aanvallen in het doelgebied. Het waren de onvergetelijke momenten waarop de close-up in beeld gebrachte doelschutters en verdedigers een belevingswereld onthulden die herinnert aan de altaarstukken van de in de vijftiende eeuw geboren meesters Hugo van der Goes, Altdorfer of Grunewald.

De uitdrukking van serene smart op het gezicht van de Belgische keeper Preud'homme als het doelpunt valt dat zijn land kansloos maakt voor de kwartfinale. Dezelfde aan onnozelheid grenzende gelukzaligheid die de Engelse tegenstanders op hetzelfde ogenblik uitstralen, tekent ook de gezichten van de herders bij de geboorte van het Christuskind op Van der Goes' Portinari-altaar. De achterste herder heeft trouwens wel iets van Gascoigne weg.

Op de Bewening van Christus figureert de lijdende Braziliaanse vrouwelijke supporter, vereeuwigd net voor het moment van de nederlaag waarop haar tranen in een prachtig verstild ritme over haar wangen zouden druppelen. De onwereldse onschuld van de blonde, engelachtige Argentijnse voorhoedespeler Caniggia, die een bal met zijn achterhoofd doorkopte in het Italiaanse doel, tegenover de kille hysterie van een Grunewaldmodel als de Duitse Judas Voller markeren het scala aan religieus aandoende emoties. De gebaren van de spelers zijn dienovereenkomstig. Voller, door de Argentijn Basualdo binnen het zestienmetergebied gestopt waardoor Brehme West-Duitsland met een penalty naar de wereldtitel schopte, valt in het Romeinse voetbalstadion op de knieen en heft zijn armen alsof hij zich voor een altaar bevindt. De voornoemde Brehme figureert trouwens biddend op Grunewalds extatische Kruisiging uit 1519/20, terwijl collega Buchwald de gestalte rechts op Altdorfers Der Abschied Christi von Maria personifieert.

Voller was overigens niet de enige voetballer die knielend op het televisiescherm verscheen. Maar in tegenstelling tot laatstgenoemde, die in deze houding druk op zijn armspieren zette waardoor ze als bij een stuiptrekking trilden, hief de nog veel regelmatiger knielende Argentijn Maradonna de armen in pure overgave tijdens zijn directe gebeden tot God. De kleine meester had zich overigens tevens voorzien van amuletten in de vorm van om zijn pols gebonden toverarmbandjes.

De Italiaan Roberto Donadoni deed in het tot de nok gevulde voetbalstadion van Napels in het openbaar een boetedoening op de grasmat nadat hij de vierde Italiaanse strafschop, die Argentinie tot winnaar van deze wedstrijd maakte, had gemist. Hij lag minutenlang voorovergebogen op het veld in een poging om zijn hoofd onder de zoden te laten verdwijnen. Vergiffenis zou hem overigens niet geschonken worden. Profane machten zoals de Italiaanse pers zouden hem als een soort landverrader afschilderen.

Onder de schilderkunstige composities die de inzoemende televisiecamera's zichtbaar maakten, bevonden zich ook werken van El Greco, waarschijnlijk begonnen als ikonenschilder in de Byzantijnse stijl. De Siciliaan 'Toto' Schillaci fungeerde daarbij als een vleesgeworden model van de eerst naar Italie en toen naar de Jezuietenstad Toledo verhuisde Griekse schilder. Schillaci voetbalde met een godsdienstige ijver die zich uitdrukte in zijn koortsachtige stijl. Evenals de figuren van El Greco leek hij innerlijk in vuur en vlam te staan terwijl zijn in zichzelf gekeerde blik en zijn gebaren slechts onderkoelde emotie prijsgaven. Toen hem bij de troostfinale een bronzen medaille werd omgehangen, stonden de tranen in zijn ogen. En over zijn zesde goal in de wedstrijd Italie-Engeland, die hem tot topscorer van het WK-toernooi maakte, bekende hij: '... ik heb de poort van het paradijs gezien'. Ook andere, financieel nog veel draagkrachtigere profvoetballers gedroegen zich niet overeenkomstig het beeld van de in Mercedes rondrijdende yuppie-zakenmannen. Afgezien van de huilende Maradona zorgde de Duitse teamchef Beckenbauer bij de aanraking van de WK-trofee tenslotte voor de devotie die de vergelijking met de heilige ernst van de overigens als twee druppels water op hem lijkende Morenkoning van het Montforte-altaar van Hugo van der Goes volledig kon doorstaan.