'Snelle en radicale hervorming nodig'; Pohl waarschuwt DDRvoor massa-werkloosheid

BERLIJN, 13 juli Karl Otto Pohl, president van de Bundesbank, heeft er bij de leiders van de DDR op aangedrongen hun inefficiente economie snel en radicaal te hervormen omdat anders een massale werkloosheid zal ontstaan.

Pohl kwam met zijn raadgeving op een persconferentie na de eerste vergadering van de Westduitse centrale bank gisteren in Oost-Berlijn.

De bijeenkomst, die werd bijgewoond door de Oostduitse premier, Lothar de Maiziere, de Westduitse minister van financien, Waigel, en diens Oostduitse collega, Romberg, werd gehouden in het massief stenen gebouw waarin ooit Adolf Hitlers Reichsbank was gevestigd en dat daarna dienst deed als hoofdkwartier van de Oostduitse communistische partij. Tijdens de bijeenkomst zijn, zoals werd verwacht, geen besluiten gevallen om de rentetarieven te wijzigen. Het officiele Westduitse disconto blijft 6 procent en de Lombardrente 8 procent.

Volgens Pohl is het grootste probleem van de DRR niet het gebrek aan geld, maar het gebrek aan concurrentie en winstgevendheid. Pohl: 'Sommige Oostduitse bedrijven maken de verkeerde produkten voor de verkeerde markten met kosten die geen rekening houden met de ontwikkelingen in de handel.' Volgens Pohl had ook premier De Maiziere geconcludeerd dat het verkeerd was door te gaan met het subsidieren van niet rendabele arbeidsplaatsen op kosten van de Westduitse belastingbetaler. De DDR moet leren eerst D-marken te verdienen, aldus de Westduitse bankpresident, die overigens de invoering van de D-mark in de DDR prees als een rimpelloze operatie zonder weerga.

Grote investeringen van de prive-sector zijn volgens Pohl nodig om de industrie te moderniseren. 'Oost-Duitsland heeft de taak de investeringsvoorwaarden te scheppen voor Westduitse, Westeuropese, Amerikaanse en Japanse ondernemingen', zei Pohl.

Hij waarschuwde voor de gevolgen van een loongolf. Woensdag sloten de Oostduitse werknemers in de chemische industrie een akkoord voor de verhoging van de lonen met 35 procent. 'De concurrentie van het Oostduitse bedrijfsleven hangt voor een groot deel af van de hoogte van de loonkosten', zei Pohl, die de werknemers waarschuwde dat ze met te hoge eisen hun banen op het spel zetten.

Het aantal werklozen in Oost-Duitsland stijgt nu de verouderde industrie het na de monetaire eenwording sinds 1 juli moet opnemen tegen de moderne industrie in het Westen. De werkloosheid nam in juni toe met 50 procent tot meer dan 142.000. Volgens de Oostduitse autoriteiten moeten deelarbeid en herscholing aan deze stijging een halt toeroepen voordat de Duitse eenheidsverkiezingen in december worden gehouden.

Het aantal werknemers dat korter moet werken wegens de slechte toestand van hun bedrijven zal in Oost-Duitsland verdubbelen tot ongeveer 460.000 personen. Momenteel werken al 222.000 werknemers korter in 2.095 bedrijven en hebben nog eens 2.300 ondernemingen voor in totaal 239.000 mensen arbeidstijdverkorting aangekondigd. Dit heeft de staatssecretaris van het Oostduitse ministerie van werkgelegenheid, H. Klinitz, gisteren meegedeeld.

Felle kritiek had Klinitz op die Oostduitse bedrijven die buitenlandse werknemers zoals Polen en Cubanen, ook als ze in het bezit waren van een arbeidscontract, zomaar op straat zetten. In bepaalde ondernemingen worden 'onwettige handelingen verricht, waarvoor ik mij schamen moet', aldus de staatssecretaris. Hij deed een beroep op de DDR-bedrijven om zo weinig mogelijk werknemers te ontslaan en daarvoor de mogelijkheid van korter werken te benutten. Vrijwel failliete Oostduitse bedrijven ontvangen nu door de staat gegarandeerde liquiditeitsleningen en overheidsleningen om de deeltijdpremie voor de komende zes maanden te financieren teneinde een al te sterke stijging van de werkloosheid tot na de verkiezingen te kunnen uitstellen. Oostduitse autoriteiten die echter al rekening houden met twee tot drie miljoen werklozen, een derde van de beroepsbevolking, zeggen dat meer geld van de Bondsrepubliek nodig is om de premies te kunnen betalen. (DPA)